Zaterdag 21/05/2022

Opinie

Obama na Foley: verandert de houding van de VS ten aanzien van Syrië, Irak en IS?

Bart Kerremans is professor Amerikaanse politiek aan de KU Leuven.

Bart Kerremans

De onthoofding van journalist James Foley door IS is zonder meer schokkend, ook voor Barack Obama. Meteen duikt de vraag op of ze de aanpak van de Amerikaanse president ten aanzien van Syrië, Irak en IS fundamenteel zal wijzigen. Ten aanzien van IS tot op zekere hoogte, ten aanzien van Syrië en Irak wellicht niet.

Met de onthoofding wint het argument aan kracht dat IS de VS direct wil treffen en dus als bedreiging voor de VS zelf ernstig genomen moet worden. Volledig nieuw is dit niet. Obama's beslissing van 7 augustus om bombardementen te starten was er ten dele door ingegeven, ook al werd dat niet met zoveel woorden gezegd. Maar in Amerikaanse regerings- en veiligheidskringen wordt de potentiële dreiging die het kalifaat voor de VS zelf stelt, vergeleken met de dreiging die van de combinatie Al Qaida/taliban uitging in de aanloop naar de aanslagen van 11 september 2001. Een dergelijk kalifaat laten betijen zou zonder meer, zo is de overtuiging, vergelijkbare aanslagen in de VS mogelijk en waarschijnlijk maken.

Die dreiging mag zich misschien niet onmiddellijk acuut stellen, maar dit betekent niet dat ze niet ernstig zou genomen worden. De onthoofding van James Foley heeft hier effect op omdat het de antiterroristische component in de strijd tegen IS verder zal versterken, zoals overigens door Obama zelf gesuggereerd werd. De leiders van IS kunnen er vanop aan dat zij voortaan doelwitten van Amerikaanse drones zullen zijn, of ze zich nu in Irak, Syrië of elders bevinden.

Strategisch strikte minimum
Voor Obama's aanpak van de luchtbombardementen in Irak valt niet meteen een wijziging te verwachten. Ook al werden de luchtbombardementen voorgesteld als een middel om Amerikaanse diplomaten en burgers te beschermen in Erbil en Bagdad (en als een actie die de jezidis op de Sinjarberg voor een gewisse dood moest behoeden), de beslissing om deze te ondernemen was in eerste instantie ingegeven door het ruimere strategische probleem dat IS voor de hele regio en Amerikaanse belangen aldaar begon te stellen. IS was immers met grote snelheid aan het oprukken naar de Iraaks-Koerdische hoofdstad. Optreden was daardoor een bijzonder dringende aangelegenheid geworden en dat niet alleen om Amerikaanse diplomaten in Erbil te beschermen.

Ofschoon de Amerikaanse regering dit laatste argument als motivatie voor de bombardementen naar voor blijft schuiven, blijkt in de praktijk dat het om een actie gaat die de situatie op het terrein structureel in het nadeel van IS wil veranderen. Kijk maar naar de rol van Amerikaanse luchtbombardementen in het heroveren van de Mosuldam.

Tegelijkertijd is er ook sprake van een zekere terughoudendheid om de druk op de Iraakse politieke leiders hoog te houden. Die zijn immers bezig met de vorming van een regering en deze moet naar Amerikaanse overtuiging worden samengesteld dat ze ook aanvaardbaar is voor soennieten en Koerden, anders dan wat met de aftredende regering van al-Maliki het geval was.

Geen grondtroepen
De redenering daarachter is eenvoudig. Zonder een breed gedragen regering in Bagdad zou de uitschakeling van IS een vacuüm veroorzaken waarin een nieuwe burgeroorlog zou losbarsten. Wat de VS momenteel doet, is dus het strategisch strikte minimum en de onthoofding van James Foley - hoe dramatisch ook - verandert daar niets aan. Het zal de VS er al zeker niet toe brengen om eventueel grondtroepen in te zetten. Daar is gewoon geen politiek draagvlak voor in de VS zelf, noch bij de publieke opinie, noch in het Amerikaanse Congres.

Ook ten aanzien van de aanpak in Syrië zal Foleys tragische dood geen groot verschil maken. Dit neemt niet weg dat de vraag van IS in Syrië een bijzonder heikel punt is en blijft. In een (momenteel weinig waarschijnlijk) scenario waarin Amerikaanse luchtbombardementen in combinatie met Koerdische en Iraakse grondtroepen IS uit Irak zouden kunnen terugdrijven, duikt onvermijdelijk de vraag op of de VS via luchtbombardementen IS in Syrië moet uitschakelen. Het antwoord daarop vereist een bijzonder cynische denkwijze.

Luchtbombardementen zelf kunnen IS niet uitschakelen. Een combinatie van een goed gecoördineerd lucht- en landoffensief eventueel wel. In Irak moeten Koerden en het Irakese leger (eventueel gesteund door sjiitische en soennitische milities) die laatste rol op zich nemen, in Syrië is niet duidelijk wie dat kan. Een bittere ironie wil dat de troepen van Assad wellicht de enigen zijn die dit echt kunnen. Het zogenaamde gematigde verzet momenteel duidelijk niet. Voor de VS wordt het dan kiezen tussen de pest en de cholera. Misschien ligt het effect van Foleys dood vooral daar. Het maakt de VS pijnlijk duidelijk dat het moment zal komen waarop die keuze zal moeten worden gemaakt.

Er is in de VS geen draagvlak voor grondtroepen,noch bij de publieke
opinie, noch in het Amerikaanse Congres.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234