Dinsdag 09/08/2022
Mark Elchardus. Beeld DM
Mark Elchardus.Beeld DM

OpinieMark Elchardus

Nieuwe en pragmatische regels zijn nodig om met haatspraak, oproepen tot geweld en terrorisme om te gaan

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Zijn bijdrage verschijnt tweewekelijks, afwisselend met Vincent Stuer.

Mark Elchardus

Het is nu duidelijk: nieuwe, pragmatische en eigentijdse regels zijn nodig om met haatspraak, oproepen tot geweld en terrorisme om te gaan. Als de haatprediker ‘wit’ en bovendien al wat ouder is: zonder pardon de bak in. Dat is het evidente gevolg van de geboekte vooruitgang. Gedaan met white privilege.

De zaken liggen anders als de haatspraak, de oproep tot geweld, van iemand komt die zich kan tooien met de mantel van onderdrukt slachtoffer, zeker als die persoon gedreven wordt door het ware geloof en daarenboven consequent is, de daad bij het woord voegt, zijn steentje bijdraagt aan het ombrengen van de verderfelijke kafirs en gepriviligieerden. Men moet echt kleurenblind zijn om het verschil niet te zien, niet te beseffen hoezeer die vetgemeste gepriviligieerden gelijkheid en vrijheid met de voeten treden, terwijl de gelovige haatprediker zich inzet voor meer gelijkheid en vrijheid van de onderdrukten.

Er zijn nog altijd mensen die dat verschil niet zien of niet willen zien. Die vasthouden aan volkomen achterhaalde noties van gelijkberechtiging, alsof er sprake kan zijn van gelijkheid tussen de gepriviligieerden en de onderdrukten. Welke middelen hebben de slachtoffers nu, buiten haat, geweld en terrorisme, om enig evenwicht in de wereld te brengen, iedereen, mannen en vrouwen, witten en mensen van kleur, mensen met en mensen zonder migratieachtergrond een gelijke mate van vrijheid en waardigheid te geven?

Nieuwe moraal

Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van staatssecretaris voor Asiel Sammy Mahdi (CD&V), maar zijn poging om de haatpropagandist Abdallah Ouahbour het land uit te zetten, is hopeloos achterhaald door de nieuwe moraal.

De staatssecretaris had toch wel even kunnen kijken naar de roemrijke staat van dienst van Ouahbour. Ooit werd die discrete held van de aanslagen in Casablanca en Madrid veroordeeld door een westers repressief en islamofoob regime tot zeven jaar cel. Gelukkig is er dan het Hof voor de Rechten van de Mens om te waken over de rechten van onderdrukte minderheden, hen in bescherming te nemen tegen de tirannie van de meerderheid. België werd, volkomen terecht, verplicht schadevergoeding te betalen aan Abdallah Ouahbour.

Ondanks het posttraumatische stresssyndroom dat die held overhield aan het repressieve optreden van het goddeloze, islamofobe België, maar geholpen door de schadeloosstelling volhardde hij in zijn werk: het prediken van haat en geweld om tot een betere, in het ware geloof verenigde, vreedzame wereld te komen. Wat een moed, wat een vastberadenheid toch. Is het overdreven hem te beschouwen als een waarlijk hedendaagse heilige? Niet te beroerd of te kleinzielig om de echte krachten van verandering, zoals IS, te steunen?

Gedreven door volkomen achterhaalde opvattingen over vrijheid en gelijkheid, om nog te zwijgen van zijn waarlijk oubollige opvatting over veiligheid, probeert staatssecretaris Sammy Mahdi die held – de parel van Maaseik en omstreken – het land uit te zetten. Terecht steekt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daar een stokje voor. Dat administratief hof weet waar de juiste kant van de geschiedenis zich bevindt, in welke richting het historische proces loopt, dat vrijheid zijn juiste betekenis geeft.

Dat rechtscollege kent ook de nieuwe criteria die gelden in een samenleving van minderheden. Doorslaggevend bij een beslissing is niet het voorliggende geval, maar de taal van de rechter. Dat is ten minste een duidelijk criterium, niet vatbaar voor activistische interpretatie. Als de taal Frans is, dan is de kans nagenoeg tien keer groter dat een uitspraak tot uitzetting wordt verbroken. Wat een zegen toch, dat rechtscollege. Ouahbour vroeg dat zijn zaak in het Frans zou worden behandeld.

Het moedige optreden van de Raad verdient applaus, maar alles kan beter. Bekijken we nu even kalm het geval Abdallah Ouahbour. Wat een geld- en tijdverlies toch was het hardnekkig achtervolgen van die vrome man. Het is toch overduidelijk dat hij tot een zeer kwetsbare minderheid behoort, haatpredikers met banden met terroristen. Als er nu ooit een minderheid was die tegen de tirannie van de meerderheid dient beschermd, dan toch die kwetsbare, diepgelovige, moedige en fanatieke groep die bij de meerderheid enkel op afkeuring stuit.

We weten inmiddels dat rechters de rechten van zulke kwetsbare minderheden effectief bewaken en verdedigen. Laten we daar lering uit trekken. Het land kan zich moeite, tijd en geld besparen door te kiezen voor een andere, pragmatische en eigentijdse aanpak. Een loket waar leden van kwetsbare minderheden, als zij op overtuigende wijze kunnen aantonen dat zij op een effectieve manier oproepen tot haat en geweld, aanspraak kunnen maken op een vergoeding voor hun inspanningen. Welkom op het narrenschip.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234