Woensdag 20/11/2019

Column

Niet enkel vrouwen op Tinder hebben last van glimlachdwang

Saskia de Coster. Beeld Bob Van Mol

Saskia de Coster is schrijver van de pas verschenen roman Nachtouders. Haar column verschijnt tweewekelijks op woensdag.

“Lach dan toch!” Niet enkel vrouwen op Tinder, strategisch achter een glas bubbels, hebben last van glimlachdwang en behagen zich te pletter. Online transformeert de mens met het grootste gemak in een behaagziek dier. Luidkeels prijzen we elkaar de hemel in. Het epitheton ‘geweldig’ bij een getagd persoon is eerder regel dan uitzondering.

Geen zorgen, je mag online ook droevig of premenstrueel zijn. Sterker nog: als je daarvoor kiest, dan moet je all the way droevig of premenstrueel zijn en dat heel dik in de verf zetten, liefst met een foto van de pot Nutella op je schoot en de vetrollen uit je sweatpants. Expliciet en overdreven, onderstreept met emoticons. Is dat erg? Nee. Behaagziek? Zeker. De vraag is alleen aan wie of wat.

Het verbaast me, de vanzelfsprekendheid waarmee ikzelf, mijn vrienden en onlinekennissen de codes aanvaarden, ons de geijkte hashtags eigen maken en de taal overnemen, leergierige, adaptieve diertjes die we zijn. En onderworpenen die we zijn, net zo goed, om over onze swipende peutertjes nog maar te zwijgen. Het gaat allemaal zo lekker vlot en organisch, het hele opzet is van de natuur afgekeken en prachtig gekopieerd.

De natuur is binnenstebuiten gekeerd. En zo ook onze psychologische opmaak. Online wordt alles in het werk gesteld om ons gedrag te beïnvloeden. Onze emoties worden buiten ons om gebruikt voor andere, marktbepaalde doeleinden.

Als je iets virtueel verstuurt of post, gooi je het in de openbaarheid, dat snapt iedereen. Net nog kreeg ik een mail van een collega schrijver, al te enthousiast of gehaast geforward zodat ik een hele sliert interne keuken over vergoedingen mee kon lezen die aan een uitnodiging voorafging (en nu ligt dat in de openbaarheid, Kristien. Wink.). We weten al langer dan vandaag dat we stukjes van onze privacy opgeven op www, het medium dat al dertig jaar ons bestaan opvrolijkt en de laatste jaren fundamenteel mee vormgeeft.

De kloof tussen wat ons wordt opgelegd te willen en wat we werkelijk willen, daar wringt het. Influencers maken de dienst uit, maar zij zijn tenminste nog vrij zichtbaar en expliciet. De pot Nutella wordt tegenwoordig braafjes vernoemd als hij van de sponsor gekregen is. Dat is bij wet bepaald. Maar influencers zijn enkel een van de symptomen van het diepere probleem. We geven met de glimlach een deel mentale bewegingsvrijheid op, vele malen per dag. Rustig klikken we op ‘ok’, in het vage besef dat we gegevens inruilen voor privacy, maar we krijgen wel korting op sneakers of een citytrip. We rijden ons vast in een fuik.

In iedere sociale context voldoe je aan verwachtingspatronen. Sociaal wenselijk gedrag op straat, bijvoorbeeld een glimlach, kan bonuspunten opleveren: iemand zal je misschien sneller helpen, misschien ook niet. Online ligt dat toch even anders: wij conformeren massaal aan de verwachtingspatronen van algoritmes, gemanipuleerd in het uiten van al onze wensen en verzuchtingen. Klinkt overdreven? Uit een intern bedrijfsrapport van Facebook uit 2017 blijkt dat via diepgaande gegevensverzameling van een Facebook-profiel adverteerders in staat zijn om het precieze moment te bepalen waarop een onzekere tiener een ‘vertrouwensimpuls’ nodig heeft en ze dus haast 100 procent zeker kunnen garanderen dat ze bepaalde producten kunnen verpatsen aan deze consument. Lachen geblazen. Voor de marketeers.

Je mag online dus zeker onzeker zijn, maar dan wel zo claustrofobisch duidelijk onzeker dat er niet te veel ruimte meer is voor nuance, vertwijfeling en vooral transformatie. De algoritmes willen niet dat wij wispelturig zijn en op eigen initiatief veranderen. Zij willen zelf de transformatie teweegbrengen. Zo getuigt een datawetenschapper: “We kunnen de context reconstrueren rond bepaald gedrag en op die manier verandering afdwingen... We leren nu hoe we de muziek moeten schrijven, en dan zorgen we ervoor dat de muziek mensen laat dansen.” (Groene Amsterdammer, 21/2) Zo ver zal de manipulatie gaan en we doen er alles aan om te helpen. ‘Wat moet je willen?’ wordt zo heimelijk geïnternaliseerd tot ‘Wat wil je?’. Controleerbaar en beheersbaar zullen wij zijn.

Ik las net bij James Baldwin, in The Fire Next Time, een brief aan zijn neef uit 1963: “(They) seem to feel that happy songs are happy and sad songs are sad. ...only people who have been ‘down the line’ ... know what this music is about.”

Ik wil mezelf kunnen tegenspreken, ik wil bij anderen ook de gelaagdheid en de tegenstellingen terugvinden. Daarmee zijn de algoritmes niet klein te krijgen en onze data uiteraard niet terug te winnen, maar wel een soort authenticiteit die we alsmaar krampachtiger zoeken. Trouwens, ik kan me geweldig amuseren zonder een spier te vertrekken. Cheese.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234