Dinsdag 22/10/2019

Opinie Gilbert De Swert

Opgelet met de pensioenballon van Bart De Wever: leeftijd is zowat de slechtste focus voor pensioenhervormingen

Bart De Wever in de ‘Terzake’-studio. Beeld Canvas

Gilbert De Swert  is  voormalig hoofd van de ACV-studiedienst en auteur van Het Pensioenspook (2011).

Van vergroening naar vergrijzing, het is een handig manoeuvre, N-VA-voorzitter De Wever waardig, om hét thema van de verkiezingscampagne proberen te verleggen van klimaat naar sociale zekerheid. Voor ingrijpend klimaatbeleid is er volgens N-VA geen draagvlak, voor een hogere pensioenleeftijd weliswaar ook niet (volgens alle opiniepeilingen). Geen nood, N-VA toont zich al een tijdje de wendbaarste partij.

Langer leven = langer werken, het lijkt vanzelfsprekend. Is het dat ook? Nee, integendeel zelfs. Leeftijd is zowat de slechtste focus voor pensioenhervormingen. Dat blijkt al uit het pensioenmodel dat alom de hoofden geil maakt(e): het Zweeds model.

Daar wordt sinds 2001 je pensioenbedrag, naast je gewerkte jaren, ook meebepaald door je gemiddelde pensioenduur. Die wordt berekend per leeftijd en per generatie en verrekent dus de levensverwachting. Ben je van 1954 en ga je met pensioen in 2019, wordt je pensioen berekend volgens de sterftetafels van dit jaar. Ging je al in 2018, krijg je minder, ook al is je loopbaan even lang als die van een jaargenoot die er dit jaar mee ophoudt. Ga je pas in 2020, krijg je weer meer. Je pensioen wordt berekend alsof het een lijfrente is.

One size fits all

Pensioen in functie van de gemiddelde levensverwachting is echter bijzonder nadelig, in Zweden zowel als in België, voor arbeiders en kortgeschoolden. Zij zijn doorgaans jonger beginnen werken, hebben dus al vroeger bijgedragen, maar hebben meestal ook lastiger werk gedaan en leven gemiddeld ook veel minder lang. Kortgeschoolden leven in België zo’n zeven jaar minder lang dan langgeschoolden. Kortgeschoolden subsidiëren zodoende het pensioen van hen die langer studeerden.

Een ander opvallend onderscheid is dat tussen mannen en vrouwen. Vrouwen leven langer en drijven dus de gemiddelde levensverwachting op. Vrouwen zouden dus eigenlijk, in een correct Zweeds systeem, een lager pensioen moeten krijgen. Gelukkig voor hen mag discriminatie niet meer van Europa. Zij krijgen dus verhoudingsgewijs een hoger pensioen, en mannen (met lagere levensverwachting) mogen dat bekopen met ook nog een lager pensioen.

Kortom, langer leven = langer werken is een one size fits all, een confectiepak voor mensen met grote verschillen in opleiding en beroep, in gezondheid en levensverwachting. In het pensioen en bij de ingangsleeftijd moet nodig meer maatwerk komen.

Paswerk is geprobeerd: correcties voor zware beroepen. Maar objectieve criteria voor een zwaar beroep blijken moeilijk te bepalen. Een objectief criterium zou opleidingsniveau kunnen zijn. Daar zijn diploma’s voor uitgevonden. Dus mensen met een academische graad, het is aan jullie om langer te werken.

Risicofactoren

Zo ver zal het wel niet komen. De Wevers idee zal al vlug een ballon blijken, en die mogen niet meer opgelaten worden van Vlaams milieuminister Van den Heuvel (CD&V). Die ballon zou moeten landen na 2030. Maar inmiddels blijkt de levensverwachting te stagneren. De pensioenleeftijd die in Nederland sinds 2012 gekoppeld is aan de levensverwachting (66 jaar in 2020, 67 in 2021, 67 jaar en 3 maanden in 2022), zou in 2023 niet verder omhoog gaan. Het Centraal Bureau voor de Statistiek voorziet dat 65-plussers in dat jaar een kwartaal korter leven dat het eerder voorzag. 

Ook in België zou langer leven gaan slabakken. Nu wordt de (niet-bestaande) gemiddelde Belg 81 jaar, tegen 2040 wordt hij/zij/x gemiddeld 82,9 jaar (volgens een grote gezondheidsanalyse van de Universiteit van Washington in 195 landen, gebaseerd op de evolutie van de belangrijkste doodsoorzaken en risicofactoren als obesitas, suikerspiegel, bloeddruk en alcohol- en tabaksgebruik, zie DM 17/10/18). We leven waarschijnlijk straks individueel niet zoveel langer, wel zijn er meer mensen die langer leven.

We mogen ook verwachten dat N-VA tegen die tijd op z’n minst van België een confederale staat heeft weten te maken. Vijf jaar geleden zei onze eerste echte Vlaamse MP onvervaard: “Op termijn moet alles naar Vlaanderen!” Dus reageerden de Franstaligen: ah, als de Vlamingen niet meer willen betalen voor de Walen, dan de jonge Brusselaars en Walen ook niet meer voor de oude Vlamingen. Wil je dan, bijvoorbeeld, het aantal gepensioneerden gelijk houden, moet je natuurlijk de pensioenleeftijd voortdurend optrekken, rekening houdend met de demografische situatie in elk gewest. Bijgevolg zou een Brusselaar in zijn jonge gewest op 65 met pensioen kunnen blijven gaan tot en met 2035. Een Waal moet tegen dan tot z’n 72ste werken, een Vlaming zal dan in zijn grijze gewest in 2035 tot z’n 74ste aan de slag mogen/moeten blijven.

Laten we maar verwachten dat de volgende regering het over een andere boeg gooit en een loopbaanpensioen uitwerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234