Dinsdag 16/07/2019

Opinie

‘Onze’ taal is ook over de grenzen relevant, maar de rek is eruit

Een schoolbord in de les Nederlands. Beeld BELGAIMAGE

Henriëtte Louwerse (bestuursvoorzitter, Sheffield) en Iris van Erve (directeur, Den Haag) van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN).

Wat kun je met 0,045 euro doen? Wanneer vijftig mensen dit bedrag inleggen, kunnen ze op een terras in Amsterdam of Antwerpen samen één glas mineraalwater bestellen. De Nederlandse en Vlaamse overheid investeerden in 2018 gezamenlijk 0,045 euro per hoofd van de bevolking in de studie van het Nederlands buiten het eigen taalgebied. Dit blijkt uit het Taalunie-rapport Talenbeleid in Europa

In Europees perspectief is dit bedrag, dat in 2010 dubbel zo hoog was, extreem laag. Portugal investeert het veertigvoudige, Duitsland trekt zeventig keer zoveel uit voor het internationale landstaalbeleid. Het rapport toont objectief aan dat Den Haag en Brussel nauwelijks middelen reserveren voor onderwijs in Nederlands buiten de eigen landsgrenzen. Dat is ook voelbaar bij de uitvoering van het beleid. De rek is eruit. Nieuwe kansen kunnen nauwelijks worden benut.

Terwijl de landen om ons heen de ‘soft power’ van een internationaal taalbeleid allang hebben ontdekt, blijven Nederland en Vlaanderen hangen in de overtuiging dat ‘onze’ taal alleen interessant is voor eigen publiek. Als de Lage Landen achterblijven met investeren in een internationaal taal- en culturenbeleid, dreigt ons netwerk van tweehonderd plaatsen wereldwijd te worden ingenomen door landen die wél inzien dat een race om ‘soft power’ gaande is. Dat taal een ‘soft asset’ is om morele, culturele en politieke overtuigingen uit te drukken en over te brengen. En dat er studenten zijn, overal ter wereld, die zich interesseren voor Nederlandstalige culturen.

De taal van de centen

Om het voortbestaan van ons netwerk veilig te stellen, moeten we erin investeren. Nu ontbreken een stage- en lectorennetwerk, goede suppletieregelingen in lagelonenlanden en ondersteuning van publicatiereeksen, en worden er te weinig studenten- en docentencursussen aangeboden.

Deze leerkracht geeft Nederlands aan kinderen van asielzoekers. Beeld Benoit De Freine

Waarom zouden Den Haag en Brussel gehoor geven aan deze oproep? De Taalunie kiest voor een taal die we hier uitstekend beheersen: de taal van de centen. Zij laat zien dat met de studie Nederlands niet alleen culturele belangen gemoeid zijn; er is vooral sprake van een economische impact. Italiaanse en Poolse neerlandici vinden werk bij Nederlandse en Vlaamse multinationals, in handel of toerisme, en worden tolk of vertaler.

De Internationale Verenging voor Neerlandistiek ziet een Europees perspectief. Europa is óók een verbond van onafhankelijke nationale identiteiten en historisch verankerde talen. Aan deze veelheid en verscheidenheid dragen wij bij met ons onderwijs en onderzoek van Nederlandse taal en cultuur. “Samenwerking”, zegt het Portugese Instituto Camões, “moet worden gezien als een investering en niet als een uitgave.” Nu delen we op het terras met z’n vijftigen één glas water. Is de internationale neerlandistiek niet zoveel waard dat ieder een eigen glas bestelt?

Louwerse en Van Erve schreven deze bijdrage ook namens de rest van het bestuur van de IVN: Lars Bernaerts (Gent), Jan Konst (Berlijn), Jelica Novakovic (Belgrado), Els Stronks (Utrecht) en Johan Vanparys (Namen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden