Zaterdag 30/05/2020
Beeld © BELGA

Place du Samedi

Ondertussen in het Maagdenhuis

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

In het kader van mijn algeheel levensproject overkomt het mij wel een keer of drie per maand door de mooie stad Antwerpen te lopen. Ik heb daar nooit spijt van omdat het toeval nu eenmaal wil dat Antwerpen naast Parijs, New York, Londen, Berlijn, Amsterdam, Rome, Venetië, Los Angeles, San Francisco, Lissabon, Porto, Barcelona, Madrid, Brussel, Gent, Luik en Brugge, een van mijn favoriete wereldsteden is.

Ik heb veel van mijn jeugdvakanties in het groene noorden van de metropool doorgebracht en vind plekken als Wuustwezel of Schotenhof dus geenszins exotisch of excentrisch: ze zijn het toneel geweest van vele gelukkige momenten in mijn bestaan. Ik heb er leren fietsen, leren kaartspelen, leren verliefd zijn en ik heb er ook eens, in de zomer van 1961, een etappe van de Tour de France gewonnen. In mijn gedachten tenminste. André Darrigade was toen tweede.

Toen ik wat ouder werd, was het meer de oude Antwerpse binnenstad die tot mijn verbeelding begon te spreken. Ik hield van de Suske & Wiske-achtige straten rond Het Steen en Het Vleeshuis, ik flaneerde ook toen al graag door de Wolstraat en was ook toen al bang dat ik er ooit door een tram 10 zou aangereden worden. Als ik moe was, ging ik graag wat zitten in de Plantentuin aan de Leopoldstraat, nu nog mijn favoriete plek in de zogenaamde Koekenstad.

Ooit, heel lang geleden, zag ik daar de zanger Wannes Van de Velde op een houten bank zitten nadenken. Waarover weet ik niet en ik durfde het hem ook niet te vragen. Mensen die nadenken - er zijn er al niet teveel - moet je met rust laten. Dat denk ik.

Als late adolescent durfde ik ook wel eens de Antwerpse alternatieve horeca binnenstappen. De Muze, De Groene Michel, De Kroeg, De Gnoe, De Mok, De Kat, ik ben er allemaal gepasseerd, en ik ben er stilletjes alleen aan een tafel gaan zitten om er bewonderend te kijken naar grote mannen met baarden en mooie meisjes in minirok.

Ze leidden boeiende en meeslepende levens, dacht ik, ze waren vrij en vrolijk en soms droegen ze zelfs bloemen in hun haar, iets wat toen door de goegemeente als volslagen normaal werd beschouwd. Vanuit Brussel bekeken, was Antwerpen toch al een beetje halfweg naar Amsterdam en al liep je er dan zelden 'provo's' tegen het lijf, toch kon je mits je goed keek, al eens een 'revo' onderscheiden, een rebels type dat zo hard door de geschiedenis is vergeten dat je als je ze tegenwoordig googelt, bij een vastgoedkantoor of een installateur van software terechtkomt.

Maar wat mij later het gelukkigst maakte, was het goed gevoel dat mijn lijf en geest altijd ervoeren wanneer ik me in een of ander Antwerps museum bevond.

Ik heb in het verleden al mijn liefde bezongen voor magische plekken als het Museum Plantin-Moretus, het Rockoxhuis, het Museum Mayer van den Bergh, het Rubenshuis, de Nottebohm-zaal van de Erfgoedbiblio-theek Hendrik Conscience.

Ik heb al tegen allen die het wilden horen, en - helaas voor hen - ook aan de anderen, meer dan eens verteld hoe lyrisch ik kan worden van de geur van boenwas, van een krakende trap, van een spie zonlicht die op een wat miskend werk van een 17de-eeuwse meester valt.

Daarom vind ik het vreemd dat ik al ruim vijftig jaar door de Lange Gasthuisstraat loop zonder ook maar één keer aan te kloppen bij het nummer 33 waar zich sedert het jaar 1552 het Maagdenhuis bevindt. Zoals de naam al een beetje doet vermoeden, was het prachtige gebouw, met dito kapel en sobere binnenkoer, een weeshuis voor meisjes of zoals ze vroeger zegden, 'maegdeckens', al ben ik er bijna zeker van dat ze dat ook in 1552 al helemaal anders uitspraken, daar in Antwerpen.

Als u door de mooie zalen van het Maagdenhuis loopt - wacht er vooral geen halve eeuw mee, zoals ik! - zal u de aanwezigheid van die 'maegdeckens' nog wel voelen, via een aantal foto's, gebruiksvoorwerpen, kleedjes, borduurwerk. Maar ik voorspel dat u vooral verbaasd zal zijn over welke indrukwekkende kunstcollectie het OCMW daar in naam van u en mij bewaart. Ik hoef alleen maar de namen van de heren Rubens, Van Dyck en Jordaens te noemen, om u duidelijk te maken dat we hier niet over de derde divisie van het kunstenaarsschap spreken.

Hun gloed en glorie komen er rijkelijk aan bod - blijf vooral een paar momenten voor De nood Gods van Jacob Jordaens staan - maar mooi is ook dat in dit gebouw met zijn lange historiek van armenzorg, ziekenopvang en solidariteit, dezer dagen ook plaats wordt gemaakt voor wat artiesten van vandaag over die onderwerpen te zeggen hebben. Zo loopt er tot eind juni van dit jaar nog een stille tentoonstelling die Ontheemd heet en als ondertitel 150 jaar sociale fotografie meekreeg en daar is geen woord van gelogen.

Soms moeten de ontroerende foto's van Bert Danckaert, Boris Mikhailov, Franklin van Hees en de grote Dorothea Lange wel wat wroeten voor aandacht in de overvolle zalen, maar ze hángen er wel. Zo valt ook het werk van Stef Renodeyn op, die de schrijnende maar vaak zo vindingrijke Architecture of the Homeless vastlegt, krakkemikkige bouwsels waar wij zo graag langs lopen en doen alsof we ze niet zien.

Toch moet ik u zeggen dat van alle beelden die er te zien zijn in dat Maagdenhuis, ik het meest onder de indruk was van die even simpele als fantastische en helemaal uit eik opgetrokken Houten Clara die, gelukkig toch wat beschermd tegen weer en wind, al jaren op de binnenkoer van het voormalige weeshuis staat te wachten op iemand die volgens mij nooit zal komen.

Clara is door haar anonieme 17de-eeuwse schepper niet op de wereld gezet om kunst te zijn. Ze was gewoon een afbeelding van een weesmeisje in uniform en moest dienst doen als hoofdpijler van een monumentale trap in de voorbouw van het desbetreffende gesticht. Maar als je goed naar haar kijkt, zie je toch na een tijdje dat ze denkt dat ze toch een heel klein beetje kunst is. En gelijk heeft ze!

Marc DiddenBeeld Karoly Effenberger
Beeld © KIK-IRPA, BRUSSEL
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234