Dinsdag 21/01/2020

Opinie

Om May te parafraseren: out means out

Lieven Buysse. Beeld rv

Lieven Buysse doceert o.a. Britse taal en cultuur aan de KU Leuven Campus Brussel.

Toen Theresa May in april vervroegde verkiezingen aankondigde, was ze zegezeker, aangemoedigd door formidabele peilingen die een voorsprong van 21 procentpunt op oppositiepartij Labour voorspelden. Ze schoof zichzelf naar voren als de enige optie om voor stabiliteit te zorgen in turbulente tijden, en wou een duidelijk mandaat als onbetwiste leider van het land in de brexitonderhandelingen. Het is in haar gezicht ontploft: niet alleen kon ze haar krappe meerderheid niet verruimen zoals gehoopt, ze verliest ze nu zelfs. En een hung parliament, waarin geen enkele partij de absolute meerderheid heeft, is alles behalve een teken van stabiliteit in een land dat eenpartijregeringen gewoon is.

In de resultaten valt nochtans duidelijk op dat de campagne polariseerde tussen twee partijen. Tegen de trend van de laatste jaren in, kwamen de kleinere partijen er nauwelijks aan te pas. De Scottish National Party houdt nog iets meer dan de helft van haar zetels over, wat een enigszins verwachte correctie is op haar monsterscore in 2015, toen ze nog bijna alle Schotse zetels binnenrijfde. De Liberal Democrats krabbelen na hun historische nederlaag bij de vorige verkiezingen nauwelijks overeind (en verliezen zelfs een van hun boegbeelden, Nick Clegg, die zijn zetel niet kon verzilveren). UKIP hangt helemaal in de touwen nu haar kernprogramma van de brexit gerealiseerd zal worden zonder dat ze er zelf voor nodig is.

Zo komen de Conservatieven en Labour beide uit op winst in het aantal stemmen en gaan ze over de 40%. Dat vertaalt zich in het Britse kiessysteem niet noodzakelijk in zetelwinst, want enkel de winnaar in elk kiesdistrict wint een zitje in het Lagerhuis. De stemmen die de Conservatieven bij UKIP konden afsnoepen, volstonden vaak niet om Labour in zo’n kiesdistrict te verslaan. Vooral in strijddistricten, waar een nipte uitslag werd verwacht, slaagt Labour erin om de Conservatieven voor te blijven, zelfs als de Conservatieven er zwaar campagne hadden gevoerd. Dat kan niet anders dan gezien worden als een belangrijk signaal: de concrete sociale thema’s waar Labour op gehamerd heeft, zijn minstens zo belangrijk als bepalen wie de brexitonderhandelingen gaat leiden. De verkiezingsstrategie van May heeft dus gefaald, en Jeremy Corbyn is zonder twijfel de morele winnaar.

Als grootste partij zijn de Conservatieven nu aan zet bij de regeringsvorming. In het verleden werd voor coalities al snel naar de LibDems gekeken, maar zij bedanken voor een herhaling van het debacle van hun vorige regeringsdeelname in de eerste regering-Cameron.

Aangezien de Tories stranden op een zucht van de absolute meerderheid, zou de Noord-Ierse DUP mathematisch kunnen depanneren. Ideologisch sluiten de twee partijen nauw bij elkaar aan, maar een coalitie is uitgesloten. De regionale partij is niet geïnteresseerd in het bestuur van het hele Verenigd Koninkrijk. Bovendien zou de partij met 10 zetels een minipartner in de coalitie zijn – wat nooit een comfortabele positie is – en deelname van een Noord-Ierse partij in een centrale regering zou bijzonder gevoelig zou liggen in de rest van het land. Een waarschijnlijkere optie is dan een minderheidsregering van de Conservatieven gesteund door de DUP. In ruil daarvoor zou de regering bv. een ethisch conservatieve koers moeten varen en in de brexitonderhandelingen de belangen van Noord-Ierland scherp moeten verdedigen.

Als dat scenario toch niet zou slagen, kan Labour aan zet komen. Dat levert echter nog veel meer problemen op. Een progressieve alliantie waarin de links-progressieve partijen de krachten bundelen, zou veel te complex zijn, zelfs als die niet de vorm van een coalitie aanneemt. Er zouden nu eenmaal te veel partijen bij betrokken moeten worden. Ook zouden op z’n minst twee leden van de alliantie – de SNP en LibDem – een brexit willen tegenhouden, waar Labour zich niet aan wil wagen.

Over een tiental dagen starten de onderhandelingen tussen het VK en de EU over de brexit. Op dit moment is het hoogst onzeker of het harde standpunt van de Britse regering gehandhaafd blijft. Premier May had er zelf een kernthema in haar campagne van gemaakt, maar ze heeft niet het beoogde mandaat gekregen van de kiezer om het onverkort uit te voeren. Dat plaatst de Conservatieven voor een belangrijk dilemma: interpreteren we de verkiezingsuitslag als een signaal van de kiezer dat de brexit er weliswaar moet komen maar dat het allemaal wat minder radicaal mag? En zo ja, hoe ziet dat er dan uit?

Een nog groter dilemma in de komende uren is of Theresa May aan kan blijven als eerste minister. Tijdens de campagne heeft ze voortdurend benadrukt dat de verkiezingen draaiden om (de legitimatie van) haar leiderschap. Strikt genomen heeft ze een mandaat gekregen: ze is de leider van de grootste partij van het land. In de praktijk werkt het natuurlijk niet zo. Als je je eigen positie tot inzet van de campagne maakt en je komt niet eens in de buurt van de ambities die je had uitgesproken, moet je de eer aan jezelf houden. Zoals het verleden ons leert, doen haar partijgenoten dat anders zelf wel. Om May te parafraseren: out means out

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234