Woensdag 01/04/2020

Opinie

Seksuele opvoeding uitstellen maakt kinderen kwetsbaar voor seksueel misbruik

VRT-journalist Phara de Aguirre kroop voor de 'Koppen'-reportage 'Mag ik jouw vriend worden?' virtueel in de huid van een tienerjongen.Beeld VRT

Liesbeth Kennes is sociaal pedagoge, initiatiefneemster van 'Wij spreken voor onszelf' en co-auteur van het boek '#seksisme' (Polis).

Met 'Mag ik jouw vriend worden?' illustreert 'Koppen' hoe seksuele plegers gebruik maken van sociale media om jongeren tot slachtoffer te maken. Grooming is geen nieuw fenomeen, maar krijgt via het internet wel een andere invulling en een groter bereik. Seksuele opvoeding vermijden tot in de puberteit maakt kinderen kwetsbaar voor seksueel misbruik, online en offline.

Bij grooming wordt een minderjarige benaderd met het oog op seksueel contact. In 80 à 95 procent van de gevallen van kindermisbruik is de dader een bekende. De pleger springt dus meestal niet uit een bosje tevoorschijn, maar gaat gewiekst en planmatig te werk. Hij/zij wil de slaagkans maximaliseren en dan kom je maar best goed voor de dag.

Om succes te verzekeren investeert hij in het opbouwen van een vertrouwensband met het kind (en met de ouders). Deze band moet later de geheimhouding en loyaliteit veiligstellen. De grens wordt geleidelijk verlegd en zo wordt de minderjarige zogezegd medeplichtig: "Maar je hebt dat cadeautje toch aangenomen?", "toen heb jij toch een kusje gegeven?"

Het internet - en sociale media in het bijzonder - maken het voor daders gemakkelijker om hun slag te slaan. Er is een onuitputtelijk aanbod aan potentiële slachtoffers; informatie als interesses, hobby's, ruzies met de ouders etc. - cruciaal in het groomingproces - ligt voor het grijpen. De relatieve veiligheid van het internet stelt eenieder in staat een valse identiteit aan te nemen. Comfortabel in zijn zetel gezeten, kan de pleger op meerdere paarden tegelijk wedden. De afwezigheid van ouders online maakt dat hij enkel de jongere voor zich moet zien in te nemen en dat is niet moeilijk, zo toont 'Koppen' ons.

In de reportage bespreekt Peter De Waele, expert in seksueel kindermisbruik bij de Federale Politie, factoren als de kwetsbaarheid van jongeren en hun onvermogen om de risico's van het internet in te schatten. Om hieraan tegemoet te komen, kan het gezamenlijk bekijken en bespreken van dergelijke reportages, in de klascontext of thuis, een educatieve meerwaarde zijn. Dewaele heeft het echter ook over de nieuwsgierigheid naar seksualiteit bij (jonge) jongeren en hier zie ik een lacune in de seksuele voorlichting.

Vaak wordt seksuele opvoeding beperkt tot 'het gesprek': wanneer het kind een puber wordt en er dus seksueel contact te verwachten is, voelen ouders zich genoodzaakt om seks te bespreken. Dat is niet voldoende. Seksuele opvoeding moet jonger beginnen. Vanaf de leeftijd van een jaar leren we kinderen lichaamsdelen te benoemen: hoofd, schouders, knie en teen (knie en teen). De genitaliën worden overgeslagen, een gevolg van onze eigen schaamte over seksualiteit? Maar als je een lichaamsdeel niet benoemt, dan geef je het kind de boodschap dat het taboe is. Leer hen hun eigen grenzen ervaren en die duidelijk te communiceren aan anderen. Leer hen grenzen van anderen te respecteren. Spreek over seksualiteit, geef kinderen informatie en taal, op maat van hun ontwikkelingsniveau. Die woorden en het vertrouwen dat volwassenen ze kunnen en willen horen, hebben kinderen nodig, zeker als er ooit iets misgaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234