Dinsdag 06/12/2022
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnMarnix Peeters

Op de plek waar mijn vader zich over mijn wieg boog, wacht hij nu op de dood

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Marnix Peeters

Ocura, het rusthuis waar mijn vader nu verblijft, was vroeger een ziekenhuis, de Sint-Annakliniek. Mijn moeder werkte er haar hele leven halve dagen als verpleegster. Op woensdagmiddagen ­peddelde ik er na schooltijd naartoe, zodat wij samen naar huis konden fietsen. Zij werkte op de derde verdieping, waar ik telkens nog een uurtje zoek te maken had. Omdat er nog geen rusthuizen bestonden, verbleven er in het ziekenhuis enkele ­hulpeloze bejaarden. Jef ­Bosmans was een van hen, en hij was mijn vriend. Hij had maar één arm en rookte in zijn kamer voortdurend sigaren. Hij bewaarde de kistjes en de bandjes voor mij, en stak me nu en dan een briefje van twintig frank toe. Ik verzamelde de sigarenbandjes in speciale albums. Het derde album eindigt met zijn overlijdensbericht, dat ik uit de krant had geknipt. Het was het einde van mijn verzameling, ik kende anders niemand die sigaren rookte.

Als er iemand gestorven was in het ziekenhuis werd de dode opgebaard in een zaaltje boven de hoofdingang, dat rond was van vorm en dat vele ramen telde, waardoor het een lichte, aangename plek was. Deze doden fascineerden mij, en ik vroeg elke week hoopvol aan mijn moeder of er eentje gevallen was. Dan liet zij mij even kijken. Ik herinner mij een oude witte man in een crèmekleurig ijzeren bed. Hij boezemde mij geen angst in, hij maakte mij nieuwsgierig.

Mijn moeder kleedde zich om in een kamertje voor het personeel. Onder haar uniform droeg zij een satijnige onderjurk, een combinaison, wat in het Limburgs-­Kempens steenkooltaaltje als ‘komenezo’ werd uitgesproken. Ik was al ruim veertig toen ik de link legde.

De hoofdingang en de ronde zaaltjes met veel licht zijn gebleven, maar voor de rest is het gebouw helemaal verbouwd en gerenoveerd. Mijn vader woont in de linker­vleugel, die werd afgebroken en heropgebouwd en haast onherkenbaar is. Vorige week besefte ik dat daar vroeger de materniteit was, ik ben er geboren. Op exact de plek waar mijn vader zich over mijn wieg boog, wacht hij nu op de dood. Ik durf het zo hardhandig te stellen, want het gaat niet zo goed met hem. Hij is erg verward geworden. Hij bijt zich vast in dezelfde vragen als mijn moeder destijds: of het druk was op de snelweg, of het nog regent, waar wij naartoe gaan. Hoe oud de hond nu is. Wij moeten Boef goed in de gaten houden, vorige week had een van de oudjes een pilletje op de vloer laten ­vallen.

Om wat te bekomen van ons laatste bezoek stopten wij, terug in de Oostkantons, aan het Blockhaus zum ­Schwarzen Mann, waar wij ons te goed deden aan een Wildmettwurst mit dicken Bohnen und Püree, een grote Erdinger en enkele glazen halfdroge Duitse wijn. In het midden van het restaurant knetste een groot, gerust­stellend houtvuur. Het is goed als men uit zulke alledaagse dingen troost kan ­blijven puren.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234