Woensdag 27/05/2020

Opinie

Onderzoekers reageren op Boudry en Boersma: ‘Ongenuanceerd, vertekend geïnformeerd en dualistisch’

Landbouwcoöperatieve Hesbicoop uit het Luikse Geer.Beeld Photo News

Frank Moulaert, KU Leuven - Coöperant Stadsboerderij Kortrijk. Pieter Van den Broeck KU Leuven. Beide auteurs zijn lid van de Onderzoeksgroep Planning en Ontwikkeling van de KU Leuven en reageren op de opinie van Maarten Boudry en Hidde Boersma.

“Maar er is een onwelgevallige waarheid die de liefhebbers van lokaal en biologisch voedsel weigeren te erkennen: het zijn luxeproducten voor rijke westerlingen die het zich (soms) kunnen veroorloven. De gedachte dat je er acht miljard mensen mee kunt voeden, is een wensdroom.” Dat schrijven Maarten Boudry en Hidde Boersma in een opiniestuk in De Morgen op 15 mei. Mensen die innoveren af en toe tot realisme uitnodigen kan geen kwaad. Alleen doe je dit best vanuit een genuanceerde en geïnformeerde analyse. 

Ook dualiteit vermijd je best, zeker als ze in een dualistische verhaallijn vervalt, waarbij je je eigen gelijk vet in de verf zet en de ‘andere’ visies schalks of zelfs botweg langs de zijlijn plaatst. En dat is nu net het probleem met dit opiniestuk: het is ongenuanceerd, vertekend geïnformeerd en dualistisch. Een dialoog tussen verscheidene goed onderbouwde visies zou meer aarde aan de dijk van de vooruitgang hebben gebracht. Een moeilijke opdracht voor een opiniestuk. Hoewel: een intentieverklaring kan sociaal nuttig zijn.

Vergelijkende studies vragen om volledigheid

De vergelijking tussen agro-industriële en agro-ecologische landbouw in termen van water -en grondintensiteit mangelt aan gegevens en houdt verschillende variabelen buiten spel. De teloorgang van de kwaliteit van de bodem door overbemesting en gebruik van chemicaliën voor onkruid - en ziektebestrijding, het verdwijnen van de rijke bodem, de dramatische insectensterfte, het verlies aan gewassendiversiteit en de uitputting van de watervoorraden door de grootschalige landbouw zijn goed gedocumenteerd. Overschakelen op korte keten of niet, voor deze milieuproblemen heeft de grootschalige landbouw maar zeer beperkte antwoorden en er is dringend meer onderzoek nodig. 

In de vergelijking van de industriële met de agro-ecologische landbouw zouden ook volgende aandachtspunten meer aan bod moeten komen: toxiciteit van bestaande landbouwmethodes, aansluiting tussen landbouw -en natuurgebieden, CO2-impact van veeteelt, enz. 

Neem als voorbeeld de toxiciteit van de klassieke landbouw. De invloed van water-, grond- en luchtcontaminatie door toxische chemicaliën op welzijn en gezondheid van de bevolking is groot maar te weinig bestudeerd. We beschouwen detoxicatie van de landbouw als een belangrijk onderdeel van (preventief) gezondheidsbeleid. En het verschaffen van gezonde voeding met een lage toxische inhoud als een factor van goede gezondheid. 

Wat de agro-ecologische landbouw betreft, in zijn groenten - en tuinbouw is het grondbeslag niet groter dan in de klassieke tuinbouw, het waterverbruik misschien groter. Maar het water gebruikt in de ecologische landbouw heeft wel het voordeel dat het bij doorsijpeling in de bodem het grondwater niet verder bezoedelt. 

Verder zijn er de sociale vraagstukken voortspruitend uit de dominantie van de industriële landbouw waarover Boudry en Boersma zwijgen. Denk maar aan hoe kleine landbouwers van gronden worden verdreven door grootschalige landbouw, gedwongen worden om zaden, pesticiden of kunstmest af te nemen van grote leveranciers, financieel nauwelijks overhouden of verder als loonarbeiders hun brood moeten verdienen. Ook verliezen lokale gemeenschappen soevereiniteit over de productie en verwerking van hun voedsel.

Als die elementen meegerekend worden, zal de efficiëntie (voor wie?) van de industriële landbouw waarmee Boudry en Boersma schermen heel anders beoordeeld worden en krijgt het pleidooi voor een groeiende ecologische landbouw ook een groter gewicht. In plaats van minder zou veel meer ruimte voor agro-ecologische voedselproductie wel eens de oplossing kunnen zijn. Ze is alvast veel efficiënter in het behouden en herstellen van onze bodems, waterkwaliteit en biodiversiteit, het versterken van landbouwgemeenschappen en voedselsystemen.

Majestueus polariseren

We keren terug naar het majestueuze polarisend citaat bij het begin van deze tekst. “De gedachte dat je er acht miljard mensen mee kunt voeden, is een wensdroom” schrijven Boudry en Boersma dus. Geen enkele agro-ecologist heeft ooit beweerd dat agro-ecologische landbouw op zich acht miljard mensen zou voeden. 

Agro-ecologische landbouw is een eigentijdse innovatie die zowel gebruik maakt van traditie, productiviteitslessen uit de klassieke landbouw als recent onderzoek in landbouw en bio-engineering. Zoals elk aards systeem is een voedselsysteem een hybride tussen industriële landbouw, kleinschalige traditionele land- en tuinbouw en veeteelt, agro-ecologische land -en tuinbouw. 

De agro-ecologische land- en tuinbouw slaat aan bij de bevolking in verschillende vormen: volkstuintjes met lage toxische impact ontwikkelen zich verder, vaak met de steun van lokale besturen; er zijn korte keten initiatieven zoals pluktuinen die tientallen gebruikers aan kleine telers koppelen; meer en meer lokale landbouw wordt ondersteund door lokale gemeenschappen (Community Supported Agriculture; CSA in de Angelsaksische wereld); stadsboerderijen zitten in de lift; enz. Samen met diverse andere vormen, vormen deze initiatieven clusters van innovatie die zeker nog beter georganiseerd en institutioneel ondersteund kunnen worden. Afhankelijk van de landen en regio’s waar ze tot ontplooiing komen, staan ze vandaag in voor 5 a 10 procent van de groenten - en zuivelproductie.

Maar hun invloed gaat veel verder dan ecologische landbouw -en voedselsystemen. Zo bieden ze bijvoorbeeld een spiegel voor de klassieke landbouw. Grootschalige landbouwers, let op uw ganzen, zorg dat de ecologische voetstap van uw productie vermindert, want de consument is zich meer bewust geworden van de rol van gezond voedsel en een gezonde leefomgeving voor de kwaliteit van zijn bestaan. Bovendien zijn volkstuinen, organisaties van ecologisch tuinieren (afdelingen van VELT bv.), CSA, plukboerderijen, boerenmarkten, ... (nieuwe) vormen van socialiteit, ontmoetingsplaatsen waar de computermens echt behoefte aan heeft om zijn digitale brein te ontspannen.

Niet altijd duurder

Een ander aspect van het dualistisch tractaat van Boudry-Boersma is de verwijzing naar het asociale karakter van de eco-landbouw en co. Het is juist dat veel eco-producten duurder zijn dan supermarktproducten. Maar dat is niet steeds zo. Seizoensgebonden groenten in korte keten aanbod zijn vaak goedkoper dan in de supermarkt. En over kwaliteitsverschil is er geen discussie. 

Enkele mensen die we in deze coronatijd doorverwezen naar korte keten aanbieders, dankten ons om hun de kans te bieden van dit nieuwe lekkers te kunnen genieten en tegen prijzen die vergelijkbaar zijn met merkproducten in de supermarkten. Sommige korte keten initiatieven, vooral pluktuinen en plukboerderijen werken herverdelend en houden in hun abonnementsgeld (dat meestal ook de consumptie vergoedt) rekening met de inkomenssituatie van de gebruikers. De terugkeer van de volkstuintjes en het zelftuinieren laat trouwens toe om in een behoorlijk deel van de groentebehoeften via eigen teelt goedkoop te voorzien. 

Zelftuinieren houdt een belangrijke buffer in voor tijden van crisis en groeiende armoede. En ja, daar is de rijke Westerling. Misschien moeten we meer doen om aan de middenklasse uit te leggen dat meer uitgeven aan goed voedsel een betere investering in een duurzaam bestaan is, dan ‘sparen’ voor een luxewagen. Dat fietsen en stappen niet alleen goed zijn voor de gezondheid maar ook een flink stuk budget vrijmaken dat bv. aan betere voeding kan besteed worden. 

Misschien moeten we toch wat beter nadenken over de schadelijke voedingspatronen die de zogenaamde efficiënte landbouw heeft gecreëerd en in stand houdt? En misschien moeten we de agro-business niet langer toelaten onze lichamen te gebruiken om voedseloverschotten van monoculturen op te slaan? Boudry en Boersma wijzen voor de kwalijke gevolgen van ongezonde voeding met de vinger naar de verwerkende voedselindustrie terwijl ze de industriële landbouw een hand boven het hoofd houden. Maar in werkelijkheid zijn de werelden van industriële landbouw en industriële voedselproductie moeilijk te scheiden. Kansen bieden aan lokaal gecontroleerde voedsel -systemen waar alle landbouwsectoren een kwalitatieve bijdrage kunnen leveren is wellicht de juiste weg om gezonde voeding via verschillende kanalen aan te bieden.

Elitair?

Dat brengt ons weer bij het zogenaamde elitaire karakter van eco-landbouw: “Maar de gedachte dat goedkoop voedsel an sich verkeerd is, is een gruwelijk elitair en egoïstisch idee dat zich ten onrechte vermomt als progressief en dat alleen kan bedacht zijn door lieden die nooit naar het prijsetiket hoeven te kijken als ze voedsel uit de winkelrekken halen”, vinden Boudry en Boersma. Met daarbij een tweede lik uit de pan naar Olivier De Schutter en wellicht straks ook naar de auteurs van dit stuk die De Schutter en co’s agenda van voedselzekerheid en gezonde voeding voor alle lagen van de bevolking ondersteunen. 

Boudry en Boersma zouden de analyses van De Schutter en zijn collega’s, van de stadvoedselraden, best eens grondig (opnieuw?) lezen. Ze zullen zien dat de eerste bezorgdheid is een wereldvoedselsysteem tot stand te brengen waar iedereen van die acht miljard toegang tot heeft: lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden die hun voedselsysteem totaal ontredderd zien door agro-business en klimaatverandering en werken aan heropstanding, wijkgemeenschappen die inspanningen leveren om opnieuw gedeeltelijk in hun eigen voedselnoden te voorzien, lokale voedselleveranciers die betaalbare landbouwproducten aanbieden, het aanmoedigen van nieuwe voedselconsumptiegewoontes, inclusief zelf en gedeeld koken, enz....

Hierin speelt overheidsbeleid, ook in het bepalen van een toegankelijke prijs van gezond, divers en eerlijk voedsel, een grote rol. Of moet subsidiëring alleen gaan naar ‘strategische’ nieuw-technologische sectoren die via onderzoeksbeleid financieel sterk aangemoedigd worden? Gezonde voeding met zijn positieve invloed op gezondheid en welzijn is beslist even subsidieerbaar. Deze logica kan gekoppeld aan de transitie van een curatief naar preventief gezondheidsbeleid. Een leidraad in deze coronatijd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234