Dinsdag 27/07/2021

OpinieLieven Buysse

Symbolen vallen sneller van hun voetstuk dan de realiteit

In Bristol werd de zeventiende-eeuwse slavenhandelaar Edward Colston van zijn sokkel gehaald. Beeld AP
In Bristol werd de zeventiende-eeuwse slavenhandelaar Edward Colston van zijn sokkel gehaald.Beeld AP

Lieven Buysse is professor Engelse taalkunde en Britse cultuur aan de KU Leuven Campus Brussel.

Afgelopen weekend moest het standbeeld van de 17de-eeuwse Edward Colston de woede van de menigte ondergaan tijdens een Black Lives Matter-mars in het Engelse Bristol. Churchills standbeeld in Londen werd evenzeer belaagd. De een had zijn standbeeld gekregen als filantroop voor de mensen van Bristol maar had zijn rijkdom vooral vergaard met slavenhandel, terwijl de ander Europa bevrijd had van het fascisme maar tegelijk een koloniaal rijk leidde. Wat nu met hun standbeelden gebeurt, is deels te wijten aan het schoorvoetende tempo waarmee de leiders van vandaag de succesverhalen uit het verleden willen nuanceren. Maar tegelijk leiden zulke mediagenieke acties de aandacht af van de echte problematiek.

Wie vandaag op straat protesteert, gebruikt een slavenhandelaar van eeuwen geleden om het racisme aan te klagen waar de zwarte bevolking in het VK vandaag mee geconfronteerd wordt. Bekende gevallen zoals nu George Floyd in de VS maar ook eerder Mark Duggan en Dalian Atkinson in het VK doen de gemoederen hoog oplaaien vanwege de dramatische gevolgen voor het individu maar zeker ook omdat veel zwarte Britten zich erin herkennen. Ze maken zo’n tien keer meer kans om op straat tegengehouden te worden door politieagenten dan hun blanke medeburgers. Dat stop-and-search-beleid is een vast onderdeel van een stevig veiligheidsbeleid, maar uit onderzoek blijkt dat het niet noodzakelijk een impact heeft op misdaadbestrijding of -preventie terwijl het een contraproductief wantrouwen aanwakkert bij etnische minderheden tegenover de politie en het hele rechtssysteem.

Etnische minderheden zwaarder getroffen

Ook op sociaal en economisch vlak bevindt de zwarte Britse bevolking zich allerminst in een luxepositie. De werkloosheidscijfers zijn consistent dubbel zo hoog als bij de blanke bevolking. Het afgelopen kwartaal bijvoorbeeld gaat het om 8 procent in vergelijking met 3,6 procent voor blanke Britten. Op het toppunt van de laatste grote recessie – zo’n tien jaar geleden – was de kloof even groot: 14,7 procent tegenover 7,8 procent bij de blanken. Het slechtste cijfer voor blanke Britten benadert dus het beste voor hun zwarte medeburgers.

Bovendien belanden vooral jonge zwarte Britten in precaire arbeidsstatuten. De roep om een flexibele arbeidsmarkt leverde zero hour contracts op: arbeidscontracten die de werkgever er niet toe verplichten om werknemers een minimaal aantal uren te laten werken, waardoor ze geen gegarandeerd loon hebben en vaak overgeleverd zijn aan willekeur. Zwarte 25-jarigen hebben maar liefst 47 procent meer kans op zo’n contract dan hun blanke leeftijdgenoten. Ook de coronacrisis dreigt etnische minderheden zwaarder te treffen. Niet alleen liggen de cijfers van besmettingen en overlijdens hoger bij hen, de economische schade zal zwaarder zijn: de onzekere arbeidsstatuten maakten velen sowieso al kwetsbaar maar ze zijn ook oververtegenwoordigd in sectoren die zware ontslaggolven voorspellen zoals de horeca.

Jarenlang leek de Britse samenleving diversiteit omarmd te hebben. Geen sprake van een hoofddoekenverbod bijvoorbeeld. Integendeel, hoofddoeken en tulbanden kunnen perfect geïntegreerd worden in een politie-uniform, wat best wel past bij een land dat geen strikte scheiding kent tussen kerk en staat. Die in se inclusieve houding valt niet noodzakelijk te rijmen met het sentiment in de onderbuik van een samenleving. Ook de Britse politiek slaagt er – vaak ter wille van die onderbuik – iets te vaak in om etnische minderheden het gevoel te geven dat ze niet op gelijke voet staan met blanke Britten. In het Windrush-schandaal bijvoorbeeld werden tientallen Britten van Caraïbische origine opgepakt en/of het land uitgezet hoewel ze na de Tweede Wereldoorlog als kind perfect legaal naar het VK waren gekomen zodat hun ouders het arbeidstekort konden helpen opvullen. Het brexitdebat zette dan weer negatief in op arbeidsmigratie, hoewel het land niet zonder arbeidsmigranten kan, die bovendien netto bijdragen aan de Britse sociale zekerheid. Het wakkerde de vijandige gevoelens tegenover iedereen die geen blanke Brit was alleen maar aan.

Als in diezelfde periode de heimwee naar het roemrijke verleden van het Britse Rijk, in belangrijke mate gebouwd op kolonisatie en onderdrukking, weer openlijk de kop opsteekt, hoeft een tegenreactie niet te verwonderen. En dus worden nu symbolen van dat verleden (letterlijk) van hun voetstuk gesleurd. Zulke acties kunnen dienen als een wake-upcall naar de brede bevolking om die symbolen niet eenzijdig positief te benaderen, maar als acties eerder ervaren worden als aanslagen op de (overwegend blanke) Britse identiteit, bevestig je alleen maar de vooroordelen die je bestrijdt. Symbolen moeten in vraag gesteld kunnen worden maar we moeten erop blijven rekenen dat op lange termijn de kracht van de overtuiging meer oplevert dan die van de brute kracht. En vooral: een symbolenstrijd geeft politici vaak een excuus om het echte probleem van racisme en socio-economische benadeling niet ernstig te nemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234