Donderdag 24/10/2019
Frederik De Backer. Beeld Stefaan Temmerman

Column

Oeverloos gekwaak over een jeugd die niet deugde, terwijl zij de schuldigen daaraan hadden grootgebracht

Frederik De Backer schrijft elke donderdag over de grauwe wereld die we zo veel mogelijk proberen te negeren.

Als hij een beetje zijn best deed, zo dacht hij terwijl hij het oude wijf aan het tafeltje gadesloeg, kon hij het vel dat iemand in het passeren om haar bovenarm leek te hebben geworpen zodanig uitrekken dat hij twee klinknagels verwijderd was van een vlezig zonnescherm.

De hitte was moordend en hij hoopte hartstochtelijk dat zij of eender wie van het viertal eraan zou bezwijken, zodat hij eindelijk verlost zou zijn van hun oeverloos gekwaak over een jeugd die niet deugde, daarbij gemakshalve voorbijgaand aan de onwenselijke waarheid dat zij de schuldigen daaraan hadden grootgebracht.

De vrouw, de enige in het gezelschap, was niet het soort voor hem uit zwalpende, nauwelijks boven haar stuur verdwaasd voor zich uit starende besje in haar als door een amper voelbaar zuchtje wind aangedreven koekendoos op wielen dat als enige resterende levensdoel leek te hebben om van elk van zijn autoritten een calvarietocht te maken. Ze was ad rem en levendig, te levendig naar zijn zin. Arrogant.

Hun tafeltje stond net iets te dicht tegen het zijne, een halve meter, zoiets. Hij kon vanop zijn stoeltje zo de pet van de doodst ogende zijn kop slaan. Ze hadden een gecombineerde leeftijd van tweehonderdtachtig en waren samen al zeker veertig jaar met pensioen. Op kosten van een ongezeglijke generatie die tien jaar langer zou moeten werken omdat zij daar ruim tien jaar te vroeg mee waren gestopt.

Ze rookte, en de stankpluim dwarrelde zijn kant op. Telkens als ze lachte liepen de rillingen over zijn rug. Een perfect, elke ochtend weer uit een potje gevist gebit, te perfect voor vijfenvijftig jaar van teer en andere vuiligheid, waarachter een hees, welhaast rochelend gegrinnik uit een keelgat kwam gekropen. Waren haar tafelgenoten nog bij machte, ze waren graag met haar in bed gedoken. Je zag het aan hun halfzatte smoelen. Met de jaren kwam veel, maar geen goede smaak.

Haar tieten lagen op haar schoot.

Het viertal bleef maar bestellen en dus zitten. Ze moesten duidelijk al tien jaar nergens naartoe. Hij telde af tot ze zouden moeten gaan slapen, waarna hij nog de hele vooravond voor zich zou hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234