Woensdag 23/10/2019

Open brief aan Hilde Crevits: "Kan een prof nog prof zijn?"

Beeld kos

Jonathan Holslag doceert Internationale politiek aan de VUB en is auteur van 'De kracht van het paradijs: hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw'.

Beste Minister Crevits

Laat me u eerst een vooral een goede vaart wensen als nieuwe minister van onderwijs. In uw handen ligt de kans om mee een generatie creatieve en ambitieuze Vlamingen te vormen. Er moet me wat van het hart, beste minister. Ik twijfel zelf meer en meer of ik als jonge prof wel voldoende bijdraag aan die opdracht. Laat er geen misverstand over bestaan, ik voel mij uiterst bevoorrecht met de zeven jaren die ik als academicus heb mogen spenderen. En toch...

Als prof beschouw ik het als mijn belangrijkste taak te inspireren, te enthousiasmeren en te selecteren. Neem het inspireren. Zelfs in het tweede jaar blijft mijn groep studenten uiterst divers voor wat betreft de kennis en vaardigheden die zij uit het middelbaar onderwijs meebrengen. Nu geef je wat zwakkere studenten natuurlijk de kans om uitleg te vragen en pedagogen lopen onze deur plat met digitale trucjes, 'blended learning' zoals dat tegenwoordig heet, maar de uitdaging blijft: je lessen afstemmen op de sterkhouders en de anderen verliezen, of de lessen afstemmen op de anderen en de sterkeren demotiveren.

Ik vind dat universiteiten zo breed mogelijk moeten rekruteren. Ik heb daar zelf als een van de hardleerse rafters van de befaamde cascades van het middelbaar ook van geprofiteerd en de kans gehad om de omschakeling van technisch naar universitair onderwijs te maken. Toch zou er, denk ik, meer duidelijkheid moeten bestaan over wat van instromers verwacht wordt. Dat is zowel voor proffen als studenten cruciaal. Het gaat daarbij niet alleen om kennis, maar ook over vaardigheden en vooral, over werklust en attitude. Een oriëntatietest kan daarin een eerste stap zijn.

Exces
Al helemaal moeilijk wordt het bij het selecteren. Ik vind het persoonlijk bijzonder pijnlijk om in het tweede jaar een slaagpercentage van amper 50 procent te hebben. Ik stel me steevast de vraag of de lat niet te hoog ligt, maar als ik dan de leerplannen van het secundair onderwijs nalees, blijkt dat absoluut niet het geval. Opnieuw dus de beginkennis die parten speelt. Ik betwijfel ook of we hoegenaamd de meest vaardige studenten kunnen selecteren, als de tijd die studenten nodig hebben de maatstaf wordt van wat proffen mogen eisen of als studenten tot zes keer hetzelfde examen mogen afleggen.

Ik heb bijzonder veel respect voor die studenten, maar soms is het al redelijk vroeg duidelijk dat een aantal belangrijke vaardigheden gewoon niet sterk genoeg zijn en dat hun talenten elders liggen. Onderschat niet wat het dilemma is tijdens zo een zesde poging: je verantwoordelijkheid opnemen jegens de samenleving en de selectie maken of rekening houden met het gegeven dat de student zelf ook slachtoffer is van een exces van ons onderwijsbeleid.

Een onmisbaar onderdeel van de selectie van studenten betreft natuurlijk de geduchte papers. Wel nu, ik stel vast dat we veel van die papers eigenlijk niet grondig kunnen lezen zonder roofbouw te plegen op andere aspecten van onze loopbaan. Als ik bijvoorbeeld een master paper goed zou willen begeleiden, ben ik al snel twee tot drie dagen per student bezig. Ik zie sommige collega's met meer dan twintig studenten onder hun vleugels en daarnaast nog eens hetzelfde aantal voor bachelor papers. Ik onderschat de capaciteit van die collega's niet, maar zie velen in de problemen komen met hun onderzoek of erger - met hun leven buiten de universiteit.

Kortom, er lijkt me iets niet in de haak te zitten met ons universitair onderwijs en wellicht ook met ons onderwijs in bredere zin. Ik wil hier echt niet als een verzuurd ivorentorenkneusje klinken. Ik amuseer me best, misschien ook omdat ik nog niet al te zeer belast ben met onderwijs. Maar ik maak me vooral zorgen over onze studenten, die toch mee de voorhoede van een sterke Vlaamse regio moeten gaan vormen. Tot voor kort zou ik u hebben aanbevolen om veel meer te investeren in het academisch onderwijs. Maar ik ben eens op verkenning geweest en houd er nu een andere mening op na. Misschien moeten we opnieuw naar wat kleinere maar betere universiteiten.

VDAB
De idee achter méér studenten aan de universiteit was dat dit zou leiden tot sociale democratisering. Ik heb hier mijn twijfels bij. Kijk ik naar mijn eigen domein, politieke wetenschappen, dan blijkt uit VDAB-cijfers dat die opleiding allerminst uitzicht biedt op goede kansen. Maar dat geldt ook voor het hele academisch onderwijs. De werkloosheid onder hoogopgeleiden stijgt fenomenaal en ook de kloof tussen de vraag van de arbeidsmarkt en het aanbod van het onderwijs, de skills mismatch, is gigantisch. Sommige opleidingen doen het beter, maar globaal is er een toenemend probleem van overkwalificatie. Dat is zo in heel Europa, maar in vergelijking met onze buurlanden doet België het bijzonder slecht.

Eigenlijk wordt een diploma dus minder waard. Dan rest enerzijds de mogelijkheid om te gaan doctoreren. Ik kan ze niet meer tellen, het aantal studenten dat wilt beginnen aan een doctoraat, zelfs onbezoldigd. Opnieuw, alle waardering, maar ook voor mensen met een doctoraat, toch een investering van vier jaren, blijken de kansen op de arbeidsmarkt niet zo groot. Anderzijds trekken een aantal gefortuneerden voor dure opleidingen naar het buitenland. Veel van hen zien we niet meer terug en als we ze al terug zouden komen kun je je de vraag stellen wat er over blijft van het democratische principe.

Een tweede veronderstelling is dat hoger onderwijs leidt tot hechtere samenlevingen en meer burgerzin. In mijn eigen groep studenten zie ik daar niet veel van. Van de honderd is er een twintigtal dat echt participeert en de actualiteit actief volgt. Ik snorde wat cijfers op uit de European Social Survey en wat blijkt: hoogopgeleiden zijn echt niet meer begaan met anderen dan laagopgeleiden, meer geëngageerd in sociale contacten, of meer geneigd om te volgen wat er gebeurt in de samenleving. Het is ook een mythe dat hoogopgeleiden zich meer inspannen in het verenigingsleven. Onder jongeren tussen 25 en 40 is er amper een verschil met laagopgeleiden.

Kennismaatschappij
Maar wat dan met de kennismaatschappij? Wat ik nu schrijf is controversieel, maar we zouden best onze fixatie met de kennismaatschappij eens in vraag stellen. Voor een rapport voor de Trilaterale Commissie ben ik gaan kijken naar de impact van onderzoek en ontwikkeling op de winst van bedrijven en die is tot mijn grote verbazing eigenlijk niet eens zo groot. Wat meer doorslaggevend is en wat successen als Apple verklaart blijkt design, creativiteit en branding. Met puur technologisch onderzoek valt eigenlijk niet zoveel te verdienen, al was het maar omdat we met meer en meer landen in dezelfde vijver vissen.

Ook maatschappelijk zijn er vragen te stellen over de fixatie met kennis. Kennis leidt tot efficiëntie, dat is goed, maar zijn we steeds in staat om de middelen die vrij komen uit die efficiëntiewinst te investeren op een wijze die de samenleving ten goede komt, of neigen we te belanden in een spiraal van technologische hypes? Moeten jongeren naar de universiteit om sterke burgers te worden, of zetten we meer in op dat burgerschap in het secundair? Kunnen we daar de honger naar levenslang leren niet aanwakkeren en meer ruimte maken om opleidingen naast de loopbaan te voorzien? Is kennis vooral een kwestie om technologisch zo goed mogelijk aan de slag te kunnen als producent of moeten we ook streven naar meer kennis om bewuste keuzes te maken als consument? Een regio met de ambitie om de toon te zetten, hoort die vragen te stellen!

Misschien zit het probleem nog niet eens bij de ambitie om een kennismaatschappij te creëren, maar wel met de neiging om kennis te vereenzelvigen met technologie. Maar genoeg filosofie, nu. Ik ben voor mijn boek op expeditie geweest in een aantal Europese landen die het opvallend goed doen en die te vergelijken zijn met onze regio: Oostenrijk en Denemarken. Deze twee landen scoren beduidend beter inzake tewerkstelling en het afstemmen van onderwijs op de arbeidsmarkt. Tezelfdertijd ligt de tevredenheid bij de werknemers én de ondernemingszin er een stuk hoger.

Technisch onderwijs
Ik heb maar één verklarende factor gevonden: de sterke nadruk op technisch onderwijs en stages. U moet alleen al eens de kwaliteit van het praktijkonderwijs in die landen eens gaan ontdekken en vergelijken met de vele krochten van scholen die Vlaanderen rijk is. U vindt daar moderne werktuigen, gemotiveerde leerkrachten en vooral veel expertise uit de bedrijfswereld. Wat vooral opvalt is dat de leerlingen uit het praktijkonderwijs zich niet eerst moeten vol tatoeëren en piercen alvorens ze de straat op durven, zoals bij ons omdat wij alles minderwaardig beschouwen wat geen ASO of universiteit is. In die landen gaan leerlingen uit het praktijkonderwijs met fierheid naar school, worden zij uitgedaagd met competities en geprikkeld om te streven naar excellentie.

Dat straalt af op de hele samenleving. Er is minder gemor en ontevredenheid aan de basis. De dienstverlening - van het bouwbedrijf tot de bakker - is er beter. Investeringen in infrastructuur leveren meer kwaliteit af. En weet u wat nog het interessantste is, mevrouw de minister, Oostenrijk is erin geslaagd om sinds 2009 netto flink wat banen te scheppen, zelfs in de industrie, ondanks het feit dat de totale kosten van arbeid er even snel stegen als bij ons. Misschien mag dat een belangrijke les zijn: competitiviteit bewerkstellig je niet alleen met soberheid, maar vooral met kwaliteit.

Leest u dit niet als een pleidooi om minder te investeren in universiteiten. Het lijkt me verstandig om de huidige investeringen aan te houden, maar universiteiten toe te laten om te doen waar zij honderden jaren geleden eigenlijk voor zijn opgericht en waarvoor zijn vandaag meer dan ooit nodig zijn, om getalenteerde jongeren te vormen tot de kundige, ambitieuze en kritische leiders van morgen. We moeten er alles aan doen om van geld geen selectiecriterium te maken en de sociale mobiliteit te vergroten. Maar men kan aan de universiteit niet rechttrekken wat er in het secundair scheef loopt en het is al helemaal een illusie om een kenniseconomie na te streven om recht te zetten wat nu in de universiteiten scheef loopt.

Ik wens u een zeer boeiend ministerschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234