Vrijdag 15/11/2019

Opinie China-dossier

Om de Chinese draak in te tomen, moeten we hem kennen

Chinees president Xi Jinping. Beeld AP

Marta Hermez is onderzoeker internationaal beleid aan de KU Leuven.  

Eerder deze week leidden verschillende berichten tot enige consternatie rond de druk en reikwijdte van de tentakels van Chinees president Xi Jinping en zijn regime op ons bestel. Zo was er consternatie rond een studiereis naar China van West-Vlaams provinciegouverneur Decaluwé, ondanks een vermeend negatief advies van de Staatsveiligheid. 

Daarnaast lokte het nieuws dat Xinning Song, directeur van het Confuciusinstituut aan de VUB, voor acht jaar de toegang tot de Schengenzone is ontzegd, naar verluidt wegens vermoedens van spionage, behoorlijk wat reactie uit in De Morgen. Nochtans is de bezorgdheid dat de zogenaamde Confuciusinstituten aan Europese universitaire instellingen mogelijks propagandamachines zijn van het regime van Xi Jinping niet nieuw. Hetzelfde geldt voor argwaan ten aanzien van China’s zogenaamde soft power, waarmee het zijn invloed wereldwijd probeert uit te breiden. Zeker onder academici leven deze bezorgdheden al langer. Om het debat over hoe onze universiteiten, hun onderzoekers en andere actoren moeten omgaan met deze toenemende Chinese druk grondig en uitkomstgericht te kunnen voeren, moet een aantal zaken in acht worden genomen.

Enerzijds bevestigden verschillende onderzoekers die zich bezighouden met – doorgaans politiek gevoelige – Chinese zaken in De Morgen dat ze inderdaad meer en meer druk ervaren en zelfs overgaan tot zelfcensuur om mogelijke negatieve gevolgen, zoals visumproblemen, te vermijden.

Marta Hermez. Beeld RV

Anderzijds benadrukt Sven Biscop dat we zo veel mogelijk Chinese studenten in ‘het Westen’ moeten laten studeren, in het belang van de democratie. Hij voegt eraan toe dat zo veel mogelijk communiceren met China de enige manier is om het land te beïnvloeden. Jonathan Holslag brengt een gelijkaardige boodschap. Hij voegt er nog aan toe dat onze universiteiten zélf hun bezorgdheid moeten uiten aan Peking.

Als onderzoeker naar de juridische en netelige kwestie rond de Zuid-Chinese Zee, een in China bijzonder gepolitiseerde en gevoelige zaak, sluit ik mij aan bij bovenvermelde bevindingen. Zo heb ook ik, door herhaaldelijke visumweigeringen, de gevolgen van de Chinese druk ondervonden.

Bovendien valt het op dat, zonder enig voorafgaand contact met deze organisaties, ik als onderzoeker naar China persoonlijke uitnodigingen ontvang voor allerlei evenementen georganiseerd door de Chinese ambassade en de Chinese vertegenwoordiging bij de EU. Op deze en andere China-gerelateerde evenementen blijken de aanwezige Chinese diplomaten, academici of journalisten zowel mij als mijn onderzoek te kennen. Het is met andere woorden duidelijk dat ze me in het vizier hebben. Echter, als wetenschapper mag zelfcensuur nooit de juiste keuze zijn om met dergelijke druk om te gaan. Onze horizon verengen en terugplooien op onszelf mag dat evenmin zijn.

Daarom hebben zowel Sven Biscop als Jonathan Holslag gelijk wanneer ze het belang van communicatie en samenwerking benadrukken. Maar daar heeft onze eigen academische gemeenschap zélf een bijzondere verantwoordelijkheid in. Het volstaat immers niet om zo veel mogelijk Chinese studenten hier te laten studeren in de hoop dat ze het licht zien en ‘onze waarden’ meenemen naar huis. Het volstaat evenmin om, zoals Jonathan Holslag oppert, onze bezorgdheden over te maken aan Peking. Onze eigen academici, politici en diplomaten moeten zich veel meer engageren om vat te krijgen op de Chinese kijk op belangrijke geglobaliseerde thema’s zoals internationale betrekkingen, handel en onderwijs. Alleen zo kan het tot een nuttige dialoog komen en kan verandering worden teweeggebracht.

Wekelijks worden in mijn onderzoeksdomein verschillende lezingen, conferenties en seminaries georganiseerd rond China. Hoe laagdrempelig het evenement ook, het aantal aanwezige Chinese gasten is overweldigend, van studenten tot topdiplomaten. Daarentegen zijn de ‘westerse’ aanwezigen doorgaans op één hand te tellen, en gaat het voornamelijk om een enkele doctoraatsstudent en een paar professoren emeritus met een bijzondere interesse voor China. Nochtans is het begrijpen – zonder het daarmee goedkeuren of dulden – van het Chinese standpunt cruciaal om er invloed op te kunnen uitoefenen. De Chinezen zelf hebben dit al veel langer begrepen. Al jaren schieten de centra voor EU-studies aan Chinese universiteiten als paddenstoelen uit de grond. Professoren EU-recht zijn graag gezien aan Chinese universiteiten. Hier lijkt het omgekeerde te gebeuren: buiten het vakgebied sinologie dreigen China-gerelateerde vakken een stille dood te sterven. Onze eigen kennis van en grip op China dreigen zo hetzelfde lot tegemoet te gaan.

Voor ‘verlichte’ wetenschappers uit ‘het Westen’ is het al te eenvoudig om bepaalde Chinese praktijken of zelfs het hele staatsbestel te bekritiseren of te veroordelen. Het is echter naïef te denken dat men op die manier China’s handelen kan beïnvloeden zonder in te zetten op het – proberen te – begrijpen van de vaak complexe en gelaagde Chinese visie op kwesties als (geo)politiek en internationale betrekkingen, handel en onderwijs. Het is die complexiteit en gelaagdheid die we veel grondiger dienen te ontwaren. En dat kan alleen door onze kennis over het China van de 21ste eeuw grondig uit te breiden. Te lang is het belang daarvan onderschat.

Laat het overigens duidelijk zijn dat de Chinese druk, en in sommige gevallen inmenging, niet beperkt is tot de academische wereld. Fenomenen zoals het Belt and Road Initiative, waarbij China onder andere goedkope leningen uitgeeft om grote infrastructuurwerkzaamheden te verrichten in Centraal-Azië en Afrika, tonen aan dat de tentakels van Xi Jinping alomvattend zijn. Daarom is het des te meer cruciaal om een grondig en kritisch maar genuanceerd inzicht te verwerven in de motieven, daden en woorden van de Chinese draak, wil men in staat zijn hem in te tomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234