Donderdag 19/05/2022

OpinieLenthe Goossens

Noodkreet uit Brussel: is leerplicht tot achttien voor ons publiek nog wenselijk?

null Beeld Hollandse Hoogte / David Rozing
Beeld Hollandse Hoogte / David Rozing

Lenthe Goossens is lerares filosofie en rooms-katholieke godsdienst verbonden aan het T.I. Don Bosco Brussel.

Lenthe Goossens

Ik geef les in het secundair onderwijs in een welgestelde gemeente in Brussel. Mijn leerlingen komen niet uit deze gemeente, wel uit Molenbeek en andere gemeenten die niet echt als ‘rijk’ staan aangeschreven.

Brussel is voor mij een ver-van-mijn-bedshow. Ik pendel op en neer van en naar mijn woonplek. Als ik een zeldzame keer toch eens in Brussel verzeild raak, loop ik als een echte toerist steevast verloren in deze voor mij onbekende stad. Ik ken de stad niet. Ik ken de jongeren die mijn klassen bevolken én mijn collega’s die er elke dag het beste van zichzelf geven.

Pedagogisch project

Ik kan met fierheid zeggen dat mijn collega’s en ik oprecht begaan zijn met onze leerlingen. We proberen tijd te maken tussen leerplandoelen en evaluaties door om met hen te praten, om hen te leren kennen. We hebben oog voor de persoon, voor het individu achter de leerling.

We zeuren en klagen in de leraarskamer – zoals het leerkrachten welhaast betaamt. Dan gaat de bel en staan mijn collega’s alweer met een ontroerende gedrevenheid voor de klas. Ze proberen met handen en voeten als het moet, contact te maken met ons jonge publiek. We proberen hen structuur te bieden.

Structuur in combinatie met hartelijke redelijkheid of redelijke hartelijkheid. Het is voor veel collega’s de missie van het pedagogische project van de salesianen van Don Bosco. Onze huidige directie vertaalt het pedagogische project in een welluidend vierluik: Respect, Ambitie, Samen en Perspectief (RASP). Die krijtlijnen bieden volgens ons de meeste groeikansen voor ons publiek.

Divers publiek

Dat publiek is divers. Enerzijds weerspiegelt het de smeltkroes van de grootstad Brussel qua etniciteit, origine en huidskleur, taal, cultuur en levensbeschouwing. Anderzijds toont diezelfde groep een vreemde homogeniteit. Ze zijn haast allemaal van een ‘andere’ origine. Indien niet zij, dan wel hun (groot)ouders. De meerderheid van hen is moslim. Onze jongeren dragen een ‘figuurlijke rugzak’ die gaat van armoede over moeilijke thuissituatie tot illegaliteit.

Leerproblemen zijn vaak de minste van hun zorgen. Ze zijn jong en puberen. Ze zoeken grenzen om tegenaan te botsen. Door omstandigheden zijn die grenzen er meestal niet in hun buitenschoolse leefwereld. Het leidt vaak tot gedragsproblemen op de school, in combinatie met leerproblemen. Dat is de realiteit waar mijn collega’s en ik mee te maken hebben.

Leerling A zet de klas op stelten want hij heeft geen boeken. De schoolboeken van het vorige jaar zijn nog niet betaald. Er is geen geld voor. Leerling B moet dagelijks voor vier jongere broers en zussen en het huishouden zorgen. Voor studeren is er geen tijd, spijbelen is het gevolg met alle problemen van dien.

Leerling C tot Z

Leerlingen C tot en met Z dan. Zij komen bij ons in de eerste graad b met ‘een gemotiveerd verslag’ of door ‘doorstroming op leeftijd’. Ik weet niet veel over het M-decreet of het leersteundecreet. Ik zie dat onze eerste graad b vol zit met leerlingen met grote gedrags- en/of leerproblemen. Leerlingen die thuishoren in het buitengewoon onderwijs. Dat niveau beschikt over de juiste omkadering. Durf ik te hopen. Kleine klassen en de juiste expertise maken een wereld van verschil. Ik zie hoe mijn collega’s in de eerste graad b moeten roeien met riemen die ze niet hebben. Wij, en zij in het bijzonder, komen vaak niet meer aan lesgeven toe. De leerlingen komen niet langer aan leren toe.

Gastjes van twaalf jaar gooien met stenen naar onze auto’s. Meisjes schelden mijn collega’s uit in bewoordingen die ik niet durf te herhalen. Kinderen, want dat zijn ze, vertonen gedrag dat op het randje van crimineel is. Ik merk dat we hier geen antwoord meer op hebben.

We doen wat moet en kan. Gesprekken, waarschuwingen, tuchtprocedures. Ouders worden uitgenodigd. Communicatie met ouders is toch essentieel. Het ‘samen’ van de RASP mag geen hol concept zijn. Sommige ouders zitten zelf met de handen in het haar. “Ik weet het zelf ook allemaal niet meer, mevrouw.” Of: “Meneer, ik heb helaas niets meer aan mijn zoon te zeggen.” Andere ouders schuiven elke verantwoordelijkheid van zich af, gaan in het verweer of zelfs in de aanval. Dan is het opnieuw de fout van de school. Wij worden leugenaars genoemd. Collega’s krijgen alle bagger over zich heen.

Moegestreden

Veel van mijn collega’s zijn erg goed in zowel hun vak als in hun didactiek. Ze geven les met hoofd en hart, met handen en voeten. Dat trachten ze telkens opnieuw te doen. Zelfs na een zoveelste les waarin lesgeven opnieuw onmogelijk was. Ze keren terug, pakken de uitdaging opnieuw op. Ze proberen nog een keer een andere aanpak. Mijn collega’s in de eerste graad b doen alles wat ze kunnen. Hoe creatief ze al out of the box hebben gedacht, hoe flexibel ze zich opstelden, hun pogingen om de lessen voor iedereen leefbaar en veilig te houden, lopen al te vaak op niets uit. Eind oktober voelen zij zich ‘op’. Eerlijk, ik begrijp niet hoe zij nog elke dag naar school komen. Ik doe er mijn pet voor af. Ze zijn mentaal sterker en weerbaarder dan dat ik zou zijn.

De directie staat achter deze moegestreden collega’s. Dat mag gezegd. Ze zoekt mee naar oplossingen die er helaas niet of die ontoereikend blijken te zijn. Externe organisaties worden ingezet ter ondersteuning.

Al na projectnamiddag twee geven die professionelen, ‘hiervoor’ opgeleide mensen, aan dat ze er de brui aan geven. Ik wil daar niet eens schamper over doen. Mensen hebben terecht grenzen. Mijn collega’s staan elke schooldag in deze realiteit. Ze lijkt meer van doen te hebben met opvang en/of liefdadigheid dan met ‘school’.

Beter

En dat zijn we nog altijd: een school. Onze kerntaak en ambitie is simpel: kwaliteitsvol onderwijs verstrekken.

Wij doen al het mogelijke om de jongeren een perspectief te bieden op ‘beter’: een diploma, een plaats in de samenleving en niet in de marge ervan. We blijven proberen om ook op menselijk vlak een verschil te maken. We luisteren respectvol naar wat leeft, naar wie lijdt en noden heeft. Voor sommige leerlingen – de groep wordt met de jaren talrijker – bestaat ‘beter’ uit een begeleiding en ondersteuning die wij, die het leerplichtonderwijs tout court, niet kan bieden. Alternatieven zijn er evenwel niet.

Mijn collega’s verdienen ook ‘beter’. Een veilig werkklimaat waarin ze niet worden bedreigd in hun professionele, psychische en fysieke integriteit. Het maatschappelijke debat dringt zich op, taboes over alternatieven moeten op de schop. Is leerplicht tot achttien voor ons publiek nog wenselijk? Hoe voorkomen we dat inclusie verwordt tot een illusie? Waarom lijken onderwijs en welzijn beleidsdomeinen die niet met elkaar te verzoenen zijn? Blijft het maatschappelijke debat uit, dan dreigt elk perspectief op korte en lange termijn tot mislukken gedoemd. Dat is nefast voor ons, voor ons publiek en voor de volwassenen van morgen. Aan het appel van het ‘samen’ in ons pedagogische project moet ook dringend een structureel-maatschappelijk ‘samen’ beantwoorden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234