Donderdag 09/04/2020

OpinieRuben Verborgh

Privacy is niet echt het probleem, maar innovatie

Ruben Verborgh.Beeld rv

Ruben Verborgh is computerwetenschapper verbonden aan de UGent en imec.

Het fundamentele probleem is dat onze gegevens opgesloten zitten in de platformen van grote internetbedrijven. Hoe kunnen we opnieuw baas worden over onze eigen data?

Er wordt vaak gezegd dat we een privacyprobleem hebben, maar als je ’s ochtends wakker wordt met pijn op de borst en een droge hoest, zou je dat dan ook een ‘koortsprobleem’ noemen? Nee, want dat zijn allemaal symptomen van één onderliggende oorzaak: het probleem is dat je ziek bent. Net zomin als hoestsiroop een longontsteking kan genezen, kunnen we de problemen rond het gebruik van onze persoonlijke gegevens niet oplossen door te focussen op privacy. Om een werkende remedie te vinden, moeten we eerst de juiste diagnose stellen.

Wat we vandaag ervaren is fundamenteel een innovatieprobleem en ons gebrek aan privacy is daar een gevolg van. Als je niet overtuigd bent van het gebrek aan innovatie bij de grote internetbedrijven, moet je maar eens de volgende vraag proberen te beantwoorden: op welke manier heeft Facebook het afgelopen decennium jouw newsfeedervaring verbeterd? Tien jaar is een eeuwigheid in de IT-wereld. Toch kunnen de meeste mensen aan wie ik deze vraag stel maar één verbetering opnoemen: we kunnen nu ook reageren met vijf emoties in plaats van met één enkele vind-ik-leuk-knop.

Er zijn twee redenen voor dit innovatieprobleem. De eerste is dat grote bedrijven terughoudend zijn om te innoveren op vlak van gebruikerservaring. Ze ontwikkelen hun producten voor de gemiddelde gebruiker, die niet bestaat. Grootmoeders en hun kleinkinderen gebruiken dezelfde applicatie om te communiceren. Dat doen ze niet omdat die hen de beste ervaring biedt, maar omdat dit nu eenmaal het platform is waar hun data opgeslagen zitten. Aangezien ze toch al over onze data beschikken, hebben die bedrijven geen enkele incentive meer om er nog iets aan te veranderen. Als we anno 2020 met dergelijke onbevredigende compromissen moeten leven, dan is er van gezonde competitie duidelijk geen sprake.

Het tweede probleem is zo mogelijk nog erger. Bedrijven die wél willen innoveren, kunnen de markt niet betreden, want ze krijgen geen toegang tot de data. Een start-up die met een briljant idee op de proppen komt, bijvoorbeeld een concept voor een nieuwe newsfeed, is binnen het huidige verdienmodel gedoemd om te mislukken. Potentiële gebruikers zouden namelijk eerst hun persoonlijke gegevens moeten doorsturen. Het succes van die start-up zal dus afhangen van de kleine schare mensen die bereid is een nieuw digitaal leven te beginnen, tenzij Facebook alsnog een applicatie zou ontwikkelen waarmee je je data gemakkelijk kan overdragen. Dat laatste lijkt onwaarschijnlijk. En laten we wel wezen: om te innoveren zou je toch niet de goedkeuring van Facebook nodig moeten hebben?

We hebben hier te maken met oneerlijke competitie. De oorzaak daarvan is dat data en apps onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Elke app vraagt onze gegevens op (of verzamelt die zonder toestemming). Toch heb ik verschillende bedrijfsleiders ontmoet die, als ze de keuze zouden hebben, liever géén dataverzamelaar willen zijn. Het verzamelen van data is moeilijk en duur. Nieuwe wetgeving maakt het er niet gemakkelijker op, en alleen multinationals kunnen het zich permitteren om regulering te omzeilen. Wat kleine of middelgrote bedrijven ook proberen, ze zullen er nooit in slagen om meer data te verzamelen dan de internetreuzen. Deze ratrace schaadt dus niet alleen de consument, maar ook de innovatieve spelers.

Als we een einde willen maken aan dit opbod, dan moeten we de relatie tussen mensen, applicaties en data fundamenteel herbekijken. Dat wil zeggen: de data weghalen bij de app en ze terug in handen van de gebruiker leggen. Daarom zou iedereen zijn eigen ‘datakluis’ moeten hebben waarin je alle gegevens kan bewaren die je zelf hebt aangemaakt (of anderen voor jou). Het sleutelwoord is interoperabiliteit: net zoals je een USB-geheugenstick in eender welke computer kan pluggen, zou je jouw kluis met persoonlijke gegevens vanuit elke applicatie moeten kunnen opvragen. Die datakluis moet goed beveiligd zijn. Alleen jij mag de controle hebben over wie welke gegevens kan invullen of opvragen. Je kan gegevens opmaken in de ene app en die moeiteloos meenemen naar een andere app. Door data te bewaren in zo’n kluis kan je ook communiceren met mensen die liever een andere app gebruiken. Gedaan met het installeren van verschillende berichtenapps om verschillende mensen te kunnen contacteren. Jij kiest de app die het best bij je past en die communiceert rechtstreeks met de data van je vrienden.

Op die manier kunnen we de winner-takes-it-all-strategie van de grote dataverzamelaars doorbreken en vervangen door eerlijke competitie op twee niveaus. Op het eerste niveau zullen verschillende apps worden ontwikkeld die gebruik maken van dezelfde data. Aangezien die apps niet langer al je data bijhouden, zal het ieder vrij staan om een andere app te installeren die een betere gebruikerservaring biedt. In zo’n competitie zouden verschillende bedrijven gedijen, omdat ze zich elk op verschillende marktsegmenten kunnen gaan richten. Het ene bedrijf kan bijvoorbeeld een applicatie ontwikkelen voor grootmoeders, het andere voor hun kleinkinderen. Op het tweede niveau zal een afzonderlijke concurrentie tussen opslagproviders ontstaan. U kunt uw gegevens plaatsen bij degene die het best bij u past, of degene die u het meest vertrouwt. Natuurlijk zullen de meesten nog steeds voor een grote dataprovider kiezen. Dat is nu ook het geval bij bijvoorbeeld websitehosts, maar hoe groot die host is heeft verder geen invloed op hoe goed een website werkt. Op dezelfde manier moet je je gegevens naar een grote of kleine dataprovider kunnen verplaatsen, zonder aan functionaliteit in te boeten en zonder dat gegevens verloren gaan.

Deze paradigmaverschuiving lijkt misschien de wereld op zijn kop te zetten, maar eigenlijk is het net de situatie van vandaag die volkomen onlogisch is. Vroeger bevonden onze data zich ook op onze harde schijf, waarna verschillende applicaties ervan gebruik konden maken. Vandaag zijn veel voorstellen erop gericht onze gegevens van de ene silo naar de andere te verplaatsen, maar zoiets lost het fundamentele probleem niet op. Alleen met een persoonlijke datakluis zouden de apps naar ons moeten komen, in plaats van andersom. Voor elk deel van onze gegevens kunnen we vrij kiezen voor toepassingen die we vertrouwen. Die keuze ligt dan in onze eigen handen en is niet meer afhankelijk van de gratie van één bedrijf dat zich als rechter gedraagt.

Dat laatste is een nodige voorwaarde voor privacy en waar het debat om zou moeten draaien. Nu wordt privacy opgevoerd als een afleidingsmanoeuvre. De grote dataverzamelaars willen maar al te graag dat we het enkel dáárover hebben. Het onderwerp begint zelfs een prominente rol te krijgen in hun advertentiecampagnes. Alleen vertellen ze er niet bij hoe ze hun privacygerichte diensten willen combineren met hun verdienmodel. Daarenboven hebben ze het lef om de privacyverantwoordelijkheid bij ons te leggen, terwijl er überhaupt geen probleem zou zijn als die bedrijven niet al onze data zouden bijhouden. Daarom moeten we de focus verleggen van privacy naar controle. We kunnen de onstilbare datahonger van bedrijven enkel stoppen als we onze gegevens terugeisen. Geen enkel bedrijf zal dan nog een oneerlijk concurrentievoordeel hebben. Vanaf dan draait het niet langer om wie de meeste data kan verzamelen, maar om wie de beste gebruikerservaring biedt. En eens we van het data-opbod genezen zijn, zal ook onze privacy zich herstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234