Zaterdag 15/08/2020
Saskia de Coster.Beeld DM

ColumnSaskia de Coster

Rode letters op de gebouwen van afbrokkelend beton roepen ons toe: ‘Non sono Gomorra’

Saskia de Coster is schrijver van de romans Wij en ik en Nachtouders. Haar column verschijnt tweewekelijks.

De onafgewerkte torengebouwen langs de weg naar Napels moeten bewijzen dat de maffia het zwijgen wordt opgelegd. Is er vuil geld in het spel, dan legt de overheid de bouwwerken stil. Langs de rommelige autostrade staan prostituees, zonder mondmaskers. Achter de struiken wachten hun matrassen. Carabinieri steken ons over de witte lijn voorbij. Zij mogen dat, zij zijn de wet.

We logeren in het hart van Napoli, in Quartieri Spagnoli. Dat is een arme, wilde volkswijk, met steegjes die te smal zijn om zonlicht en social distancing toe te laten. Scooters bewegen er dag en nacht, nerveus als vliegen gevangen in het web van straatjes, nooit gaat het in een rechte lijn. Gelukkig staan de heiligenbeelden hen op iedere hoek bij. Ook mijn Italiaanse gezelschap kan geen touw vastknopen aan het heftige Napolitaanse dialect. Te midden van het lawaai en leven zit een oude man onbewogen op zijn plastic stoel te kijken, als een hond naar de tv. Het licht in zijn geest is gedoofd, het is te laat, hij geraakt hier nooit meer weg en ziet anderen vertrekken. De Gomorra, de Napolitaanse maffia, ronselt hier onder de hangjongeren zijn voetvolk, wordt gefluisterd. De droom van rijkdom is de droom dat alles vlot zal verlopen. Hoe meer geld, hoe minder oponthoud in het leven.

Zonder telefoons of geld nemen we de metro naar de Napolitaanse buitenwijk La Scampia, berucht door de verfilming van Roberto Saviano’s Gomorra. Het nieuwbouwproject uit de jaren zestig moest wel mislukken: scholen en winkels waren niet voorzien. Na een aardbeving zijn de armsten hier in de jaren tachtig ondergebracht. Criminaliteit was de logische optie, en in Italië betekent dat met de donkere rand van drugshandel, afpersing en moord, getekend maffia. Saviano noemt Scampia “oorlogsgebied in het hart van Europa”.

Bij de laatste halte stappen we uit in een doodstille, postapocalyptische koortsdroom van 35 graden. Rode letters op de gebouwen van afbrokkelend beton roepen ons toe: ‘Non sono Gomorra’ en ‘Wij zijn het probleem niet’. Alsof ze ons terechtwijzen. Vanaf balkons worden we in de gaten gehouden maar op straat is er niemand te zien, behalve twee idioten zonder telefoon in een kapotte buurt.

’s Avonds eten we in het stadscentrum bij vader en zoon in het oude, bekende visrestaurant Da Antonio. Het is een piepkleine ruimte vol spiegels waar je als vissen in een bokaal weerspiegeld wordt. Opeens laat de zoon alles vallen, om overdreven hartelijk een gegroefde en getatoeëerde zestiger in dure sportkleren te gaan begroeten. Alles valt stil. De zestiger is behangen met diamanten die alle kanten op fonkelen tegen de spiegels. De jonge, zwarte gezellin van de goudvis drapeert zich over een stoel, zij worden op hun wenken bediend. De zestiger eet pasta vongole, schuift zijn stoel naar achter en wandelt weg zonder betalen. Zo vlot gaat dat met rijkdom en bepaalde privileges. Hij laat de schaamte achter. Iedereen weet het, tot welke famiglia hij behoort. Iedereen zwijgt, ook de dode vis op mijn bord houdt zich aan de zwijgplicht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234