Dinsdag 22/10/2019
Saskia De Coster voor online. Beeld rv

Column Saskia de Coster

Taal is niet terug te brengen tot wat beeldjes van Daenerys Targaryen of overgevende groene mannetjes

Saskia de Coster is schrijver van de roman Nachtouders. Haar column verschijnt tweewekelijks op woensdag.

Een satelliet die deze week boven Europa hangt, hoort zonder twijfel het rumoer daar in de diepte, iets met Europese Parlementsverkiezingen. Geblaf weerklinkt, het zijn politici die elkaar tijdens debatten proberen te overtroeven, ondertussen vliegen ronkende slogans in het rond.

Opvallend is de haast dwangmatige neiging van de meeste partijen om hun standpunten te ‘vertalen naar het volk’. Nationalistische partijen proberen zich als democratische volkspartijen te presenteren en daarbij horen indrukwekkende staaltjes ‘op rekbaarheid testen van een partij-ideologie’.

Emoticontaal

Als ik een gewetenloze stemmenjager was en instond voor de communicatie van een politieke partij, zou ik inzetten op die taal die in alle streken van Europa gesproken wordt, dagelijks, op uiterst democratische wijze, en dan ook nog eens razend populair bij jongere generaties, die taal zonder woorden: emoticontaal en een afgeleide daarvan, de taal van de gifs, waarbij een geanimeerd prentje van pakweg een meditatief uit het raam kijkend Games of Thrones-personage een vage gemoedstoestand kan verbeelden. Een nieuw soort Esperanto, als het ware.

Zelf heb ik Games of Thrones niet gezien maar kan ik me in die andere internationale taal, het Engels, best verstaanbaar maken. Autocorrect – ik heb me voorgenomen niet meer zo overdreven, ouderwets-vrouwelijk bescheiden te zijn: mijn Engels is van een zeer behoorlijk niveau. Ik heb Engelse letterkunde gestudeerd, ik heb uiteraard een abonnement op de New Yorker en lees de juiste Angelsaksische kranten en queer-schrijfsters. 

Daenerys Targaryen (Emilia Clarke) in de tv-reeks ‘Game of Thrones’. “Zelf heb ik 'Games of Thrones’ niet gezien maar kan ik me in die andere internationale taal, het Engels, best verstaanbaar maken”, schrijft Saskia de Coster. Beeld AP

Tijdens een recent bezoek aan New Orleans, waar ik samen met een paar collega’s te gast was op een literatuurfestival, kwam ik terecht op het openingsfeest. Daar viel me de auditieve horror vacui van Amerikanen op. De gastvrouw bleef door haar botoxmasker heen praten en praten, en wij Europeanen barstten haast in lachen uit toen ze bleef beklemtonen “we are so lucky to have you guys”. 

Ook al wisten we wel dat we haar afgesleten formuleringen niet letterlijk moesten nemen, dat ze ‘niet meende’ dat ze zoveel geluk hadden met dat stel onbekende Europese auteurs, toch was die hele context van een ongemakkelijk feest, een zelfs voor Europeanen gênant gesegregeerde gelegenheid waar uitsluitend zwarten voor de catering instonden, vervreemdend en lachwekkend. Ik stamelde iets genre “so lucky to be here” maar ik vroeg me vooral af hoe je dit gesprek zou kunnen vertalen.

Ik dacht aan de jongen die ik op weg naar het feest op de straathoek had zien pochen, gekleed in zwart trainingspak, woest blinkende gouden ketting om zijn hals, op sneakers waarop ik las: Balenguiaga. Het dealertje viel door de mand. Toch niet zo rijk als hij zich wilde voordoen. Zo voelde ik me op dat feest in de binnentuin van een plantation owners’ huis. Mijn kennis van het Engels kwam me opeens ontoereikend voor.

Vertaaldag

Zaterdag gaat in Utrecht de Vertaaldag door. In het Vlaams-Nederlandse vertaalpleidooi dat die dag wordt voorgesteld, staat te lezen hoe steeds meer universiteiten levende talen schrappen uit het curriculum: “We zien dat in het huidige klimaat de term ‘internationalisering’ aan universiteiten vaak gelijkstaat aan het aanbieden van het onderwijs in het Engels, zeker in Nederland.”

In veel domeinen bezigen we een soort Engels wat Bourdieu omgekeerd snobisme zou noemen: we dalen liever allemaal een trapje af en spreken een vlot verteerbaar mengelmoesje omdat we elkaar zo min of meer kunnen verstaan, met handen en voeten desnoods. Want we zijn pragmatisch. En streven naar een juiste taal is gewoon zo elitair, streberig en vermoeiend. In schrijfworkshops hoor ik vaak: “Ik schrijf niet graag in het Nederlands, ik kan beter schrijven in het Engels.” Daar geloof ik zelf geen snars van. Je kunt je een taal niet zomaar eigen maken.

Ik had een prof. Amerikaanse letterkunde. Hij sprak feilloos de taal van de kortverhalenschrijvers die we bespraken, charmant gekruid met een onmiskenbaar Limburgs accent. Dat vond ik als student hilarisch. De man is me bijgebleven omdat hij me Flannery O’Connor leerde kennen, maar vooral omdat hij ons merkwaardig genoeg op het hart drukte vooral eerst onze eigen taal onder de knie te krijgen en echt te doorgronden.

Academici gaan er prat op dat zij ingaan tegen vervlakking en verschraling, dat verdieping en nuance hun domein zijn en hun onrechtstreekse bijdrage aan wat een samenleving divers en democratisch houdt. Dat het Engels op academisch niveau steeds meer een soort onkritisch gebruikt doorgeefluik wordt, waarvoor de moedertaal van de academicus moet wijken, is een kwalijke evolutie. Taal is niet simpel, niet sloganesk en niet terug te brengen tot wat beeldjes van Daenerys Targaryen of overgevende groene mannetjes. Nationalist of niet, spreek je eigen taal. Of schakel die democratische bruggenbouwers in, gedegen vertalers en tolken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234