Zondag 20/10/2019
Sabrine Ingabire. Beeld rv

Column Sabrine Ingabire

Sterke vrouwen blijven vaak onbezongen, omdat ze ongezien blijven

Sabrine Ingabire (23) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Soms overvalt het mij hoe droevig het moet zijn om te geloven dat je veranderlijke concepten als ‘identiteit’, ‘cultuur’ en ‘maatschappij’ in beton kunt gieten – of in een ‘canon’ – waardoor alles en iedereen voor altijd hetzelfde kan zijn en blijven. Zo hoef je nooit meer na te denken over wie je bent, stil te staan bij je gedrag, of te leven in een heterogene samenleving. Zo hoef je nooit meer te leren en te groeien. 

Hoe droevig om zo slecht om te gaan met je identiteitscrisis dat je je bedreigd voelt door iedereen die anders is. En je die mensen daarom wil deporteren. Of minder rechten gunt. Of bier over hen wil gieten. Of hen fysiek wil bedreigen. Hoe droevig om niet mee te kunnen in een snel veranderende wereld. Allee, eerder niet mee te wíllen in een wereld die, ondanks je onverdraagzame tegengestribbel, toch zal blijven draaien.

Daar wil ik het even niet over hebben. Ik wil nu eerder schrijven over sterke identiteiten. Sterke mensen. Over de vrouwen die, ondanks de vele en pijnlijke fysieke en emotionele aanvallen die de wereld op hen pleegde, als een lichttoren onwankelbaar rechtop bleven (be)staan en mij stilzwijgend aanleerden hoe het is om te weten wie je bent, en die persoon zo goed mogelijk te proberen zijn. Met zelfrespect, vastberadenheid, en liefde.

Ongezonde dosis drama

Dat mijn tante, de vrouw die mij opvoedde, dit al heel haar leven aan het doen was, besefte ik pas vier jaar geleden. Toen eindigde mijn eerste grote liefde. Misschien moet ik ook vermelden dat als zwart meisje een jongen met Marokkaanse en Libanese roots daten een hele onderneming kan zijn, die langs beide families een (on)gezonde dosis drama met zich kan meebrengen. Op je zeventiende met hem gaan samenwonen ook. Toen de relatie na drie jaar eindigde, wist ik daarom niet hoe het aan mijn tante te vertellen. Ik koos voor directheid.

“Je dois te dire quelque chose.”

Het klonk zo formeel dat ze rechtop ging zitten.

“Nous avons rompu.”

‘Ah…’

Ze bleef even stil. Ik werd zenuwachtig. ‘Ah’ kan in de mond van een Rwandese vrouw alles betekenen. Maar toen:

“Tu sais, Sabrine, le premier mari d’une femme, c’est son diplôme.”

Ik keek haar verbaasd aan, maar zei niets.

“Ce n’est pas grave, ça ira”, stelde ze gerust.

Eerder dit jaar las ik een zin in Always Another Country van Sisonke Msimang die mij aan deze zomerse dag in 2015 herinnerde: “I see what a mistake it has been to think that, just because she doesn’t talk about racism, she has not felt its lash and string.”

Op die dag, toen mijn tante mijn hartpijn probeerde te verzachten aan de hand van twee zinnen – niet meer, want zo zijn we niet – zag ik mijn fout ook in.

En door die fout in te zien, zag ik mijn tante voor het eerst. Als een echte persoon, zo een persoon van vlees en bloed, als een vrouw met een verhaal dat helemaal losstaat van dat van mij en mijn broertje en haar man en onze familie en de tragediën van ons moederland. Hoewel mijn tante mijn moeder is, had ik haar tot dan nooit bekeken met de adoratie van een kind voor haar ouder: ik keek naar haar als de imperfecte persoon die ze was, haar in de grotere context plaatsend van ons pijnlijk en complex verleden om haar – soms grote – tekortkomingen te vergeven. Maar dit was anders.

Moed

Ik zag plots een verleden waar zij jong en vrij rondliep in haar thuisland, en ondanks een gebroken hart toch achter haar boeken zat, omdat haar diploma belangrijker was dan om het even welke man. Ik zag haar pijn, en haar strijd, en haar gelukkige kindertijd, haar gestolen jeugd, haar verloren toekomsten, haar liefdes en haar dromen, de trauma’s, de oorlogen, het bloed, de tranen, het gemis, het verlies, het racisme, het seksisme, het onrecht dat alomtegenwoordig was in haar leven. Deze dingen had ze nooit getoond, had ik nooit gezien – alleen kracht had ik gezien. Kracht en, eens om de tien jaar, tranen, als het niet anders kon. Ik zag de onmogelijke keuzes die zij als persoon en als vrouw had moeten maken opdat haar jongere broers en zussen, haar kinderen, wij, een stabiel leven zouden hebben. En ook de zwakke keuzes kwamen uit een sterke vrouw. Ik keek naar haar en zag alles wat ik probeerde te zijn – en alles wat ik al was. Hoewel ik veel vaker huilde.

Mijn tante, een Vlaams-Rwandese vrouw, verpersoonlijkt de moed die ik in boeken zocht. Veel van de feministische waarden die ik in mij draag. De goedheid en vrijgevigheid die ik nastreef. Maar sterke vrouwen blijven vaak onbezongen, omdat ze ongezien blijven, ook al zijn zij een alomvattend deel van ons leven. Ook al vormen zij een alomvattend deel van ons ‘zijn’. Ook zij geven vorm aan onze identiteit, cultuur en maatschappij. 

Is er voor zulke vrouwen plaats in zo’n Vlaamse canon?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234