Maandag 16/12/2019

Opinie

Ons veiligheidsbeleid is geen kwestie van steekvlampolitiek, het is een kwestie van levens

Yasmine Kherbache (sp.a) en John Crombez (sp.a). Beeld Belga / Eric de Mildt

John Crombez is voorzitter van sp.a. Yasmine Kherbache is Vlaams Parlementslid namens sp.a.

“Als ik John Crombez op de radio hoor zeggen dat nu het moment is om uit te zoeken waar het fout is gelopen, dan geloof ik mijn oren niet. We kennen niet eens het motief en er moeten al verantwoordelijkheden worden gezocht. Het lijkt alsof politici alleen nog aan de verkiezingen denken.” Ook Hugo Lamon en Michäel Meysman – twee juristen van de Orde van de Vlaamse Balies (OVB) – schrijven in een opiniestuk in deze krant over steekvlampolitiek.

Wij kaarten de zwakke punten in het beleid al jaren aan om de veiligheidsrisico’s zo klein mogelijk te maken. Zoals meester Mary het zelf zegt: “De eerste en enige verantwoordelijke is de dader zelf.” Wat wel onze verantwoordelijkheid is als politicus is na te gaan wat er is misgelopen om zulke drama’s in de toekomst maximaal te vermijden. Honderd procent uitsluiten kun je nooit, maar is het nog toegestaan om het over de grond van de zaak te hebben, om de bal te spelen, en niet de man? Om die zaken te benoemen, waar iedereen zich vandaag vragen over stelt? Met name hoe het mogelijk is dat zo’n man  met zo’n trackrecord  opnieuw kon vrijkomen in tijden waarin we geen enkel risico mogen nemen als het over de veiligheid van onze politieagenten en onze burgers gaat? Precies dat is wat ik de voorbije dagen deed. Niet meer of niet minder.

Afschuwelijke ochtend

Na zo’n afschuwelijke ochtend is het wikken en wegen welke woorden je gebruikt in tijden van rouw. Maar wij geven toe: wij zijn boos. Niet op één of andere minister, maar wel op een veiligheidsbeleid dat de laatste jaren niet draait zoals het hoort, dat grote gaten blijft vertonen. 

Gaten waar in het verleden al uitvoerig op is gewezen – onder meer in de onderzoekscommissie net na de aanslagen in Brussel waarin concrete aanbevelingen werden gedaan voor een verbeterd veiligheidsbeleid. Of in het Vlaams Parlement waar in 2015 al unaniem – over de partijgrenzen heen – 55 maatregelen werden goedgekeurd om gewelddadige radicalisering tegen te gaan. Wij zijn boos omdat al die aanbevelingen en acties voor een intensievere opvolging van gedetineerden enkel letters op papier blijven. Dat er nog altijd weinig tot niets is omgezet in daden.

Had dat dan de schutter in Luik tegengehouden? Het antwoord op die vraag zullen we nooit weten, maar wat wij wel weten vandaag: we doen niet het maximum. En het maximum doen om de veiligheid van onze samenleving te garanderen, dat verwachten mensen van politici.

Onze vraag naar de analyse van wat er beleidsmatig misloopt en dus beter kan, is een vraag die sp.a al drie jaar stelt. Net zoals onderzoeksrechter Karel Van Cauwenberghe, procureur Van Leeuw en de gevangenisdirecteurs zelf al lang luidop stellen. Net als meester Mary spreken ook zij van tikkende tijdbommen in onze gevangenissen. Dat onze gevangenissen broeihaarden van drugsgebruik en radicalisering zijn, precies omdat gedetineerden veel te weinig psychologisch begeleid en opgevolgd worden, zeggen niet alleen zij, maar ook de politievakbonden al meer dan twee jaar. 

Sinds kort is Vlaanderen trouwens ook bevoegd voor hun opvolging en begeleiding. Wel, er zijn amper 19 (!) psychologen voor de meer dan 6.000 gevangenen in Vlaanderen en Brussel en maar 2 radicaliseringsconsulenten voor 80 terroveroordeelden. Probeer je werk dan maar eens naar behoren te doen. Begin dit jaar al wezen we uitvoerig op dat stille, maar sluipende gevaar. Op het gebrek aan middelen en mensen om dat gevaar – en al zeker wanneer een gedetineerde tijdelijk vrijkomt, ook al is het een dag – maximaal uit te sluiten. Vandaag moeten we helaas opnieuw vaststellen, dat dat niet of veel te weinig gebeurde.

Rammelt langs alle kanten

Behalve de noodzaak aan intensievere opvolging en begeleiding stelt zich tot slot ook de vraag naar de uitwisseling van cruciale informatie in zulke dossiers. In de zaak-Benjamin Herman is opnieuw gebleken dat het ook daar (nog maar eens) rammelt langs alle kanten. 

Het huidige veiligheidsbeleid slaagt er maar niet in om muren te slopen. Zo is er een rapport van een cipier dat dateert van twee dagen voor Hermans uitgaansvergunning – twee dagen voor het drama dus – waarin staat dat hij maar bleef optrekken met een geradicaliseerde gevangene, een jeugdvriend van Khalid El Bakraoui, de dader van de aanslag op de Brusselse metro. 

Sinds 2016 is de wet op de uitgaansvergunning verstrengd – onder impuls van Koen Geens – en kan de minister van Justitie bij elke tegenaanwijzing die uitgaansvergunning intrekken. De vraag is waarom dat nu dan niet gebeurd is? Kwam die informatie niet bij hem of werd die informatie niet of onvoldoende gedeeld? Waarom is dat rapport  48 uur voor de aanslag – niet tot bij de juiste mensen en op de juiste plaats terechtgekomen?

Zulke vragen en vaststellingen hebben niks te maken met recuperatie of steekvlampolitiek. Ze hebben te maken met de essentie, met name hoe onze veiligheid maximaliseren. Door te luisteren naar de alarmsignalen op het terrein, door uitvoering te geven aan maatregelen die parlementen in het verleden goedkeurden, of door telkens concreet bij te sturen voor wie dat nodig is op het moment dat dat nodig is op basis van concrete en cruciale gegevens. Ons veiligheidsbeleid is dan ook geen kwestie van scoren, van steekvlampolitiek, laat staan recuperatie. Het is een kwestie van levens. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234