Maandag 01/03/2021

OpinieDirk Van Damme

Scholen per se willen openhouden: nobel, maar nu niet effectief

Dirk Van Damme. Beeld ID/Franky Verdickt
Dirk Van Damme.Beeld ID/Franky Verdickt

Dirk Van Damme is onderwijstopman bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Scholen zijn een erg gevoelige materie tijdens deze coronacrisis, getuige de heftige reacties op sociale media wanneer schoolsluitingen ter sprake komen. Een tweet van 140 tekens is veel te kort voor een grondig verhaal. Wat volgt is een uitnodiging om genuanceerd over oplossingen te denken.

De wereld is aan een ongeëvenaard experiment van kennisontwikkeling bezig. Dat geldt zeker voor het virologisch en epidemiologisch onderzoek en de ontwikkeling van vaccins. Maar ook voor de kennis over strategie en beleid. Tussen de eerste golf in het voorjaar – toen de wereld werd verrast en moest improviseren – en vandaag is er grote vooruitgang geboekt. Landen en overheden leren van elkaar. We leren ook wat de schadelijke effecten zijn van bepaalde maatregelen. Ondanks de wetenschappelijke inspanningen blijven veel vragen onbeantwoord. Over weinig aspecten is er volstrekte consensus onder experten. En het virus gedraagt zich raadselachtig en onvoorspelbaar.

Dat kinderen minder snel ziek worden na besmetting, is duidelijk. Maar dat is de kwestie niet. Het is veel belangrijker dat schoolgaande kinderen een rol spelen in de transmissie van het virus in de bevolking, in het bijzonder tussen generaties. Scholen beantwoorden aan wat sommige landen de ‘drie C’s’ noemen: ‘closed’, ‘crowded’ en ‘close-contact’. Er zijn ook de onrechtstreekse effecten veroorzaakt door de mobiliteit naar en van school. Hoe sterk de impact is van het openhouden of sluiten van scholen in vergelijking met andere interventies, is voer voor debat, maar de vraag doet eigenlijk weinig terzake. Alle landen zijn het er namelijk over eens dat het sluiten van scholen de allerlaatste stap is. De vraag is dus niet of scholen een ‘motor’ of een ‘hulpmotor’ in de pandemie zijn. De vraag is welke bijkomende winst het sluiten van scholen oplevert wanneer andere maatregelen (inclusief deze in de scholen zoals afstandsregels en het gebruik van mondmaskers in de klas) zijn uitgeput of, helaas, onvoldoende worden opgevolgd. En hoe die winst zich verhoudt tot de berokkende schade.

Die schade in de vorm van leervertraging bij kinderen en jongeren en de groeiende kansenongelijkheid is zeer groot. Maar we ontdekken ook dat die leervertraging geen vaststaand gegeven is, maar vooral afhangt van de soepelheid waarmee tussen contactonderwijs en afstandsonderwijs kan worden geschakeld. Dat laatste hangt weer af van de pedagogische en digitale competenties van leraren, van de digitale infrastructuur op school en thuis, de aanwezigheid van kwaliteitsvolle leermaterialen, enzovoort.

Recept voor mislukking

Velen staren zich blind op een rigide idee van onderwijstijd, en dan is elk uur zonder contactonderwijs een verloren uur dat ooit moet worden gecompenseerd. Zo werkt het niet. Niet in het algemeen, en zeker niet op het niveau van individuele leerlingen. Sommige leerlingen hebben veel minder tijd nodig om de beoogde leerwinst te boeken en doen het ook vrij behoorlijk met afstandsonderwijs. Anderen hebben ook in contactonderwijs veel meer tijd nodig dan de modale leerling en hinken verder achter met afstandsonderwijs. Het quasi-industriële idee van goed onderwijs ongenuanceerd toepassen op onderwijs in tijden van Covid-19, is een recept voor mislukking. Dat de crisis ons dwingt om na te denken over ander en beter onderwijs in een digitale wereld, is geen dagdromerij van futuristen.

In veel landen is de jongste weken de vraag weer op tafel gekomen of de scholen opnieuw moeten sluiten om de tweede golf het hoofd te bieden. Na de virologische en epidemiologische wetenschap en de kennis over de leervertraging in de weegschaal te hebben gelegd, beslisten veel landen om de scholen (deels) te sluiten. En die allerlaatste stap blijkt te werken. Dat wisten we al uit ervaringen in China, Taiwan, Korea, Japan en Singapore, maar blijkbaar zijn mensen hier niet snel geneigd van deze landen te leren. Bovendien weten we dat Nieuw-Zeeland en de staat Victoria in Australië de curve slechts hebben kunnen platslaan door naast alle andere (veel strengere maatregelen dan in België) de scholen te sluiten. De meeste staten in de VS hebben nu ook de scholen gesloten. Allemaal landen die zich op een lager besmettingsniveau bevinden dan Europa, het epicentrum van de tweede golf.

Dichter bij huis hebben Oostenrijk, grote delen van Italië, Polen, Slovenië, Estland, Litouwen, Tsjechië en dan vorige week ook Duitsland en Nederland de scholen geheel of gedeeltelijk gesloten. De beslissing ligt op de tafel in het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Noorwegen en Denemarken. Zelfs Zweden lijkt overstag te gaan. 

Zijn al deze landen waanzinnig geworden of minder verstandig dan ons land? Met wereldwijd de hoogste Covid-19-gerelateerde mortaliteit heeft België de geloofwaardigheid verloren om de wereld de les te spellen. Ik ervaar elke dag opnieuw dat internationale collega’s België als het land beschouwen waar men zeker niet moet naar kijken voor ‘best practices’.

Geen alternatief?

Hoe pijnlijk ze het zonder uitzondering ook vinden, al die beleidsmakers komen tot hetzelfde besluit: wil men de curve terugdringen en een derde golf vermijden, is er geen alternatief. Virologen weten dit, politici ook, maar aarzelen omwille van het gebrek aan draagvlak. Een vooruitziende politica zoals Angela Merkel heeft in Duitsland de forcing moeten voeren tegenover de weigerachtige deelstaten bevoegd voor onderwijs.

Het sluiten van scholen wordt gelukkig steeds minder een ‘alles of niets’-discussie. Men zoekt naar gemoduleerde oplossingen. Op de eerste plaats door het afstandsonderwijs goed te organiseren, met digitale leerplatformen die middels learning analytics en artificiële intelligentie de vooruitgang van leerlingen monitoren. Ook door tutoring systemen uit te bouwen als alternatief voor klassikaal onderwijs; of door tussen scholen en leerlingen te differentiëren en te prioriteren. Vandaar dat het sluiten van kleuter- en lagere scholen minder voor de hand ligt dan secundaire scholen en hoger onderwijs. Scholen voor buitengewoon onderwijs worden ook vaak uitgezonderd. Opleidingen met veel praktijkonderwijs kunnen onder specifieke voorwaarden blijven opereren. Sommige scholen geven leerlingen die thuis niet de mogelijkheid hebben om goed te leren de kans om naar school te komen, samen met de kinderen van ouders in essentiële beroepen. Deze differentiatie lijkt goed te werken, omdat ze drastisch de mobiliteit naar en van en de interactie in de school vermindert terwijl ze toch aan de noden van de meest behoevende leerlingen tegemoet komt.

Absoluut de scholen willen openhouden is vanuit ethisch en pedagogisch standpunt nobel, maar in de huidige evolutie van de curves niet de meest effectieve strategie. Door scha en schande hebben landen geleerd dat de korte pijn op termijn veel beter is dan een halfslachtige en laattijdige aanpak. Ook ethisch en pedagogisch is snel en doortastend optreden beter als het netto resultaat op termijn positief is. Nu doorbijten, de tweede golf de kop indrukken, een derde golf vermijden, dat geeft ook de beste kansen op goed onderwijs vanaf februari. Het alternatieve scenario is het voorjaar 2020 nog eens overdoen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234