Zondag 25/07/2021

OpinieDieter Lesage

Sammy Mahdi kan tonen dat politiek niet alleen een hard beroep, maar ook een mooi beroep kan zijn

Hongerstakers in de Brusselse Begijnhofkerk. Beeld Marc Baert
Hongerstakers in de Brusselse Begijnhofkerk.Beeld Marc Baert

Dieter Lesage is een Belgisch-Duitse filosoof. Hij doceert politieke theorie aan het RITCS (Brussel) en woont in Berlijn.

In zijn column ‘Politiek is een hard beroep, weet Sammy Mahdi’ (De Morgen, 3 juli 2021) springt Mark Elchardus in de bres voor de staatssecretaris voor Asiel en Migratie. De socioloog beroept zich op Max Weber, om twee hokjes te timmeren voor twee schijnbaar volstrekt verschillende types van politici. Er zijn de politici die, zoals Sammy Mahdi, handelen vanuit een verantwoordelijkheidsethiek. En er zijn andere politici, die Elchardus in het kamp van de Franstalige partijen PS en Ecolo situeert, die hun overtuigingen laten primeren en zich daardoor onverantwoordelijk zouden gedragen: “Zij verliezen de kern van de zaak uit het oog: een degelijk migratie- en asielbeleid dat een einde stelt aan het bloedspel door betere grensbewaking, snellere asielprocedure, een doeltreffender terugkeerbeleid en geen regularisaties.”

Wat Elchardus echter als de kern van de zaak presenteert, zijn slechts mogelijke, geenszins noodzakelijke politieke strategieën om met migratie om te gaan. De kern van de zaak is veeleer dat vele landen en regio’s op onze planeet politiek, economisch of ecologisch onleefbaar zijn of het binnenkort worden. Vluchten is dan geen spel, maar voor velen een levensreddende noodzaak. Het is principieel niet illegaal om asiel of bescherming te zoeken buiten het eigen land wanneer het onmogelijk is geworden om er te leven. Indien echter de zogenaamde “betere grensbewaking” de vorm aanneemt van illegale push-back-operaties, hetzij door een nationale grenspolitie, hetzij door FRONTEX, dan is duidelijk dat sommigen het liefst zouden zien dat vluchtelingen er niet eens meer in slagen om het Europees grondgebied te bereiken, hetgeen een formele voorwaarde is om er asiel of bescherming aan te vragen. Verder heeft niemand iets tegen een “snellere asielprocedure”, maar als deze uitdrukking in één adem wordt genoemd met “een doeltreffender terugkeerbeleid en geen regularisaties”, dan begrijpt men wat er vooral geacht wordt snel te gaan: de afwijzing en de uitwijzing.

Het Europese asielbeleid wordt al jaren gedomineerd door een bijzonder repressieve toon die ook weerklinkt in het stuk van Elchardus. Angela Merkels beroemde uitspraak op de Bundespressekonferenz van 31 augustus 2015 – “wir schaffen das”, de Duitse vertaling van “yes we can” – zorgde voor een welgekomen, zij het al te tijdelijke, afwisseling. Is het vergezocht om te veronderstellen dat de strenge toon van het asielbeleid mee verantwoordelijk is voor het feit dat vele vluchtelingen de illegaliteit verkiezen, uit angst dat hun aanvraag van asiel of bescherming toch niet zal worden erkend?

In zekere zin produceert het asielbeleid en zijn harde retoriek ten dele de illegaliteit waarmee het vervolgens de asielzoekers die na vele jaren schuchter tevoorschijn komen aan de schandpaal nagelt. Net iets meer empathie met de mogelijke beweegredenen voor illegaliteit zou het asielbeleid niet misstaan, ook wanneer dat betekent dat men als politicus grootmoedig moet toegeven dat de toon van het asielbeleid allicht ook mensen de stuipen op het lijf heeft gejaagd die zonder meer asiel of bescherming hadden gekregen indien ze het van meet af aan correct hadden aangevraagd. In deze context zijn regularisaties, of zij dan individueel dan wel collectief worden georganiseerd, een volstrekt legitieme wijze om van de nodige empathie te getuigen. Het is een manier om mensen wier grootste misdaad is dat zij vele jaren in angst hebben geleefd, te decriminaliseren. Misschien hebben de zogenaamde “onverantwoordelijke” linkse Franstalige politici met hun overtuigingen alleen iets meer aanleg voor empathie wanneer zij voor regularisaties pleiten. Aangezien het bashen van PS en Ecolo bijzonder populair is bij de rechtse Vlaamse partijen in de federale oppositie, lijkt het alsof de gerenommeerde socioloog uitgerekend naar het applaus van die partijen hengelt wanneer hij Franstalige partijen “onverantwoordelijkheid” toedicht, terwijl ze alleen tot empathie in staat blijken. Er zijn genoeg redenen om te geloven dat ook de staatssecretaris voor Asiel en Migratie tot empathie in staat is, alleen moet hij die nu ook nog georganiseerd krijgen.

Met zijn stuk wil Elchardus echter de staatssecretaris aanmoedigen ten allen prijze vast te houden aan een stoere houding. Zo wil hij ons doen geloven dat een politiek van afwijzing ten aanzien van de hongerstakers op de keper beschouwd meer van medemenselijkheid zou getuigen dan de progressiviteit van hetgeen hij, sociologisch nogal flou, “bepaalde middens” noemt. Mahdi’s strengheid zou een afschrikkingseffect hebben dat ertoe bijdraagt dat vele vluchtelingen de overtocht over de Middellandse Zee niet meer zullen wagen, waardoor ze ook niet meer zullen verdrinken. In een bizarre redenering wordt Mahdi door Elchardus dan ook gehuldigd als hun toekomstige redder, ongeacht de vraag of ze, door het feit dat ze al niet eens zullen proberen te vluchten, allicht juist daardoor zullen sterven. Wie daarentegen thans empathisch wil zijn, wordt door Elchardus alvast schuldig bevonden aan de toekomstige verdrinkingsdood van duizenden vluchtelingen die zich aangetrokken zullen weten door het vooruitzicht van een humaan onthaalbeleid.

De overtuiging van partijen en andere organisaties die tegenover de hongerstakers meer medemenselijkheid willen zien, is ook een overtuiging met betrekking tot een breder concept van verantwoordelijkheid dan het smalle begrip dat de zogenaamde verantwoordelijke politicus hanteert. Er is niets onverantwoordelijks aan de overtuiging dat de politiek een bijzonder grote verantwoordelijkheid draagt wanneer zij geconfronteerd wordt met een hongerstaking van mensen zonder papieren. Vanzelfsprekend is deze hongerstaking een ongevraagd appèl aan verantwoordelijke politici, maar het is pas wanneer we ongevraagd geïnterpelleerd worden dat verantwoordelijkheid haar diepere betekenis laat zien. Wij zijn als gemeenschap collectief verantwoordelijk voor het lot van deze mensen, ook al hebben wij hen niet uitgenodigd. Door het feit echter dat zij thans zo zichtbaar in ons midden zijn, waar ze al die tijd al waren, worden wij dringend opgevorderd ons hun lot aan te trekken. Onze relatie tot de ander wordt structureel bepaald door onze verantwoordelijkheid ten aanzien van de ander. Wanneer de ander door acties zichtbaar wordt, kunnen wij op onze beurt onze verantwoordelijkheid niet meer verstoppen.

De kern van de linkse ‘Gesinnungsethik’ die Elchardus verkettert als onverantwoordelijk, is juist een breder concept van verantwoordelijkheid, waarbij bijvoorbeeld Europa medeverantwoordelijk kan worden gesteld voor oorlogen en klimaatcatastrofes die mensen buiten Europa ertoe dwingen te vluchten, al dan niet naar Europa. Omgekeerd zou het zomaar kunnen dat de bejubelde harde politiek van zogenaamde ‘Verantwortungsethik’ gemotiveerd wordt door de cynische berekening dat de hardvochtige overtuiging die men daarmee zo stellig tot uitdrukking brengt, goed aankomt in bepaalde rechtse middens.

Ongetwijfeld is politiek een hard beroep, niet echter omdat men als politicus hard moet zijn, maar omdat politici de verantwoordelijkheid hebben om oplossingen te bedenken voor zware problemen en immense uitdagingen die zich ongevraagd stellen. En het probleem stélt zich thans in zijn schrijnende concreetheid: het gaat om deze mensen, hier en nu, het gaat om hun vraag, hun leven. Sammy Mahdi lijkt zich alsnog te hebben vastgebeten in de positie dat het allemaal niet zijn probleem is als sommige mensen beslissen om niet meer te eten. Indien het daarbij zou blijven, dan zou dit hem, anders dan de lofzang van Elchardus het wil, tot een onverantwoordelijke politicus maken. Nog beschikt Sammy Mahdi echter over een aantal mogelijkheden om te laten zien dat politiek niet alleen een hard beroep, maar ook een mooi beroep kan zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234