Vrijdag 20/09/2019

Opinie Stefaan Van Brabandt

Onderwijs moet prioritair inzetten op mens-wording en niet op inzetbaarheid op de arbeidsmarkt

Beeld Elise Vandeplancke

Stefaan Van Brabandt (Gent, 1979) is filosoof en auteur van Het voordeel van de twijfel. Hij schreef en regisseerde de filosofen-monologen Socrates en Marx, die dit seizoen worden hernomen.

In het prachtige liedje ‘In de gracht’ bezingt Raymond van het Groenewoud de marteling die de schooltijd ooit voor hem was. “Waarom op school mijn broek verslijten / waarom niet al die boeken smijten / in de gracht?” Oorzaak van alle ellende: een benepen, botte schoolmeester die hem nooit heeft begrepen en alleen maar op z’n strepen staat, “en z’n macht”. Een leraar die “alleen kan snauwen, jaar in jaar uit zit te herkauwen”, hij maakt “de saaie uitleg langer en de bange jongens banger”. Het type dat demotiveert, kleineert en frustreert in plaats van stimuleert, emancipeert en enthousiasmeert. Helaas voor vele leerlingen nog steeds een herkenbare beschrijving van hun gehate en gevreesde leerkracht.

Het zou nochtans het mooiste, meest inspirerende en meest vervullende beroep ter wereld moeten zijn. Al lijkt roeping me een gepastere term dan beroep. Kunnen bijdragen aan de sociale, morele, emotionele en intellectuele groei en bloei van jonge mensen is misschien het meest waardevolle wat er is.

“Een kind is niet een lege fles die moet worden gevuld, maar een smeulend vuurtje dat moet worden aangewakkerd”, schreef Michel de Montaigne. De taak van een leraar bestaat bij uitstek uit het aanwakkeren van dat smeulend vuurtje. Wat Mahler over de bedoeling van traditie schreef, sluit hier mooi bij aan: “Niet het aanbidden van de as, maar het doorgeven van het vuur.” In onderwijs moet het niet louter gaan om het memoriseren en reproduceren van dode kennis, maar om doorgeven van het vuur van de verwondering, de nieuwsgierigheid en de geestdrift, die die kennis net heeft voortgebracht. De natuurlijke, aangeboren nieuwsgierigheid en het plezier om na te denken en de wereld te onderzoeken niet in de kiem smoren, maar net aanboren en stimuleren, dát behoort de missie van onderwijs te zijn. Op een georganiseerde, opzettelijke manier jonge mensen in contact brengen met zaken die nog onbekend en onvertrouwd zijn, en die hun wereld kunnen openbreken en hun horizon verruimen.

Algemene vorming en innerlijke beschaving

In tijden waarin in onderwijs – net als in andere collectieve voorzieningen zoals zorg, mobiliteit en cultuur – helaas steeds meer een bedrijfslogica van efficiëntie en winst dominanter wordt, lijkt het me buitengewoon belangrijk om opnieuw de bedoeling en het achterliggende ideaal van onderwijs in herinnering te brengen. Dat ideaal is er een van humaniteit: van algemene vorming en innerlijke beschaving. Onderwijs moet daarom prioritair inzetten op mens-wording (humaniora), en niet op inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Vandaar ook het immense, niet te onderschatten belang van algemeen vormende vakken als literatuur, kunst, geschiedenis en filosofie. Ook en vooral in het technisch en beroepsonderwijs. Waarom er nog steeds in alle netten en in alle lagen geen vak als levensbeschouwing, burgerzin of filosofie op het verplichte curriculum staat, acht ik onbegrijpelijk en onverantwoord nalatig.

Stefaan Van Brabandt. Beeld rv

Ivan Illich wees al op het belang van vakken die ons leren kritisch te kijken naar de heersende ideeën die iedereen voor vanzelfsprekend houdt, anders verwordt een school tot “een reclamebureau dat je wilt doen geloven dat je de wereld wilt zoals ze is” en “een kweekschool van gezagsgetrouwe, conformistische, bange, onnadenkende consumenten”. Die bovendien vatbaarder zijn voor “sterke leiders met simpele oplossingen”.

Leraren zijn geen producenten, scholen geen diplomafabrieken met ouders als klanten en leerlingen zijn geen consumenten. Voor het collectief welzijn, voor onze democratie, zelfs voor onze economie en onze bedrijven is het van cruciaal belang om goed geïnformeerde, kritische en zelfstandig denkende burgers te hebben die met nieuwsgierigheid, verbeelding en openheid in het leven staan.

En dat alles begint bij een goede leraar.

Zelf heb ik het geluk gehad enkele prachtige leraren en professoren te hebben gehad die ik als rolmodellen beschouw. Ze hebben mijn blik op de wereld gevormd en zijn nog steeds een blijvende inspiratie in mijn leven. Ik denk nog vaak aan hen en blijf ze mijn leven lang dankbaar. Ik denk dan aan mijn leraar Frans (meneer Allinckx) of mijn leraren Nederlands (meneer Dejaeghere en meneer Verzele) op het college in Oudenaarde. Of aan mijn proffen tijdens mijn studie wijsbegeerte aan de Universiteit van Antwerpen, waar ik de mooiste jaren van mijn leven beleefde: wijlen prof Verbeeck, prof Weyns, Reynaert, Van Eekert...

Mens en menswaardigheid steeds voorop

Bij prof Luc Braeckmans (die dit jaar op emiritaat ging) volgde ik het vak ‘filosofie van het onderwijs’ en hij wees elk college weer op de immens belangrijke rol die een leraar kan spelen in het leven van een leerling. Die leraar is zich hiervan best ten volle bewust.

Opvoeding is immers een buitengewone delicate aangelegenheid die een bijzondere fijngevoeligheid van de opvoeder vereist. Hij moet erover waken dat de mens en de menswaardigheid steeds voorop en centraal staat, en niet de belangen van een politieke en economische ideologie die dominant is in een samenleving. Zijn houding en opvoedingsstijl bepalen het welslagen van het door en door ethische project dat opvoeding is. Zijn verantwoordelijkheid als rolmodel is immens, want door de asymmetrische machtsrelatie waarmee hij tot zijn leerling staat, is zijn psychische en morele impact op een mensenleven enorm. Zo kan hij door een leerling te culpabiliseren, te stigmatiseren of publiekelijk te straffen of te vernederen immense psychische schade berokkenen. Zoals Raymond beschreef in het hierboven aangehaalde lied.

Wat dat betreft is ook de hiërarchie in de appreciatie van onderwijsrichtingen in onze cultuur verwerpelijk en houdt ze een geïnstitutionaliseerde vernedering in stand: men spreekt van “zakken” van humaniora naar technisch of beroepsonderwijs wanneer een leerling een richting kiest die beter bij zijn talenten en interesses past. Alleen al door er op die manier over te spreken, kleineer je jongeren in de meest kwetsbare fase van hun psychische ontwikkeling, wat tot een laag zelfbeeld (“ik ben waardeloos, want ik volg beroepsonderwijs”), frustratie en rancune leidt. De leraren en de instellingen moeten daarom vanuit een grondhouding van respect, erkenning en openheid het beste in leerlingen naar boven halen, hun voorbereiden op de brede waaier aan mogelijkheden in het volwassen leven, en hun helpen boven zichzelf uit te stijgen. Het is daarom van groot belang dat de leerling bevestiging en vertrouwen krijgt van zijn omgeving, en geprezen wordt om wie hij is en wat hij doet. Alleen dan kan hij worden uitgedaagd en gestimuleerd om meer te worden dan hij van zichzelf dacht dat hij kon worden.

Kwaliteitsvolle lerarenopleidingen

Meer dan ooit hebben we nood aan begeesterde en begeesterende leerkrachten die zorg dragen voor de toekomstige geesten en harten van onze samenleving.

Het beroep van leraar kan daarom niet genoeg gewaardeerd worden. En er kan niet genoeg worden geïnvesteerd in kwaliteitsvolle lerarenopleidingen. Bovenal lijkt het me van het grootste belang dat de politiek er eindelijk werk van maakt dat die leraren weer vervulling uit hun werk halen, en niet langer worden geterroriseerd door de dictatuur van de bureaucratie die stilaan alle arbeidsvreugde afknijpt. In plaats van leraren te koeioneren met controle en sturing, geef ze weer voluit vrijheid en vertrouwen.

Wat op het spel staat, is niet minder dan de ziel van de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234