Maandag 17/02/2020

Opinie

Slachtoffers moeten helemaal niet uit de anonimiteit treden

Petra Van Brabandt.Beeld RV

Petra Van Brabandt is filosofe (Sint Lucas Antwerpen) en extern lid Bureau Integriteit Stad Antwerpen

Gisteren riep Yumi Ng de “vermeende slachtoffers van Bart De Pauw” op om uit de anonimiteit te treden. Slachtoffers moeten helemaal niet uit de anonimiteit treden. Het woord slachtoffers is op zich al een brug te ver; misschien kunnen we ons tot de meer neutrale term ‘klager’ beperken? Een klager kan ook een getuige zijn, wat we als een indirect slachtoffer kunnen beschouwen. En ook als getuige van een inbreuk op integriteit kan je dus een klacht indienen.

Er is bij integriteitsmeldingen bovendien geen enkele morele verplichting om uit de anonimiteit te treden; het is aan de klager zelf om de risico-analyse te maken. Spreken in termen van moeilijk of gemakkelijk, of sterk of zwak, is ongepast en onderwerpt de klager aan een bijkomende morele test. Klagen op zich vraagt al de nodige daadkracht, en ook anonimiteit kan een sterktebod zijn.

Te goeder/kwader trouw

Eenmaal een klacht is ingediend is het aan de integriteitsdienst van de organisatie om te onderzoeken of deze klacht waarheidsgetrouw is. Als een klacht niet waarscheidsgetrouw is, kan men onderzoeken of de klager te kwader trouw gehandeld heeft. Laat ons niet vergeten dat zelfs een niet waarheidsgetrouwe klacht te goeder trouw gemeld kan zijn. Als men op kwade trouw botst, kan men de klager zelf een inbreuk op integriteit verwijten.

Het is belangrijk integriteit los te koppelen van wat onder het strafrecht valt. Een persoon die een misdaad begaat, gedraagt zich natuurlijk niet integer; één van de basisprincipes van integriteit is dat je de wet respecteert. In dit geval moet de organisatie het parket of de politie inschakelen. Dat iemand geen inbreuk op de integriteit gepleegd heeft omdat hij geen misdaad heeft begaan, is een denkfout die we leren vermijden in het basisonderwijs. Denk terug aan de deelverzameling: het is niet omdat vrouwen tot de verzameling mensen behoren, dat alle mensen tot de verzameling vrouwen behoren. Het is niet omdat een misdaad tot de verzameling van niet-integere handelingen behoort, dat alle niet-integere handelingen misdaden zijn.

Hoge bomen

Integriteit wordt in de meeste organisaties vormgegeven door een deontologische code, ethische principes en specifieke waarden. De stad Antwerpen bijvoorbeeld toetst integer gedrag af aan de specifieke A-waarden die in de organisatie geïntegreerd zijn. Gedrag dat incompatibel is met deze code, ethiek of waarden, of zelfs met de perceptie van incompatibiliteit, kan leiden tot een vertrouwensbreuk. Hoe groter de impact, visibiliteit, of machtspositie van de persoon in kwestie, hoe ernstiger de inbreuk beschouwd wordt. Dus binnen een integriteitsperspectief verhoudt de proportionaliteit zich niet noodzakelijk tot de handeling, maar eerder tot de impact en visibiliteit van de persoon. Hoge bomen vangen veel wind, en dit neem je best mee in de risico-analyse van je positie. Niet alleen onkreukbaarheid, maar ook de perceptie van onkreukbaarheid is wat integriteit eist van een persoon in een machtspositie.

Wanneer je een machtspositie bekleedt, heb je een morele voorbeeldfunctie. Het is dan ook vanzelfsprekend dat je integriteit tot onderwerp van het publiek debat wordt. In het publieke debat, of het nu over popsterren of politici gaat, tasten we samen onze morele gevoeligheden en inzichten af. Dit is hoe we een morele cultuur vormen en doorgeven. Cultuur-pessimistische analyses over de “heksenjacht” of “hetze” van de sociale media slaan hier de bal volledig mis; dit zijn momenten van verhoogde morele uitwisseling en aftoetsen, misschien zelfs van het conflictueuze herontwerpen van hoe we de dingen moeten zien. Geloven we echt dat toen Augustus zijn dochter Julia verbande, zij niet over de Romeinse tongen ging? Dat men niet probeerde te begrijpen, verwijten, en eigen angsten bezweren? Dit is deel van het misschien tragische lot van succes, en als het even meezit, blijft het beperkt tot je professioneel functioneren, waar integriteit de troefkaart is.

Voorbeeldig

Vandaag heb je zelfs communicatiebureaus die je daarin adviseren; hoe de toon van het morele debat zetten en manipuleren. De ene crisis-communicatie is natuurlijk niet de andere, de juiste experts inzetten vraagt wat onderscheidingsvermogen. Maar het is ook aan ons om kritisch te blijven over wie de termen van het morele debat zet, en wie dus beïnvloedt welk debat we voeren en hoe.

De traditionele media hebben het debat in de voorbije dagen voorbeeldig gemodereerd. We hebben niet zozeer de publieke figuur verketterd, maar wel uitgewisseld over communicatie, genderrelaties, en integriteit. Ongetwijfeld had men de specifieke inhoud van persoonlijke berichten niet hoeven te communiceren, maar ‘ik wil je neuken’ klikt nu eenmaal beter dan 'licht-pornografische inhoud'. Laat ons hopen dat diezelfde media even enthousiast blijven wanneer de focus zich verplaatst naar minder sexy domeinen, zoals de academische wereld.

Toch nog een laatste noot voor zij die de laatste dagen hun grote bezorgdheid hebben geuit over de komst van “De Nieuwe Preutsheid”. Een integriteitscultuur is perfect compatibel met een liberale seksuele moraal, zelfs een transgressieve erotiek en een spannende “flirt-cultuur.” De dynamieken van verlangen, verleiding, en genot reduceren tot het inzetten van machtsposities als erotische vrijgeleide getuigt van weinig liberale verbeelding. Wie kan met enige ernst hoog houden dat patriarchale formats bevrijdend zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234