Zondag 29/03/2020

Opinie

Nu een held zich tot de dood gedwongen voelde

Joost ZwagermanBeeld ANP

Christophe Vekeman is schrijver en mocht zich gaandeweg vriend van de overleden Joost Zwagerman gaan noemen.

Ik kwam hem voor de eerste keer tegen, weet ik nog, in weekblad De Nieuwe Revu. We schrijven eind jaren tachtig, Gimmick! zal net zijn verschenen, en de genaamde Joost Zwagerman, voorman van een dichtersbende die zich veelroepend genoeg als 'De Maximalen' bleek te presenteren, zag er op de foto's die het interview begeleidden helemaal uit zoals het wat mij betrof hoorde: poëtische donkerte onder de peilende ogen, een kapsel dat aan dat van Herman Brood leek te refereren, enigszins langoureuze gelaatstrekken die tezelfdertijd van grote zelfverzekerdheid spraken.

Hij was meteen een held voor mij, en zoals dat gaat met helden leek hij te behoren tot een wereld waartoe ik, hoezeer ik dat ook wilde, nooit toegang zou kunnen verkrijgen.

De eerste keer dat ik hem écht ontmoette, vele jaren later, was voor mij dan ook een gebeurtenis die, mocht ik een dagboek bijgehouden hebben, mij stof zou hebben opgeleverd om menig bladzij te vullen. Ik had het kunnen hebben over mijn gestotter, bijvoorbeeld, dat zo hemeltergend schril afstak tegen zijn radde hartelijkheid. Of over het feit dat hij zo groot was, ondanks dat de kromming onder aan zijn nek zo zwaar en imposant boven mij uittorende. Of over de complimenten die ik hem gaf, geheel naar waarheid te kennen gevend dat ik hem naast Brouwers de beste essayist van de Nederlandse letteren achtte.

Christophe VekemanBeeld Jonas Lampens

Meer zelfs, hij was een onversneden inspiratiebron: essays lezend van Zwagerman kreeg ik niet zelden - beter: steevast - zin om mij ook zelf weer eens aan het essayistische genre te wagen, vertrouwde ik hem, immer stamelend nog, in alle eerlijkheid toe. 'Zo, dat is nogal wat', lachte hij.

In tegenstelling tot Herman Brood wilde hij duidelijk van geen haarverf weten, maar het juiste woord om hem op dat moment te omschrijven, is niettemin 'jongensachtig'. Hij was jongensachtig blij, zoals hij, wat elke lezer annex televisiekijker meteen zal beamen, jongensachtig enthousiast kon zijn, jongensachtig bevlogen, en bij momenten ook jongensachtig verontwaardigd.

In de loop van de jaren die volgden hebben we tientallen keren het podium gedeeld - net als ik was hij een Nightwriter -, maar hoe goed wij elkaar ook leerden kennen, en hoe vriendschappelijk onze relatie gaandeweg ook kleuren mocht, ik bleef het als een vreemde eer ervaren in zijn gezelschap te zijn, ik bleef het een voorrecht vinden om gedachten uit te wisselen met iemand die ik op een bepaald niveau nog altijd als een heus idool van mij beschouwde. Dat dwaze gestotter leerde ik af, maar vlijde Joost zich backstage of in de kroeg naast mij neer, dan nam hij in mijn beleving vanzelf plaats op een voetstuk.

Toen hij een poosje geleden besloot om de uitgeverij die onze boeken publiceert te verlaten, stuurde hij mij een soort van excuusmail, in de uitgesproken hoop dat een en ander onze 'hartelijke vriendschapsband' geen schade toebrengen zou. Zo jongensachtig sympathiek was hij. Ik schreef terug dat ik hem - waarom zou ik? - helemaal niets kwalijk nam. Nu hij zich tot de dood gedwongen voelde, nu de meester overmeesterd is, kan ik niet meer doen dan in verdriet maar deemoedig mijn woorden herhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234