Woensdag 13/11/2019
Paul De Grauwe. Beeld Bob Van Mol

Column

Onaanvaardbaar dat een groepje bureaucraten over het lot van democratisch legitieme regeringen kan beslissen

Paul De Grauwe  is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt wekelijks.

Verleden week vierde de Europese Centrale Bank haar twintigjarig bestaan. Tijd om eens na te denken over de rol van de centrale bank in een muntunie.

Op het einde van de jaren tachtig creëerde de Commissie-Delors de blauwdruk van de toekomstige centrale bank van de Europese Monetaire Unie. Dit was een tijd van (relatieve) financiële stabiliteit. Geen grote financiële crisis had plaatsgevonden in West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Dit was ook het moment waarop monetarisme erg populair was, zowel in de academische wereld als bij centrale bankiers. Het monetarisme vertelde een verhaal over de rol van de centrale bank. Er waren twee elementen in dit verhaal. Ten eerste, zo vertelden de monetaristen, moet de centrale bank terugkeren naar haar kernactiviteit, en dat bestaat erin de koopkracht van het geld stabiel te houden. Of anders gezegd de inflatie moet zo dicht mogelijk bij nul liggen. Ten tweede moet de centrale bank politiek onafhankelijk worden om het doel van prijsstabiliteit te bereiken.

In het verleden werden de meeste centrale banken gecreëerd, niet om de inflatie laag te houden, maar om het financiële systeem (vooral dan het bankwezen) te stabiliseren. De historische ervaring had aangetoond dat een niet-gereguleerd financieel systeem) inherent onstabiel is. Maar dit alles werd geacht van weinig belang te zijn toen de ECB werd opgericht. Als de ECB prijsstabiliteit handhaafde, zo ging de theorie, zou de rest vanzelf volgen: een lage inflatie zou ervoor zorgen dat het economisch systeem stabiel is, en dit zou op zijn beurt efficiënte financiële markten in staat stellen financiële stabiliteit te bieden.

Financiële én prijsstabiliteit

Het ontwaken was brutaal. Na een periode van euforie en luchtbellen, waarbij de ECB (maar niet alleen de ECB) aan de zijlijn stond en weinig deed om speculatieve waanzin tegen te gaan, kwam de crash in 2008. Plots leerde de ECB dat het script radicaal moest worden herschreven. Wat heeft ze geleerd?

Ten eerste moet een centrale bank net zo veel belang hechten aan financiële stabiliteit als aan prijsstabiliteit. Prijsstabiliteit is geen garantie voor financiële stabiliteit. Omgekeerd brengt financiële instabiliteit de prijsstabiliteit in gevaar. Het idee dat de centrale bank alleen maar om prijsstabiliteit zou moeten geven, moest in de vuilnisbak worden gegooid.

Ten tweede moet een centrale bank van een monetaire unie in tijden van crisis niet alleen bereid zijn banken ter hulp te komen. Dat deed de ECB zonder aarzelen in 2008 toen de banksector dreigde ineen te storten. Ze moet ook klaar staan om regeringen te steunen wanneer speculanten de obligatiemarkten in de muntunie aanvallen.

De ECB ontdekte tijdens de staatsschuldencrisis van 2010-12 dat de markten voor staatsobligaties inherent onstabiel zijn. Aangezien geen van de nationale overheden wordt gesteund door zijn eigen centrale bank, kunnen deze soevereine staten gemakkelijk het slachtoffer worden van zelfvoedende paniek die investeerders ertoe brengt de staatsobligaties die als riskant worden beschouwd te dumpen en obligaties van andere overheden in de monetaire unie te kopen. Dit leidt tot massale destabiliserende kapitaalstromen binnen de unie, die alleen de ECB kan stoppen. 

Het kostte de ECB enige tijd om dit te begrijpen, maar in 2012 stapte het in de strijd en kondigde het 'OMT-programma' aan, dat de eurozone voor instorting redde. Dat programma bestond erin dat de ECB beloofde in tijden van crisis ongelimiteerde hoeveelheden staatsobligaties te zullen opkopen.

Ten derde is de politieke onafhankelijkheid van een centrale bank in normale tijden prima. In tijden van crisis waarin het bestaan ​​van de soeverein op het spel staat, is de onafhankelijkheid van de centrale bank beperkt. Dat is zeker het geval in monetair onafhankelijke landen. Neem het Verenigd Koninkrijk. Er kan geen twijfel bestaan ​​dat wanneer de regering van het VK een existentiële crisis doormaakt, de regering de overhand zal hebben (en terecht) boven de centrale bank die gedwongen zal zijn om liquiditeit te verschaffen.

Dit zou ook de regel in de eurozone moeten zijn. Maar hier is er een complicatie: er is één centrale bank en 19 soevereine staten, die geen van alle hun wil kunnen opleggen aan de ECB. Dit schept onzekerheid over de bereidheid van de ECB om de overheden in toekomstige crisissituaties te ondersteunen. En crisissen komen zeker terug. Deze onzekerheid blijft een belangrijke bron van de kwetsbaarheid van de eurozone.

Bovendien is zo een structuur op termijn onhoudbaar. Het is gewoon onaanvaardbaar dat een kleine groep niet verkozen bureaucraten over het lot van democratisch legitieme regeringen kan beslissen. Dat is in Frankfurt nog niet doorgedrongen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234