Zondag 24/10/2021
kopje voor online en editie Vincent Stuer Beeld DM
kopje voor online en editie Vincent StuerBeeld DM

ColumnVincent Stuer

Overmorgen zijn het altijd verkiezingen, maar menselijkheid gaat soms een eeuw lang mee

Vincent Stuer is schrijver en werkt in het Europees Parlement. Hij schrijft in eigen naam.

“Boer Pier Jansomers, Wildenhoek, Kruisland bij Bergen op Zoom.” Mijn oudoom Albert Vaes wist me enkele jaren geleden nog precies te vertellen waar de familie bij het begin van de Eerste Wereldoorlog opgevangen werd. In september 1914 lag Sint-Katelijne-Waver een tijdlang in het brandpunt van de wereld, tussen het oprukkende Duitse leger en de wanhopige, vanuit Antwerpen georganiseerde Belgische en Britse weerstand. Het dorp werd tot de laatste man ontruimd. De jonge boer Vaes liet zijn pas gekochte huis, veld en vee achter en trok te voet – want een hondenkar was alleen voor de meer welgestelde boeren – met zijn vrouw en twee kinderen de grens over. De jongste, de tweejarige Mathilda, zou mijn grootmoeder worden. Albert heeft hun dankbaarheid meegedragen tot zijn 103, om ze goed verzorgd over te dragen aan de nakomelingen.

Niets is het, wat zij meegemaakt hebben. Die dagen waren ongeveer een miljoen Belgen hun huis uitgezet, een paar weken later waren ze terug. Ter vergelijking: vorig jaar waren wereldwijd meer dan 82 miljoen mensen op de vlucht voor geweld, oorlog of vervolging, zonder uitzicht op beterschap. Maar het is wel een verhaal dat een blijvende indruk gemaakt heeft.

Gestandaardiseerde miserie

In het hartverscheurende Tell Me How It Ends (2017) zoekt schrijfster Valeria Luiselli de verhalen van naar de Verenigde Staten gevluchte kinderen achter de administratieve neerslag ervan. Met tienduizenden per jaar ontvluchten ze het bendegeweld van Midden-Amerika. Eens (als!) ze de VS bereikt hebben, krijgen ze een lijst van veertig vragen voorgeschoteld waarmee mensen als Luiselli, vrijwillig tolk, hun voorgeschiedenis op een gestandaardiseerde manier moeten inbrengen in de juridische machine. Eén: ’Waarom ben je naar de VS gekomen?’ Veertig: ‘Wie zou er voor je zorgen als je naar je thuisland terugkeert?’ Daartussenin: getraumatiseerde kinderen die een onmenselijke reis achter de rug hebben, en geen idee hoe ze zichzelf in woorden moeten gieten.

‘Is er onderweg iets gebeurd waardoor je bang of beschadigd bent geweest?’ Het zijn vragen waar geen antwoord op is. De weg door Mexico is zo mogelijk nog bruter dan het leven dat ze ontvlucht zijn. Verkrachting is de regel. Geweld, uitbuiting en ontvoering de orde van de dag. “Als ik aan die vraag kom”, schrijft Luiselli, “wil ik alleen maar mijn gezicht verbergen, mijn oren afsluiten en verdwijnen.” Voor de kindvluchtelingen zelf is er maar één vraag die telt: hoe komt hier een eind aan? Maar het begint pas.

Beleid denkt nu eenmaal niet in termen van mensen en hun verhalen. Wie in administratieve processen terechtkomt, moet teruggebracht worden tot een nummer, een categorie, een onderwerp. Dat is deels onvermijdelijk: net als Vrouwe Justitia heeft de overheid een blinddoek om, zoniet blijft enkel willekeur over. Maar het is de taak van de politiek, van de kiezer tot de minister, de menselijke werkelijkheid voor en achter de regels in het oog te houden.

Dat staat haaks op hoe we over anderen, vreemden denken. Geweld verandert hen die eronder lijden tot een object. Massaal geweld herleidt hen tot een statistiek. We doseren onze empathie door miserie te ontmenselijken.

Voor sommige politici biedt het kansen. Cijfers zijn immers abstract, deelbaar, aftrekbaar, wegredeneerbaar. Zoals Theo Francken (N-VA), voormalig toppoliticus uit Lubbeek, deze week in Terzake: “Ik lees 470, nu zijn het er 580. Als we alle familieleden van Belgen gaan repatriëren, dat zijn er tienduizenden.” Nummers zijn schaalbaar, tot ze ons bevattingsvermogen te boven gaan en dus ook onze verantwoordelijkheid.

Tenzij er beeld opduikt dat hen weer mens maakt, een My Lai of een Aylan, of een kind dat aan de luchthaven van Kaboel over de prikkeldraad wordt gegooid.

Ziel

Ook Georges Brassens vergat nooit wie er voor hem geweest was toen hij, een oorlog later dan mijn grootmoeder, op de vlucht ging voor de Duitsers. In ‘Chanson pour l’Auvergnat’ bezingt hij de enkelingen die hem in huis namen, terwijl de goegemeente er een vreemdsoortig plezier in vond hem de deur in het gezicht dicht te gooien: ‘Ce n’était rien qu’un feu de bois, mais il m’avait chauffé le corps, et dans mon âme il brûle encore à la manière d’un feu de joie’.

Voer vooral de discussie over asiel en migratie, bevoegdheden en criteria, opvang en terugkeer. Overmorgen zijn het altijd verkiezingen, maar een moment van menselijkheid gaat soms een eeuw lang mee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234