Zaterdag 21/09/2019

Roken

Stijn Meuris over de horrorfoto's op sigarettenpakjes: "Doet u mij maar de dode man"

Beeld Joris Casaer

De gruwelijke foto’s die sedert een jaar verplicht op de verpakking van tabaksproducten prijken, blijken amper een ontradend effect te hebben. Stijn Meuris, zelf roker en zich volstrekt bewust van de gevaren van zijn verslaving, meent te weten hoe dat komt. En hij vindt dat best erg.

Ik wist dat er iets veranderd was toen de uitbater van mijn lokale superette zei dat ik niet de eerste was die een ander pakje Marlboro Light vroeg dan datgene dat-ie zonet op de toonbank had gelegd. “Steeds meer klanten willen die foto van het gapende gat in de keel niet. En dat meisje dat bloed op een zakdoek kotst is ook niet populair.”

Ik zei hem dat ik liever het pakje met de dode man had, het uitgeteerde lijk met een asgrauw gelaat op een ziekenhuisbed. Dat kon, zei hij. “Jij ziet zo’n foto iedere dag hoogstens een paar keer, wanneer je een sigaret neemt. Ik sta een hele dag voor dat rek, waar honderd gruwelijke foto’s me aanstaren. Iedere dag van iedere week. Kun je nagaan hoe ik me voel. En ik rook niet eens.”

Ik dus wel. Nog steeds, ondanks enkele gemeende pogingen om dat niet meer te doen. Die pogingen zijn niet gelukt. Zelfs de aanschaf, een goed jaar geleden, van een fors formaat e-damper werd geen succes. Wellicht heb ik moeite met de groteske hoeveelheid waterdamp die zo’n ding voortbrengt. En met de uitdagende gretigheid waarmee dampers hun transitie van tabak naar toestel demonstreren. Steampunk voor rokers.

Plus, ik mis het gebaar, het ritueel dat gepaard gaat met het aansteken van een sigaret. In feite zijn enkel de eerste drie trekken van tel – alles wat daarna komt is ronduit vies en doet me keer op keer beseffen dat roken een achterhaald demonisch concept is dat louter drijft op het verdien­model van verslaving.

Men moet mij niet overtuigen, ik weet dat roken slecht is. Ik ken de ingrediënten, ik ken de criminele methodes van de fabrikanten en ik ben me zeer bewust van de gevaren. Voor de gezondheid en voor de portefeuille – zowel de eigen portefeuille als die van de samenleving. En toch rook ik. Je krijgt het aan niemand nog uitgelegd, zelfs niet aan jezelf. Daar ben ik dus maar mee gestopt, nu het roken zelf nog.

Dit kan werken...

Toen een jaar geleden de eerste horror­foto’s op verpakkingen opdoken, twijfelde ik voor het eerst echt. Als íéts me zou overtuigen om te stoppen, dan zouden het die foto’s zijn. Nu ben ik sowieso al ferm visueel ingesteld. Een goedgemaakte affiche, een poster van een groep of een slimme hoes of boekcover kunnen me al overtuigen om iets te kopen – ik hoef de groep of de auteur zelf niet eens buitengewoon goed te vinden. Grafiek gaat bij mij vaak voor op het ding zelf. En dus ja, gruwelbeelden van kankerpatiënten op een pakje sigaretten, dat ging werken.

Niet dus.

Het nog jonge en mooie bloed kotsende meisje, het treurende gezin met kind naast hun overleden rokende papa, de opgezwollen tenen of de opengesperde teerlongen op een operatie­tafel: ze maken op lange termijn geen indruk. Heel even dus wel, aan de toonbank van het tankstation of aan de kassa van de supermarkt. Daar hebben ze (waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis van de massa­consumptie) voor het nieuwe fenomeen gezorgd dat ­klanten geshockeerd om een net iets minder afstotelijk pakje durven te vragen.

Beeld Joris Casaer

En daar houdt het vervolgens op. Dan mag het gapende gat in de keel van een kankerpatiënt voor mij nog met stip op 1 staan qua afstotelijkheid, wanneer uitgerekend dat pakje uit een automaat komt vallen (het is iedere keer bang afwachten en ik kan dus geen andere verpakking vragen), dan zal ik dat accepteren en het iets sneller dan doorgaans in m’n jas steken.

Grappig: ik heb gemerkt dat ik bij dat ene specifieke pakje mijn aansteker precies op de opening in de keel positioneer wanneer mijn sigaretten op tafel liggen. Zo hoef ik het gat niet in zijn volle perverse vleselijke glorie te zien.

... of ook weer niet

In de Nederlandse krant Algemeen Dagblad stond onlangs dat de nieuwe ontradingsstrategie met de horrorfoto’s inderdaad een tegenvaller was. Aanvankelijk, bij de lancering van de Europese campagne, antwoordde 21 procent van de ondervraagde rokers nog dat dergelijke afbeeldingen wellicht een fundamenteel effect zouden hebben op hun rookgedrag. Die 21 procent, dat vond ik al niet bepaald veel. Na een jaar is het cijfer gezakt tot een schamele 9 procent. In de leeftijdscategorie van 12 tot 21 jaar, beginnende rokers, komt de campagne nog wel een beetje binnen, maar verslaafde 55-plussers blijken volstrekt immuun voor de getoonde gruwel.

Ik meen intussen, als ervaringsdeskundige tegen wil en dank, te begrijpen waarom het niet werkt.

Die uitgeteerde dode op die foto, dat ben jij niet.

Longen: check!

Het is zo’n beetje als bij de jaarlijkse longtest. Daar krijg ik keer op keer te horen dat alles nog prima is. Gezonde longen, behoorlijke capaciteit, forse spieren (“Meneer is zanger?”) en vooral: geen enkel voorteken van longkanker. Dan kun je als roker twee dingen denken: 1) goed zo, er is nog geen blijvende schade. Ik stop meteen. Of 2) hoera, niks aan de hand. Ik blijf nog maar even roken.

Ik schaam me dood om dit toe te geven, maar ik kies blijkbaar altijd voor optie 2. Ik zal niet de enige zijn.

Bij de foto’s op de sigarettenpakjes hanteren de meeste verslaafden een vergelijkbare denktrant. Dat lijk, dat is toekomstmuziek en bovendien niet van toepassing. Bloed kotsen in een zakdoek, zo erg kan het nooit worden. Ontstoken tenen? Laat me niet lachen.

En dus gaat de campagne voorbij aan de crux van de meeste nicotineverslaafden. Dat zijn namelijk mensen, mezelf incluis, die ‘ziek worden’ als een abstract concept aanschouwen, als iets dat a) niet overmorgen gebeurt, en b) moeilijk te rijmen valt met medische statistieken. Wanneer aantoonbaar zeker is dat pakweg 15 procent van de rokers ooit kanker krijgt, dan behoren verslaafden – onder wie ikzelf – tot die overige 85 procent. In relatie tot die foto’s betekent dat dat je al een geweldige pechvogel moet zijn om later met zo’n afzichtelijk luchtgat rond te lopen.

In de grillige reeks afbeeldingen zijn er ook een paar die nog onwaarschijnlijker overkomen. Een foto van een naakte man die in foetus­houding op een zwart laken ligt, moet het gevaar op impotentie verbeelden. Doorgaans kies ik die foto uit. Die is nog een beetje esthetisch. Door dat doodskleed.

Te voorspellen valt dat de wetgever na de tegenvallende resultaten opnieuw een denktank zal oprichten, studies zal bestellen en uiteindelijk een duur Londens communicatiebureau zal aanschrijven. Met de opdracht een nog gruwelijker campagne op poten te zetten.

Beeld Joris Casaer

Ik ben geen kenner, maar één ding meen ik te weten: de wetgever kan zich die moeite en dat geld besparen. Uiteraard kunnen we nog wel iets bedenken dat nog meer afschuw genereert. Een verplichte QR-code die een video aanstuurt waarop je een rokende baby ziet? Of gezonde longen die in tien seconden versneld veranderen in een zwarte massa pek, iemand? Gaat allemaal niet helpen, net zomin als de waarschuwende teksten voorafgaand aan de foto’s hielpen. Die las namelijk niemand.

Ik ken mensen die kunstige collages maken van de horrorprentjes op de pakjes die ze leegroken. Leuk voor op het toilet, in een kitscherig goudkleurig fotoframe.

Verbieden, die handel

Er bestaat slechts één manier om de risico’s van roken in te perken en alle kwalijke gevolgen met wortel en tak uit te roeien. Die manier heet: roken bij wet verbieden. Het zonder uitzonderingen (dus geen leeftijdsbeperkingen of andere afzwakkingen) regelrecht illegaal maken en effectief sanctioneren van zowel het kopen, verkopen, produceren als consumeren van commerciële tabaks­producten.

Op de occasionele zelfteler na is dan de kans groot dat tenminste een zeer groot deel van de rokende bevolking onherroepelijk stopt. We gaan voor het gemak even voorbij aan het interessante argument dat roken precies daardoor attractiever zal worden en, vergelijkbaar met weedgebruik, stiekem zal floreren achter hoek en kant. Kan zijn, maar laten we dat dan maar collatoral damage noemen van een opgelegde collectieve maatregel die op z’n minst de grote meerderheid uit het ziekenhuis en in leven houdt.

Accijnzen à volonté

Voor u in de pen kruipt omwille van zoveel autoritaire repressie jegens de rokende medemens: vreest niet, zo’n totaalverbod zal er nooit komen. En niet enkel omwille van het terecht veelgeprezen zelfbeschikkingsrecht dat inhoudt dat we allemaal zelf mogen kiezen om al dan niet dood te gaan aan de gevolgen van nicotine- en teergebruik.

Neen, het rookverbod komt er niet omwille van een veel prozaïscher reden: uw en mijn gerook brengen miljarden op aan de 27 schatkisten die Europa rijk is. Per sigaret gaat ongeveer 0,25 euro naar de overheid in de vorm van accijnzen en btw. Stel dat u dagelijks een pakje van 19 sigaretten rookt (dat was destijds ook een aardige maatregel: stiekem van 20 naar 19 stuks per verpakking!, een subtiele vorm van prijsverhoging met nul ontradend effect), dan schenkt u iedere dag 4,75 euro aan Brussel. Dat is 1.733 euro op jaarbasis. Voor ons land gaat het om ruim 3 miljard euro – goed de helft van wat defensie­minister Vandeput binnenkort nodig heeft om de aankoop van zijn nieuwe gevechts­toestellen te kunnen financieren. Een mens begint van minder te kuchen.

Met de handrem op

Dat financiële plaatje zorgt voor een perverse benadering van antirookmaatregelen. Enerzijds weet inmiddels iedereen dat we moeten minderen of ronduit stoppen, en de overheden weten dat ook. Anderzijds staan diezelfde overheden daar blijkbaar niet om te springen. Zelfs wanneer men de kostprijs voor de medische zorg van kankerpatiënten die aantoonbaar ziek werden door hun rookgedrag (wat niet eens makkelijk te bewijzen valt, en zeker niet in een juridische context) in rekening brengt, dan nog zal blijken dat roken au fond geld in het laatje brengt. Productie, transport, marketing en communicatie, klein- en groothandel en studiebureaus: minstens een handvol economische sectoren lijkt voordeel te halen uit onze ongezonde en hardnekkige gewoonte om te blijven roken.

Om nog te zwijgen over de meest hardleerse groep der lobbyisten, namelijk die uit de tabakssector. Lobbyisten die volgens meerdere rapporten onvermoeibare pogingen blijven doen om wetsvoorstellen af te zwakken of eigenhandig bij te sturen.

En dus krijg je als vanzelf halfslachtige pogingen, zoals het verplicht aanbrengen van hallucinante foto’s. Het is afraden, maar dan wel met de handrem op.

Inventief negeren

En dan is er nog iets. Namelijk de bijna bewonderenswaardige inspanningen die rokers doen om hun kwalijke reflex te verantwoorden.

Ik hoef mezelf maar als voorbeeld te nemen: de inventiviteit die ik aanwend om mijn beschamende verslaving te vergoelijken, kent amper grenzen. Drogredenen zoals ‘Ik weet het, maar ik twijfel’, ‘Ik heb het nodig om scherp te blijven!’, ‘Ik heb het geprobeerd maar het lukt niet’, tot de dooddoener ‘Een mens moet aan íéts sterven, toch?’ En mijn favoriet, die weliswaar niet van mezelf is maar die regelmatig opduikt: ‘Ik moet eigenlijk-feitelijk roken om te beseffen hoe schadelijk het is. Misschien geraak ik er dan van af.’ Gelukkig houdt humor ons gezond.

Ik heb het geteld, ik heb tijdens het schrijven van deze tekst acht sigaretten gerookt, geen enkele keer naar de foto gekeken, en nul keer aan doodgaan gedacht.

Nee, die antirookfoto’s gaan niet werken, hoe afschrikwekkend ook. Laten we qua geslaagde campagne een voorbeeld nemen aan de manier waarop de rokers benaderd worden door slimme bedrijfjes die hen terwille zijn in moeilijke tijden: een kek afdekhoesje dat precies rond een pakje sigaretten past (waardoor de foto’s onzichtbaar blijven) kost 6,50 euro. Exact de prijs van een pakje van 19 stuks. Zou daar een marketing­award voor bestaan?

Stijn Meuris, roker

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234