Maandag 20/05/2019
Beeld rv

Standpunt Maarten Rabaey

Spanje stemt roder en meer regionaal dan radicaal

Maarten Rabaey is journalist bij De Morgen.

De winst van socialistisch interim-premier Pedro Sánchez in de Spaanse verkiezingen is ruimer dan verwacht, zodat zijn PSOE aan zet is voor een coalitievorming. Om een werkbare meerderheid te vinden zal hij wel compromissen moeten sluiten met regionalisten, tenzij hij de ‘paarse kaart’ trekt.

De Europese sociaaldemocraten kunnen in de aanloop naar de EU-verkiezingen even opgelucht ademhalen. Er zijn nog socialisten die kunnen winnen. Sánchez haalt 123 parlementszetels, veel meer dan de 84 die ze voordien hadden. Hun meest natuurlijke coalitiepartner is Unidas Podemos. Pablo Iglesias’ partij verloor wel 29 zetels. Een werkbare linkse meerderheid is enkel haalbaar als er elders nog 11 zetels gevonden worden.

Premier Sánchez profiteerde van een versplinterd rechts. De conservatieve oppositiepartij Partido Popular leed onder haar nieuwe leider Pablo Casado een smadelijke nederlaag. Van 137 parlementsleden houden ze slechts 66 afgevaardigden over.

De PP verloor op haar rechterflank 24 zetels aan het ultranationalistische Vox, dat voor het eerst sinds de dictatuur van Francisco Franco extreemrechts terug in het Spaanse parlement brengt. Onder die noemer, tenminste, want de PP ontstond eind jaren 80 zelf uit een partij vol stamboek-franquisten en telt ook vandaag nog oerconservatieven. Vox blijft ook relatief klein.

We kunnen dus niet stellen dat Spanje nu plots geradicaliseerd is, wel integendeel. De PP verloor op haar centrumflank namelijk evenveel kiezers aan een gematigde liberale partij: Ciudadanos (Citizens) groeide van 32 naar 56 zetels.

Met Ciudadanos zou Sánchez een absolute meerderheid kunnen vormen. Die piste zou vernieuwend zijn, maar is niet populair. Ciudadanos-voorzitter Albert Rivera sloot een coalitie met de PSOE uit tijdens de campagne, en zondagavond scandeerden PSOE-aanhangers dat ze niet met hem willen samengaan.

Welke alliantie er ook ontstaat, Sánchez zal het succes moeten erkennen van de regionale partijen in Catalonië, Baskenland en de Canarische Eilanden. Want als er in Spanje sprake is van fragmentatie, dan is dat eerder door regionalisering dan door radicalisering.

Vooral in Catalonië valt op hoe het links-separatistische Catalaanse Republikeins Links (ERC) zijn nationale aandeel van negen naar vijftien zetels verhoogt, terwijl het radicalere Junts per Catalunya – de partij van ex-minister-president Carles Puigdemont – ook zeven zetels haalt. Beide zagen politici verkozen worden die in de cel belandden omdat ze in de herfst van 2017 een onafhankelijkheidsreferendum organiseerden.

De ironie van de geschiedenis is dat hun stem nu wel eens nodig zou kunnen zijn om in het parlement een meerderheid te vinden voor de investituur van een nieuwe Spaanse premier. Nieuwe compromissen tussen Madrid en Barcelona lijken dan ook onafwendbaar, wat een goede zaak zou zijn opdat de focus van het beleid weer op de algemene welvaart en het welzijn van de burgers kan worden gelegd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.