Zaterdag 05/12/2020

Opinie

‘Om te vermijden dat we sterven, wordt het ons verboden nog te leven’, zei mijn vader in het woon-zorgcentrum

Beeld Photo News

Miriam Beck is erkend bemiddelaar in familiale zaken. Haar vader woont in een woon-zorgcentrum.

Het rapport van Artsen zonder Grenzen (DM 15/7) stelt zonder omwegen hoe zwaar de lockdown heeft gewogen op ouderen in woon-zorgcentra. Ook op mijn vader. Wat als er een nieuwe lockdown komt?

“Ik heb de hele tijd gevochten, heel hard mijn best gedaan, maar het gaat niet meer. Het is op. Bejaarden zijn ook mensen, dat zijn ze precies vergeten…” Aan het woord is mijn vader, in april 94 jaar geworden. Zijn verjaardag vierden we op de binnenkoer van het rusthuis, van elkaar gescheiden door een viertal fysieke meters, een twee meter hoog werfhek en een rood-wit afspanningslint. We probeerden ermee te lachen (“Wie is de aap en wie bezoekt de dierentuin?”) en aten elk aan onze kant van een aparte cake. Het was de eerste keer in maanden dat hij buitenkwam en het zou nadien weer maanden duren, want in de coronacrisis had het personeel geen tijd om hem van de tweede verdieping naar beneden te brengen. Na een klein uurtje was de bezoektijd om en bracht hij de rest van de dag in zijn eentje door in zijn kamer. “Het was een heel mooie dag”, zei hij achteraf, en hij repte geen woord over zijn groot tuinfeest dat niet was doorgegaan.

Zo probeerde hij zich van bij het begin neer te leggen bij de coronamaatregelen en er de moed in te houden, zonder het dagelijks bezoek dat hij gewend was. Hij haalde al zijn truken boven: humor, relativering, rationeel denken, huilen en lachen. Maar hoe langer het duurde, hoe moeilijker het werd. Zijn oriëntatie in tijd en ruimte en zijn contact met de werkelijkheid gingen er steeds meer op achteruit - een voorspelbaar gevolg van wekenlang zo goed als permanent alleen te zijn in een klein kamertje, zelfde zetel, zelfde muur, gecombineerd met zijn niet-meer-zo-jonge hersenen. Ondertussen werd er in het rusthuis niet alleen Covid-19, maar ook het norovirus – een zeer besmettelijk buikvirus - vastgesteld. Dat kwam ik per toeval te weten op het moment dat alle bewoners al een week in kamerquarantaine zaten. “Gevangenen mogen een uur per dag uit hun cel. Wij niet”, zei mijn vader daarover.

'In april werd mijn vader 94. Zijn verjaardag vierden we op de binnenkoer van het rusthuis, van elkaar gescheiden door een twee meter hoog werfhek en een rood-wit afspanningslint'.Beeld rv

Er werd een crisismanager aangesteld, Defensie kwam de gangen ontsmetten en de cafetaria werd omgetoverd tot Covid-19-ziekenboeg. Het Rode Kruis kwam om het zieke personeel te vervangen. Voor mijn vader betekende het een hoop vreemd gedoe en een boel onbekende gezichten. De verwardheid werd nog groter. Soms dacht hij dat hij in een ziekenhuis was, dan weer belde hij in paniek omdat ze hem ‘als proefpersoon gingen gebruiken’. Per telefoon probeerde ik hem keer op keer tot rust te brengen, soms zeven keer op een dag.

Ergens begin mei was het, toen hij me belde, vastberaden, met de boodschap dat echt zijn best had gedaan, maar dat hij op was. “Om te vermijden dat we sterven, wordt het ons verboden om nog te leven”, zei hij. “Zie jij de logica? Ik niet.” Hij klonk gekraakt. Het ging als een mes door me heen. Omdat het zo waar was. Hij had écht alles geprobeerd om verstandig en filosofisch met de situatie om te gaan, om elke dag opnieuw te starten.

Halfweg mei kwam dan het verlossende bericht dat er opnieuw bezoek was toegelaten in het rusthuis. De vreugde was groot, tot enkele dagen later duidelijk werd wat dat concreet inhield: om de twee weken één keer bezoek, gedurende twintig minuten, mét mondmasker en achter plexiglas. Twintig minuten om de twee weken. En dat voor iemand met een levensverwachting van hoe lang? Zes maanden, iets meer? Ik wist niet of ik moest lachen of huilen.

Inmiddels zijn we twee versoepelingen verder en heeft mijn vader, nog maar sinds juli, de toelating om twee keer per week bezoek te krijgen op de kamer, samen goed voor anderhalf uur. Ruim onvoldoende om de aftakeling van zijn hersenen in de afgelopen maanden te herstellen. Hij zou ook graag de bloemen in zijn tuin nog eens zien, maar wie op familiebezoek gaat, moet nadien een week in kamerquarantaine. En een verdere versoepeling van de bezoekregeling ligt niet in het verschiet, want het zorgpersoneel is als de dood om nog eens door de hel van het coronavirus te moeten. 

Daarom was ik gisteren zo blij met het rapport van Artsen Zonder Grenzen, dat duidelijk weergeeft wat de (psychologische) impact is geweest van de lockdown op onze ouderen. Zij schuwen de bewoording “humanitaire crisis” niet en stellen duidelijk: “Onze senioren mogen niet opnieuw de prijs voor onze onverschilligheid betalen als het virus weer toeslaat”. 

Wie het schoentje past, trekke het aan. Graag proactief. Misschien kan er nagedacht worden over kleinere bubbels van bewoners en personeel en over extra personeel in geval van een nieuwe lockdown, zodat in de buitenlucht zijn, een deftige babbel, wat gezelschap… mogelijk blijven. Omdat dit basisbehoeften zijn die we onze ouderen ethisch verplicht zijn. Dank alvast.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234