Dinsdag 20/08/2019

Column Hilde Van Mieghem

Sommige ochtenden werd ik wakker en vroeg ik me af of er nog iemand was die wist dat ik bestond

Hilde Van Mieghem. Beeld rv

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Het is zo snikheet dat ik niet meer kan denken. Dat heb je met gestoofde hersens in je kop. Toch word ik er vrolijker van dan van de grijze, sombere weken die eraan voorafgingen.

Na een week Italië met mijn kleindochter Gloria voelde thuiskomen koel en kil aan. Daar, in dat mooie land, begon elke dag onder een stralende zon in een staalblauwe hemel en eindigde hij met een zilveren maan en miljoenen twinkelende sterren. Overdag werd elke minuut aan elkaar gekwebbeld in een allerliefst peutertaaltje. Er werd gelachen, geknuffeld en gezoend dat het een lieve lust was.

Ik hou van Antwerpen in de zomer, de verlaten straten en pleinen, de weinige auto’s en de stilte. Maar deze keer was het beklemmend. De stad lag er humeurig bij onder het grijze wolkendek. De regenbuien en de te koude wind voor de tijd van het jaar joegen de mensen die niet op vakantie vertrokken waren hun huizen in. Op straat zag je niet veel meer dan elektrische steps die her en der over de voetpaden verspreid stonden, hier en daar een eenzame wandelaar met hond en wat vrouwen die boodschappen deden.

Zelf liep ik ook met mijn ziel onder mijn arm door de lege straten, op wandel met Mr. Wilson, mijn hondje. Mijn geliefden en de weinige vrienden die ik heb waren weg. Het gevoel van verlatenheid sloop als een langzaam gif mijn lichaam in en alleen zijn werd ijzige eenzaamheid.

Hoeveel mensen zitten er nu in hun eentje te verpieteren of lopen de muren op nu de zon weigert tevoorschijn te komen en de terrasjes er verlaten bij liggen, vroeg ik me af terwijl ik langs de grijze gevels liep.

Zelfs mijn favoriete restaurantjes en bakker waren dicht. Geen mens die vroeg hoe het met me ging.

Er waren ochtenden dat ik wakker werd en me afvroeg of er nog iemand op de wereld was die wist dat ik bestond. Wist ik het zelf nog wel? De blik van Mr. Wilson en zijn vrolijk gekwispel overtuigden me, ja, ik bestond wel degelijk nog, hij zag me in ieder geval.

Het gebeurt me zelden dat ik me zo godverlaten alleen voel op de wereld. Drop me weken, maanden midden in de natuur en ik mis niets of niemand. Maar de stenen stilte van de stad kneep me de keel dicht. Als een verslaafde die op zoek is naar zijn volgende shot keek ik om de vijf minuten naar het weerbericht. Het moest gaan zomeren. Nu.

‘Eenzaamheid is de grote plaag van onze tijd’, las ik al zo vaak in kranten en tijdschriften. Dat klopt. De sprinkhanen die het Bijbelse Egypte overspoelden zijn er niets tegen.

Maar toen brak eindelijk de zon door, meteen een hittegolf, waarom ook niet? En samen met het zonlicht stroomden ook de berichtjes binnen. Mama, we zijn op weg naar huis!

Ik moest aan Sartres ‘l’enfer c’est les autres’ denken. Ik ben het er niet mee eens.

Soms zijn les autres echt wel le ciel!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden