Dinsdag 23/07/2019

Column

Tijdens het schrijven van de opdracht vroeg ik waarom hij in een rolstoel zat

Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.

Er kwam een jongeman van een jaar of twintig in een rolstoel langs op de Boekenbeurs om zijn exemplaar vaIk heb aids van Johnny Diamond te laten signeren. Het was het eerste boek van mij dat hij zou gaan lezen, en dan doe ik altijd een kort intake­gesprek – er zijn mensen die me van deze columns kennen, en die kijken wel eens raar op van de pikanterieën in mijn proza­werk.

Ik vertelde hem dat in mijn boeken de dingen bij naam worden genoemd, dat een Turk nog een Turk is en dat die alle kenmerken heeft van een Turk – hij heet Ali, heeft een snor, rookt en heeft iets haat-liefde­achtigs met de herenliefde. En een gehandicapte is een gehandicapte, daar moet je tegen kunnen.

Totaal geen probleem, zei Arno lachend.

Tijdens het schrijven van de opdracht vroeg ik waarom hij in een rolstoel zat. Hij vertelde dat hij een spierziekte had, al van bij de geboorte, en dat die progressief is. Over twintig jaar zou hij, mocht hij nog leven, zeker niet meer naar de Boekenbeurs kunnen komen.

We hadden het een poosje over hoe zoiets je verdrietig maakt, maar hoe het soms ook dingen intenser maakt, hoe je geen tijd te verliezen hebt en er ook geen zoek maakt met allerlei lange­termijn­plannen, of met angst voor de oude dag. Je kent ongeveer de ruimte die je bemeten is, wat eigenlijk de droom van ieder mens is, en dan ook weer niet natuurlijk – kortom, in enkele minuten tijd was er flink wat water naar de zee gevloeid, en tevreden namen wij afscheid.

(Ik heb al wel eens, er werkelijk van overtuigd dat mijn boek hem doodongelukkig zou maken, een lezer na zo’n intake­gesprek zijn geld terug­gegeven en hem naar een andere stand verwezen. Soms voel je gewoon dat het niet gaat klikken tussen een mens en je bedenksels.)

Het blijft toch vreemd om te zien, zei mijn vrouw, hoe jij mensen op de man af vraagt waarom ze in een rolstoel zitten. Dat is niet gebruikelijk in de westerse samenleving.

Het blijft ook interessant om te zien, zei ik, dat zo’n Arno daar nooit van schrikt. Hij zit er al twintig jaar in, hij vindt het prima dat er niet voor de zoveelste keer op kousenvoeten omheen wordt getrippeld. Hij vindt het vast plezierig of toch deugddoend om het eens over zijn leven op wielen te hebben. Net zoals moslims niet om Wintermarkten vragen, vragen gehandicapten niet om allerlei verstrooiende koosnaampjes en aandachts­verleg­gen­de omschrijvingen. Je hoeft niet beleefd te staan wegkijken en over het weer en de wolken te beginnen – daar heeft geen mens iets aan. Wij denken, gezond en superieur, veel te veel in naam van de minderheid of het slachtoffer, en hoe meer we dat doen, hoe minder goed we écht met elkaar kunnen praten, want we zijn altijd op onze hoede. En de gehandicapte krijgt met wat tegenslag het gevoel dat hij nog gehandicapter is dan hij al dacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden