Zaterdag 20/07/2019

Universiteiten

Studenten zijn goud waard, maar universiteiten verzilveren talent onvoldoende

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en schreef De kracht van het paradijs.

Jonathan Holslag (Hamont-Achel, 1981) is een Belgische politicoloog en China-kenner. Beeld FV1 KN

Er bestaat geen mooier beroep dan dat van leerkracht. Waar elders krijg je de verantwoordelijkheid om jonge mensen te informeren, te inspireren en, in mijn geval, te vormen tot de leiders van morgen? Want dat is de taak van de universiteit: de meest talentvolle jongeren helpen vormen tot kundige, kritische en gecultiveerde gidsen in een uitdagende wereld. Of ik als docent steeds slaag in die opdracht weet ik niet. Ik leg de lat misschien wat hoog zo nu en dan, ben niet meteen de meest fervente gebruiker van PowerPoint en durf al eens een onverbloemd oordeel te vellen. Maar ik ken de meeste studenten bij naam, weet min of meer waar ze naartoe willen en probeer zij die een inspanning leveren te ondersteunen.

Johan Vande Lanotte geeft een gastles aan de Sint-Pietersnieuwstraat in Gent. Beeld Yann Bertrand

Het wordt voor universiteiten evenwel steeds moeilijker om een goed contact tussen student en docent te bewaren. Sinds 2007 zijn er jaarlijks bijna 5.200 studenten aan de universiteiten bij gekomen, tegenover slechts 74 proffen en 11 assistenten. Net als elders in het onderwijs slaat schaalvergroting toe. Als die trend zich doorzet, betekent dat het einde van debat in de lessen en een persoonlijke benadering. Het aanmoedigen van betrokkenheid en kritische reflectie: gedaan. Mondelinge examens: gedaan. Er op warme dagen tussenuit trekken om onder een boom te filosoferen: eveneens gedaan. Begeleiding van papers wordt moeilijk. Nu al hebben collega’s gemiddeld dertien masterpapers na te lezen.

Dat komt allemaal boven op hun onderzoekstaak, want het aantal te superviseren vorsers is de laatste tien jaar zo goed als verdubbeld. Om nog maar te zwijgen van alle extra vergaderingen om die geïntegreerde programma’s vorm te geven. Ik zie sommige collega’s hun laatste beetje inspiratie opgeven voor een zoveelste comité of commissie. De universiteit is een bureaucratie aan het worden. De Vlaamse universiteiten hebben meer administratieve krachten aan het werk dan proffen, hun aantal is snel blijven groeien en tezelfdertijd werd er zwaar geïnvesteerd in informatica. De meeste van onze administratieve krachten leveren prima werk en kloppen overuren net als wij. Het evenwicht is evenwel zoek. Overal te velde hoor je dat proffen zelf stilaan evenveel met administratie bezig zijn dan met de les.

Kwaliteitsbewaking

Zoals in zovele andere domeinen van onze samenleving betwijfel ik dat de bureaucratisering de kwaliteit van het universitair onderwijs verbetert. Wat is dat immers, kwaliteit? Onze pedagogen spannen zich in om aan kwaliteitsbewaking te doen, maar wat onze studenten aan het eind van de rit moeten kennen en kunnen, daar hebben de universiteiten doorgaans slechts vage doelstellingen voor. Je kunt geen kwaliteit bewaken als de doelen niet op scherp staan en vergelijkbaar zijn. 

Ik ben geen onderwijsdeskundige, maar durf drie veronderstellingen te maken. De kwaliteit van het secundair onderwijs neemt af en daardoor wordt ook de lat bij ons naar beneden gehaald. De instroom is meer divers, maar de universiteiten hebben helaas niet de capaciteit om goede begeleiding te bieden. Universiteiten worden beloond op basis van de kwantiteit, het aantal afgestudeerden, en niet voor de kwaliteit, het afleveren van leiders van morgen.

De Leon De Meyer-aula van de UGent is tot de nok gevuld. Beeld Eric de Mildt

Het eerste jaar aan veel universiteiten is een gewenningsjaar geworden. Je moet het al bont maken om te buizen. Eens studenten in het tweede jaar belanden, schrikken proffen ervoor terug om streng te zijn. “Je kan ze nu toch niet meer tegenhouden?” En zelfs al zou je streng willen zijn, dan mogen studenten zes keer een examen afleggen alvorens het echt gedaan is. Vaak zie je bij de eerste poging al welk vlees je in de kuip hebt, maar na de vijfde keer ben je geneigd ze gewoon uit mededogen een 10 te geven. Masterpapers zouden het visitekaartje moeten zijn, maar het wordt voor proffen in een drukke examenperiode echt moeilijk om een paar dozijn papers grondig te kunnen nalezen en daarbovenop nog eens een vuistdikke gespecialiseerde doctoraatsverhandeling.

Ik hou van mijn job, van mijn universiteit en van mijn collega’s. Een prof aan onze universiteit werkt gemiddeld 55 uur per week, wat voor een beginnende docent een nettoloon van 13 euro per uur betekent. Elders is het niet beter. Ik heb bijzonder veel respect voor die toewijding, maar soms is het belangrijk om even een stap terug te zetten en de vraag te stellen waar we mee bezig zijn. Onze taak ten aanzien van de samenleving is te belangrijk om gewoon te zwijgen en door te doen. Als we écht om onze studenten geven, dan moeten de Vlaamse universiteiten zich dringend bezinnen over hoe we met de beperkte middelen de kwaliteit kunnen bewaken in een samenleving en wereld die steeds uitdagender worden. Laten we van de universiteit de incubator maken van de leiders van morgen: kundig, creatief en geëngageerd. Goede studenten zijn goud waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden