Woensdag 05/08/2020
Sabrine Ingabire.Beeld DM

ColumnSabrine Ingabire

Pleidooi voor zorg en zachtheid voor zwarte vrouwen. Omdat ook wij bloeden en voelen

Sabrine Ingabire (24) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

De eerste keer dat iemand me vertelde dat ik “in het echte leven veel vriendelijker” ben dan in mijn teksten, was twee jaar geleden. Het was december, we hadden net anderhalf uur met elkaar gesproken, over alledaagse en persoonlijke zaken, en hij voelde zich eindelijk genoeg op zijn gemak om toe te geven wat hij blijkbaar al een hele tijd dacht. “Wat had je dan verwacht?” Hij wist het niet, zei hij, maar ik kwam altijd zo hard over in mijn columns. Intussen heb ik veel soortgelijke gesprekken gehad, niet alleen over mezelf, maar ook over mijn zwarte activistische vriendinnen, van mensen die ons “best intimiderend vinden”.

Toen ik eind 2019 voor deze krant de Britse schrijfster Reni Eddo-Lodge interviewde, sprak ze over “de racistische verbeelding”: daaruit vloeien al die misconcepties over wie “we”, zwarte mensen, en in het bijzonder de zwarte activistische vrouwen, zijn. Deze boze zwarte vrouwen bestaan dan ook alleen in die verbeelding. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat je al mijn columns leest, mij op sociale media volgt, mij in panels of op lezingen hoort spreken, en denkt: “O, deze vrouw is onvriendelijk” of “hard”, behalve als je een standvastig idee hebt van wie ik ben – ondanks het overweldigend bewijs dat ik, jawel, een hele waaier aan emoties voel, waarvan “boosheid” en “hardheid” slechts heel kleine onderdelen zijn.

Ik schreef eerder over hoe de Britse media ongegrond negatiever rapporteert over Meghan Markle dan over Kate Middleton. Het feit dat mensen zichzelf hebben overtuigd dat zwarte vrouwen boos, hard en sterk zijn, zorgt ervoor dat ze weigeren te begrijpen dat ook wij het verdienen om empathisch benaderd te worden. Het aantal haatberichten en doods- en verkrachtingsbedreigingen die uitgesproken of zichtbare zwarte vrouwen ontvangen, valt niet bij te houden. Maar ook het gemak waarmee goedbedoelende mensen diezelfde haatberichten over ons, mét ons delen – alsof het ons niet zou kunnen raken – of de vanzelfsprekendheid waarop van ons wordt verwacht dat we op de voorgrond blijven strijden tegen onrecht tot we uitgeput neervallen, vloeien voort uit enerzijds misogynoir, anderzijds uit dat racistisch idee dat we het wel allemaal aankunnen – want we zijn toch zo ‘sterk’ en ‘hard’.

Dat vloeit alweer deels voort uit de overtuiging dat zwarte mensen pijn niet op dezelfde manier voelen als witte mensen. In de VS gebruikten witte dokters zwarte tot-slaaf-gemaakten om aan te tonen dat de huid van zwarte mensen letterlijk dikker is dan die van witte mensen, zoals de Afro-Amerikaanse journaliste Linda Villarosa vorig jaar in The New York Times schreef. Zij gebruikten zwarte lichamen als testsubjecten voor hun zogenaamde medische doorbraken. Het is logisch dat racistische opvattingen over zwarte lichamen tot op vandaag in de medische wereld springlevend zijn. Zo krijgen zwarte mensen in de VS gemiddeld veel minder vaak pijnstillers dan witte mensen en sterven er disproportioneel meer zwarte mensen ten gevolge van complicaties van hun zwangerschap. Zulke gevallen zullen bij ons ook voorvallen, alleen doet men in Europa bijna geen onderzoek op basis van etniciteit, omdat we graag doen alsof we kleurenblind zijn. Desondanks zijn soortgelijke machtsstructuren herkenbaar in gevallen als dat van Naomi, de 22-jarige Franse vrouw, die in 2018 overleed omdat de Franse hulpdiensten haar niet serieus namen – erger nog: uitlachten – toen ze hen belde met serieuze pijnklachten.

De racistische verbeelding over ‘de zwarte persoon’ en over onze denkbeeldige inherente kracht of hardheid heeft dus gevolgen die verder reiken dan vermoeiende gesprekken over hoe vriendelijk ik ben. Maar wat interessant is in het geval van zwarte vrouwen, is dat de zorg en zachtheid die het patriarchaat aan vrouwen gunt, zwarte vrouwen niet gegund wordt. Denk aan de woorden van de Afro-Amerikaanse Sojourner Truth tijdens een conventie over vrouwenrechten in 1851 die steeds, en enkel en alleen, over witte vrouwenrechten ging: “Die man daar zegt dat vrouwen in koetsen moeten worden geholpen, en over sloten moeten worden getild, en overal de beste plaats moeten hebben. Niemand helpt me ooit in koetsen, of over modderpoelen, of geeft me een beste plaats! And ain’t I a woman?”

Begrijp me niet verkeerd, dit is geen pleidooi voor het patriarchaat: ik vind het al erg genoeg wanneer mannen een autodeur voor mij opendoen. Het is een pleidooi voor het deconstrueren van de schadelijke racistische verbeeldingen die tot in de diepste lagen van onze maatschappij verankerd zijn en onze menselijkheid en eigenheid ontkennen, die in het minste geval vermoeiend zijn en in het ergste geval dodelijk. En ook, ergens, is het een pleidooi voor zorg en zachtheid voor zwarte vrouwen, niet omdat wij vrouwen zijn, maar omdat ook wij bloeden en voelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234