Zaterdag 26/09/2020
Beeld DM

ColumnHilde Van Mieghem

Overgelukkig streelde hij verrassend zacht en teder met zijn verkrampte vuist het hondenrugje

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven. 

Hij viel me voor het eerst op tijdens de lockdown. Het was een lenteavond om acht uur, op het ogenblik dat de hele buurt de ramen opende om te applaudisseren voor de zorgverleners. Hij liep over straat alsof hij, net zoals Baron von Münchhausen, op een 18de-eeuwse kanonskogel in deze stad beland was.

Zijn hele lichaam bewoog spastisch na van die lange reis door het luchtruim. Verrukt keek hij naar al die handen­klappende mensen. Hij probeerde mee te doen maar de coördinatie van zijn armen verliep niet zoals het moest. Hij klapte vrolijk gaten in de lucht met zijn verkrampte handen. Zijn gezicht versteend in een uitgelaten lach, de mond ver opengesperd.

Sindsdien zie ik hem elke dag. Als ik zijn pad kruis, groet ik hem. Elke keer merk ik hoe zijn ogen dan oplichten. Het valt me op dat bijna niemand anders hem goeiendag zegt terwijl je er niet naast kunt kijken dat hij wanhopig op zoek is naar oogcontact. Naar gezien worden in plaats van genegeerd.

Hij heeft al ontelbaar veel keren geprobeerd om mijn hondje Mr. Wilson te aaien. Dan zakt hij razendsnel door zijn knieën, als een duiveltje in een doosje. Ik maak me steeds zorgen dat hij zal vallen, maar het enige wat valt zijn de lange slierten speeksel die uit zijn eeuwig lachende mond druppen. Het is hem nog nooit gelukt. Zijn maaiende armen schrikken Mr. Wilson af.

Beeld Jenna Arts

Gisterenavond stond hij vlak voor mijn deur dromerig te kijken naar een elektrische step die op de stoep achtergelaten was. Hij merkte ons niet op. Hij wilde het stuur strelen, maar meer dan wat schokkende klopjes in de lucht lukte niet. Hij zag zichzelf vast al door de stad zoeven, zijn blonde haren wapperend in de wind, zingend uit volle borst.

Ik liep met mijn hondje een blokje om. Toen ik terugkwam stond hij er nog steeds. Hij zag ons van ver aankomen. Zakte kwiek door de knieën, stak verlangend zijn armen uit en wachtte tot we de voordeur naderden. Ik fluisterde Wilson toe: ga nu even goeiendag zeggen! En ja hoor, Wilson liep recht op hem af. Overgelukkig streelde hij verrassend zacht en teder met zijn verkrampte vuist het hondenrugje. Ik vroeg hem voor het eerst hoe hij heette.

Hij zwiepte weer omhoog en haalde een kaartje uit zijn broekzak. Daarop stond: Ik ben G., ik kan niet praten maar wel horen. ‘Dag G., ik ben Hilde.’ Hij draaide het kaartje om en duwde het onder mijn neus: ‘Ik zoek een vriendin.’ Hij wees met een priemende vinger naar zichzelf en dan naar mij. Ik lachte verlegen, verontschuldigend.

Hij schudde zijn bovenlichaam heen en weer. Ik begreep dat hij schaterlachte. Hij wees naar me en sloeg keihard met zijn andere hand op zijn borst. Tekende met zijn schokkende armen een hart in de lucht. Blies een speekselkusje mijn richting uit. Bij de hoek draaide hij zich nog eens om en zwaaide een laatste keer naar me. Daarna verdween hij, stuiptrekkend de eenzaamheid in. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234