Vrijdag 20/09/2019

Opinie

Ook praktijktests op de arbeidsmarkt horen in het Vlaamse regeerakkoord

Beeld Eric de Mildt

Stijn Baert doceert arbeidseconomie aan de UGent

Praktijktests op de huurmarkt maken een goede kans om het Vlaamse regeerakkoord te halen. De vraag is dan: wat met de arbeidsmarkt? Moet Vlaanderen daar ook praktijktests uitvoeren om discriminatie te meten? Het antwoord is: absoluut wel. Om drie redenen.

Ten eerste sluiten praktijktests op de arbeidsmarkt perfect aan bij wat in de startnota van informateur De Wever staat. Daarin wordt elke Vlaming – nieuwkomer en meubelstuk – aangemaand om de handen uit de mouwen te steken, met klemtonen op “zelfredzaamheid” en “elke nieuwkomer […] verplicht inschrijven bij VDAB”. Tegelijk wordt benadrukt dat dat enkel kan mits gelijke kansen (“elke Vlaming boven zichzelf laten uitstijgen”).

Het zal nodig zijn dat deze dubbele ambitie wordt waargemaakt. De startnota beoogt immers de Vlaamse werkzaamheidsgraad op te trekken van 75 procent naar 80 procent. Terecht. Wil men de andere plannen uit de nota gefinancierd krijgen, dan is er geen andere weg. Tegelijk een hele klus, als je beseft dat onder de regering-Bourgeois, tijdens een goede economische conjunctuur, die werkzaamheidsgraad ‘slechts’ van 72.5 procent naar 75 procent steeg.

Om te slagen, moeten we sommige groepen beter verleiden richting werk. Zoals allochtone vrouwen, bijvoorbeeld. Dat betekent: werken écht meer laten lonen – wat mij betreft doctrinair: geen regel regeerakkoord dat het financiële verschil tussen werken en niet-werken nog verkleint. Maar ook: drempels wegwerken. Arbeidsmarktdiscriminatie om te beginnen.

Flitscamera

Dat die drempel er echt is, is duidelijk. Vijf jaar veldonderzoek leerde me dat discriminatie zich echt niet zuiver in het hoofd van de sollicitant afspeelt. Een Turkse naam op het cv verlaagde bij onze fictieve sollicitaties de kans op een jobgesprek met ongeveer 30 procent, een zes jaar oudere leeftijd met 40 procent.

Dat brengt me bij mijn tweede argument. Namelijk dat er haast geen andere keuze is dan praktijktests als we het menen met gelijke kansen. De weg der sensibilisering is ondertussen een platgetreden pad, zonder dat de gemeten discriminatie duidelijk terugviel. Wat zich opdringt, is de antidiscriminatiewetgeving koppelen aan een betere detectie. Om zo de verwachte kost van discriminatie, die samenhangt met de hoogte van de potentiële straf én met de pakkans, te verhogen. Net zoals in het verkeer: strenge straffen in wetboeken volstaan niet om automobilisten en masse zich aan de regels te laten houden als er geen flitscamera’s langs de weg staan om overtredingen te monitoren. En de wetenschap is duidelijk: discriminatie kun je haast enkel via veldexperimenten betrouwbaar detecteren.

Bovendien – derde argument – is het Vlaamse niveau een veel logischer niveau voor praktijktests dan het lokale niveau, waar steden zoals Antwerpen en Gent dergelijke tests plannen. Dat heeft veel te maken met schaalgrootte. Enkel in grote gemeenten zijn er voldoende vacatures die kunnen getest worden, terwijl we weten dat discriminatie geen louter (groot)stedelijk fenomeen is. Bovendien vraagt een brede kijk op diversiteit – niet enkel etniciteit en gender, maar ook pakweg leeftijd en seksuele identiteit – dat voldoende discriminatiegronden getest kunnen worden, wat nog meer vacatures vraagt.

Stijn Baert. Beeld Stefaan Temmerman

Mijn belangrijkste argument is evenwel dat praktijktests op Vlaams niveau toelaten om voldoende vacatures in elke sector te testen. Praktijktests zijn volgens mij niet geschikt om individuele werkgevers te bestraffen. Het toeval van een enkele ongelijke behandeling kan immers niet uitgesloten worden en je kunt werkgevers niet pakweg 30 keer testen zonder dat ze de test doorhebben. Op sectorniveau kun je het toeval wel uitsluiten. Op die manier kun je sectoren waar zich geen problemen voordoen een schouderklopje geven, terwijl je probleemsectoren “kostelijke” zelfregulering kunt opleggen en via nieuwe metingen kunt opvolgen.

Evenwicht

Als het de Vlaamse regering echt menens is met die 80 procent werkzaamheidsgraad, dan zijn praktijktests op de arbeidsmarkt, met opvolging op sectorniveau, dus een goed idee. Voor sommige partijen is het vast een gedurfde sprong. Maar is het niet dat wat de burger verwacht? Een regeerakkoord waarin gedurfde ambities elkaar in evenwicht houden, eerder dan een lauw compromis waarin elke partij zijn voornaamste ambities heeft ingeslikt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234