Woensdag 12/05/2021

OpinieHans-Willem Snoeck

Terugkerende reizigers zijn niet het grootste probleem

Hans-Willem Snoeck Beeld Thomas Sweertvaegher
Hans-Willem SnoeckBeeld Thomas Sweertvaegher

Hans-Willem Snoeck is professor in de geneeskunde (microbiologie en immunologie) aan de Columbia University in New York.

Er wordt de laatste dagen enorm veel aandacht besteed aan de rol van terugkerende reizigers bij een volgende golf van het coronavirus. De rol is niet onbestaande, maar is relatief klein vergeleken met het effect van andere maatregelen.

Om het effect van terugkerende reizigers te begrijpen, kunnen we de volgende denkoefening doen. We zien nu ongeveer 2.000 gevallen per dag. Aannemende dat elke besmette gemiddeld 5 dagen besmet blijft, wil dat zeggen dat er ongeveer 10.000 besmetten in het land zijn. Dat is 0,1% van de bevolking. Stel nu dat 100.000 reizigers (dat is de hoogste schatting) zondag zijn teruggekeerd, en dat 1% van hen besmet is (ook een hoge schatting). Dat zijn op één dag 1.000 besmetten meer. Bovendien wordt gevreesd dat reizigers een besmettelijkere vorm gaan importeren. Al is die vorm al zeker een maand aanwezig in België, reizen beperken en reizigers testen en isoleren is dus nodig. Gaan skiën in Zwitserland is epidemiologisch en moreel problematisch.

Het effect van die reizigers is echter beperkt, vergeleken met dat van andere maatregelen. Wat de snelheid van een uitbraak bepaalt, is de R-waarde. Die weerspiegelt hoeveel anderen een besmette persoon infecteert. Als die één is, dan infecteert één besmette gemiddeld één andere persoon. Het aantal nieuwe gevallen blijft dan stabiel. Dan hebben we na een maand nog steeds 10.000 besmetten rondlopen zonder de reizigers, of 11.000 met de reizigers. Dat is geen golf.

Maandag gaan echter de scholen open en gaan de meesten terug naar het werk. Dat verhoogt de R-waarde. Stel dat die R-waarde dan 2 wordt (daar zaten we in november dichtbij). Als in één week elke besmette twee anderen infecteert, dan hebben we na één week 22.000, na twee weken 44.000 en na een maand 176.000 nieuwe gevallen, de fameuze expontiële curve. Dezelfde berekening leert dat we zonder reizigers na een maand 160.000 gevallen zouden hebben. De reizigers voegen dus relatief weinig toe, terwijl het gedeeltelijk loslaten van maatregelen het aantal gevallen na een maand 16-voudig verhoogt. Dat is een golf.

Als we strenge maatregelen nemen en de R-waarde wordt 0,5, dan hebben we in die denkoefening na een maand 625 gevallen zonder de reizigers, en 687 met de reizigers, een verwaarloosbaar verschil.

Intuïtief overschatten we dus het effect van reizigers, en onderschatten we het effect van het niet nemen van andere maatregelen. Of in wiskundige termen: het effect van reizigers is lineair, dat van versoepelingen is exponentieel. Die exponentiële component veroorzaakt de volgende golf en overrompelt onze ziekenhuizen.

Terugkerende reizigers testen en isoleren is dus vooral nuttig om import van meer besmettelijke varianten te beperken (want die hebben zelf een hogere R-waarde), en is daarom terecht. Zonder maatregelen om te verhinderen dat vanaf maandag de R-waarde weer stijgt, zinkt dat effect echter in het niets. Een derde golf kan dus slechts voor een klein deel op reizigers gestoken worden. En toch wordt vooral daarover gesproken en geschreven.

Er is één omstandigheid waarin het effect van reizigers enorm is: als lokale transmissie heel laag is. Nieuw-Zeeland heeft geen lokale transmissie. Elke besmette reiziger die binnenkomt, kan daar een uitbraak starten. In die omstandigheden is het testen en isoleren reizigers essentieel.

We moeten we dus vooral iets doen aan die R-waarde. Dat kan door zoveel mogelijk thuis te werken en sociale contacten te beperken, en door het schooljaar te herschikken zodat scholen nu nog even gesloten kunnen blijven maar de leerschade wordt ingehaald. We hebben nu nog te veel gevallen om scholen open te houden en daarmee niet een derde golf te helpen katalyseren. Op zijn minst moet op scholen meer getest worden. Het verhaal dat kinderen amper een rol spelen bij de verspreiding van het virus zou nu toch stilaan te rusten gelegd mogen worden.

Het toedienen van voorlopig slechts één dosis vaccin aan een groter deel van de bevolking, in plaats van twee dosissen aan een beperktere groep, kan ook overwogen worden, vooral als we vrezen voor meer besmettelijke varianten. En misschien moeten we ons, naast de zorgsector die onvoldoende prioriteit krijgt, in de toekomst meer concentreren op de grootste verspreiders, jonge volwassenen, en als het vaccin daar veilig blijkt, op kinderen, vooral op adolescenten. Dat zal het grootste effect hebben op de R-waarde en uiteindelijk iedereen beschermen.

De focus op reizigers, al is die terecht, mag mag geen dekmantel worden voor een falend beleid. Met een goed beleid geraken we hier nochtans voor de zomer waarschijnlijk grotendeels uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234