Zondag 21/04/2019

Standpunt

Richt een oorlogstribunaal voor Europese Syriëstrijders op

Maarten Rabaey. Beeld Tim Dirven

Maarten Rabaey is journalist bij De Morgen.

Frankrijk plant al zijn jihadistische strijders uit Koerdisch gebied in Syrië terug te halen en te berechten. België doet niet mee. Nochtans zou intense samenwerking met de regering in Parijs nuttig kunnen zijn om te vermijden dat terreurverdachten weer met de noorderzon verdwijnen.

De Franse beslissing om een vijftigtal jihadistische strijders, en een honderdtal vrouwen en kinderen, terug te halen uit het Koerdische gebied van Syrië komt er onder Amerikaanse druk. De VS trekken zich binnenkort terug uit Syrië. De Koerden vrezen niet onterecht dat dat hun tegenstrevers – het Syrische regime, Rusland, Iran, Turkije, islamistische milities… – ertoe kan aanzetten nieuwe fronten te openen. Daarom lieten ze herhaalde keren verstaan dat buitenlandse IS-strijders en hun familie teruggehaald moeten worden. Zo niet bestaat de kans dat ze hen gewoon wegsturen omdat ze niet de middelen hebben om ze te bewaken.

Daarom is het tijd om een afweging te maken. Riskeren we dat deze strijders en hun families aan elke controle ontsnappen en sommigen weer aanslagen op onze bodem kunnen plannen? Of grijpen we de kans van de Franse operatie aan om ook een groep Belgen over te brengen?

Als we zouden samenwerken met de Franse regering, kunnen we zelfs denken aan een derde weg. Sinds IS militair werd verslagen stelt zich de vraag waar het voornemen van Europese landen blijft om hun opgepakte Syriëstrijders te laten berechten door een gezamenlijk tribunaal, al dan niet in samenwerking met het Internationaal Strafhof uit Den Haag.

Een speciale raadkamer zou vooraf kunnen beslissen wie doorverwezen wordt naar justitie in eigen land – hier al bij verstek veroordeelden of handlangers, bijvoorbeeld. Wie nog verdacht wordt van oorlogsmisdaden of grensoverschrijdende terreur zou voor het uitzonderlijke tribunaal kunnen verschijnen.

Een concreet voorbeeld is de wijze waarop de Libische verdachten van de aanslag op het Panam-vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988 werden vervolgd.
 Zij werden in 2000 berecht door een tribunaal naar Schots recht, dat, met een mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, gevestigd werd op een oude VS-basis in Nederland. Door de internationalisering van dat proces hadden de openbaar aanklagers meer middelen om grensoverschrijdend te werken.

Een tribunaal voor de Europese Syriëstrijders zou ook veel nieuwe informatie over hun terreur aan het licht kunnen brengen, en een opstapje kunnen zijn naar een grootschaliger Syrië-tribunaal dat ook andere oorlogsmisdadigers uit het conflict kan berechten.

Als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad heeft België alle troeven in handen om aan de slachtoffers van IS en andere Syriëstrijders te tonen dat het ons menens is om het internationaal recht te laten spreken. 

Het enige wat ontbreekt is politieke wil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.