Dinsdag 23/07/2019

Essay

Papa en mama zijn ook maar mensen

Beeld Nina Vandeweghe

Er loopt een lijn van de nieuwste paniekopstoot over kinderen die te veel tablet kijken naar het baldadige verzet van Greenpeace tegen de Maya de Bij-worst. Telkens gaat het om morele waarschuwingen die inspelen op ouderlijke angsten. Tijd dat mama en papa in het verzet gaan.

Na ruim achtenhalf jaar proberen maak ik de voorlopige balans op van mijn ouderschap. Minpunten: onze kinderen gaan te laat naar bed; ze kijken te veel naar schermen groot en klein (en niet per se naar de meest pedagogisch verantwoorde programma's); de poging om enigszins genderneutraal op te voeden is een spectaculaire flop.

Bij de pluspunten: de kinderen zijn – hout vasthouden – kerngezond en redelijk welvarend. Ze zijn over het algemeen ook gelukkig. Al met al zou ik ons dus een acht op tien durven geven. Dat is niet zo slecht. Toch gaat er geen dag voorbij zonder dat ik me oprecht vertwijfeld afvraag: "Doe ik het wel goed?"

Ouderschap is een onuitputtelijke bron van onzekerheid. Je neemt beslissingen met een directe impact op het jonge leven van een ander. Het is menselijk dat je, als 'goede ouder',  zo veel mogelijk risico wil uitsluiten. Dat is er niet eenvoudiger op geworden in een wereld die niet meer de versmachtend rustige vastheid van de patriarchale orde biedt.

Bart Eeckhout. Beeld rv

Het goed willen doen als ouder kan dan tot een dwangobsessie gaan leiden in een samenleving die, in haar geheel, nog maar moeilijk met risico om kan. In het eten, in de jeugdbeweging, op school, in de lucht, in het verkeer: overal loert Het Gevaar. En waar iets tegenslaat dienen schuldigen te worden gezocht. Meteen wordt aansprakelijkheid geëist.

Lees ook hoe onze cult-chef Ben Van Alboom het vlammend oneens is met de kritiek op de Greenpeace-campagne: "Gaan we nu echt zitten blèten over het onrecht dat Maya de Bij wordt aangedaan?" (+)

Waarschuwingsindustrie

Hier komt een peloton van hedendaagse zedenmeesters in beeld. Met ratels lopen zij doorheen het publieke debat van alledag. 'Eet geen charcuterie meer!', 'Vermijd roze plastic speelgoed!', 'Luister niet naar K3!', 'Let op voor YouTube!' Bij in onzekerheid verkerende ouders vinden zij een gewillig oor.

Zowel Greenpeace, met zijn betwiste protestactie tegen boterhamworst met Maya de Bij-opdruk, als de berichtgeving over het vermeende verband tussen schermkijken en een verhoogd risico op tourettesyndroom vallen onder die nieuwe pedagogische waarschuwingsindustrie.

Eerst de nuance. Het klopt dat bereid vlees niet het gezondste voedingsproduct is. Het klopt allicht ook dat kinderen met een ernstige neurologische aandoening best niet te veel worden blootgesteld aan de impulsen van flikkerende schermen.

In beide gevallen is de boodschap evenwel overdreven alarmerend aangezet. Neen, niet alle geboden en verboden zijn onnozel. Roken in de wagen met kinderen op de achterbank is écht geen goed idee. Maar een sneetje worst is niet even schadelijk als een sigaret. En alle paniekberichten ten spijt is er geen solide bewijs voor de claim dat schermgebruik per definitie schadelijk is voor kinderhersenen.

Ploeteren

De veroorzaakte morele paniek berust op een dubbele denkfout. Ten eerste wordt de indruk gewekt dat ouders die bijvoorbeeld het kroost toch een sneetje charcuterie durven voorschotelen onverantwoordelijk en slecht bezig zijn. Alsof een feilloos ouderschap in het verschiet ligt voor wie alle regels perfect volgt. En alsof iedereen die die perfectie onvoldoende bereikt of nastreeft te misprijzen is.

Dat is niet zo, weet ik uit ondervinding. Ouderschap is ploeteren, zo wil het cliché. Ja, maar het is vooral ook aanvaarden dat het ploeteren is.

Papa en mama zijn ook maar mensen. Daarvoor hoef je je nog geen plekje aan de schandpaal te laten aanpraten. Niet alles gaat zoals het gepland was. Maar ook: niet alle zijwegen leiden per definitie naar de afgrond.

Het brengt ons bij die tweede denkfout. Het is niet omdat ouders minder grip krijgen op kinderen dan ze soms zouden wensen, dat ze in de opvoeding het willoze, lijdende voorwerp zijn van hogere, vaak economische machten.

Natuurlijk werkt reclame, anders zou er niet zoveel geld in omgaan. Natuurlijk zou het fijn zijn mochten dominante spelers op de kindermarkt zoals Studio 100 of Disney hun naam enkel aan gezonde voeding willen koppelen. Maar we moeten aanvaarden dat op een vrije markt bedrijven ook (veel) geld willen verdienen met producten die niet per se duurzaam zijn. Met je kinderen op reis naar Thailand gaan heeft een grotere ecologische impact dan een boterham met roze vlees. Ook maar verbieden dan?

Hummus of choco?

Juist in de confrontatie tussen het kind en de machtige marketeer hebben ouders wel degelijk een verantwoordelijke rol te spelen. Misschien kun je de verlokking van Mega Mindy of Plop niet helemaal buitensluiten, maar je kunt wel grenzen stellen. Die begrenzing is een essentieel deel van de pedagogie. Ouders mogen die niet zomaar hulpeloos laten uitbesteden aan een verbiedende overheid.

Elk gezin kan, met zoeken en tasten, zijn eigen grenzen stellen. Een beetje het goede voorbeeld geven helpt. Wie thuis zelf de hele tijd verdiept zit in WhatsApp of Facebook Messenger moet niet raar opkijken dat de kinderen ook urenlang schermtijd verlangen.

Zelf ben ik erg dankbaar voor de nieuwe voedselpiramide, waar bereide vleeswaren inderdaad in het verdomhoekje zijn beland. Het heeft er ons toe gebracht wekelijks minstens twee vleesloze dagen te organiseren. Bij het ontbijt is charcuterie van de kaart geschrapt. Dat is best wel ironisch. Zoonlief eet nu boterhammen met choco, die ecologisch en ethisch even betwistbaar zijn. Weer niet goed!

Ik bewonder de ouders die hun kinderen 's ochtends aan de hummus of de havermout krijgen, maar ons lukt het niet. Dat maakt van ons nog geen onverantwoordelijke pedagogische mislukkelingen. Evenmin verwacht ik dat de overheid aan de gezinstafel het menu in mijn plaats komt vastleggen.

Illusie van houvast

Met ethiek in de publieke ruimte is iets merkwaardigs aan de hand. In de grote, globale, maatschappelijke kwesties wordt de moraal juist gewantrouwd. Hoewel inmiddels wel is gebleken hoe immens de risico's zijn van deregulering in de internationale financiële sector blijft elke poging om daar strengere regels op te leggen stoten op machtig verzet. Ook als het gaat over fiscale fairness of migratie worden morele argumenten veeleer beschimpt.

Op het microniveau van het private leven woekert de moraal en het moralisme net onverminderd voort. Wellicht is er een verband. Precies omdat globalisering ongereguleerde en soms onbehaaglijke onzekerheid meebrengt, gaan mensen op zoek naar een illusie van houvast. En precies omdat overheden zich machteloos wanen tegen supranationale ontwikkelingen, concentreren ze zich op de bevattelijke, particuliere schaal.

Misschien bracht deze week daarom wel goed nieuws. Dat de ietwat onoordeelkundige actie van Greenpeace op felle emotionele tegenkanting is gestoten wijst er mogelijk op dat nogal wat ouders zelf ook vinden dat de opvoedkundig correcte betutteling te ver doorslaat. Zoals ze ook vinden dat het zaaien van angst voor tabletcomputers onderhand veel weg heeft van vroegere waarschuwingen dat lezen slecht is voor de ogen.

Veel mensen zijn bereid het gedrag wat bij te sturen om de wereld een betere plek te maken, en gelukkig maar. Maar niet uit vrees voor de toorn Gods van de nieuwe zedenmeesters. Eindelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden