Maandag 24/06/2019

Column Mark Elchardus

Niet alles van de verlichting getuigt van groot licht

Mark Elchardus. Beeld RV

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en opiniemaker bij De Morgen. Zijn column verschijnt elke zaterdag.

Het is ‘maand van de filosofie’. Een gelegenheid om het te hebben over de stomme verbazing waarmee ik naar het hedendaags gebruik van de verlichting kijk. Nooit eerder hoorde ik zo enggeestig over die denkstroming praten. Voluit tegen de geest van de verlichting in worden mensen zelfs verketterd omdat zij ‘de waarden van de verlichting’ onvoldoende zouden volgen. 

Een kwetterende, kneuterige kaste van verlichtingspastoors laat van zich horen. Moeilijk daarbij niet te denken aan de woorden van de grootste aller verlichtingsdenkers, Diderot, immer heftig in woord en gebaar: “Laten we de laatste koning wurgen met de darmen van de laatste pastoor.” Zo’n uitspraak, toegepast op een andere religie dan de christelijke, zou de man vandaag in nauwe schoentjes brengen. Voltaire, een andere iconische verlichtingsdenker, zou nagenoeg zeker worden aangeklaagd voor racisme. Van de derde grote naam uit die denkrichting, Rousseau, wordt gezegd dat hij de grondlegger is van het moderne totalitarisme. Toch gaat iedereen ervan uit dat onze samenleving de verlichtingswaarden huldigt. Dat kan omdat we ons, gelukkig, niet blindstaren op de specifieke, vaak botte woorden van die auteurs, maar kijken naar hun onderliggende boodschap.

Indiscrete juweeltjes

De kernwaarde van de verlichting wordt mooi beschreven in Diderots vrolijk pornografische roman, Les bijoux indiscrets (1748). Sultan Mangogul komt in het bezit van een ring die, als hij in de richting van een vagina wordt gedraaid, deze aan het praten krijgt. De indiscrete juweeltjes vertellen dan honderduit over hun ervaringen aan het hof. De boodschap is duidelijk: religie, onwetendheid, traditie, conventie en dergelijke meer mogen ons er niet van weerhouden de waarheid aan het licht te brengen. Dat engagement – vrij onderzoek – veronderstelt individuele vrijheid en geloof in het redeneervermogen van mensen. In de geschriften van de verlichtingsdenkers vind je ook genoeg argumenten voor de stelling dat iedereen in gelijke mate moet kunnen genieten van die vrijheid. Daarom zegt men wel eens dat verlichting staat voor vrijheid en gelijkheid.

Zo’n sloganeske weergave, losgekoppeld van de intellectuele traditie die de betekenis van die woorden verduidelijkt, loopt al snel mank. Het dragen van de boerka wordt vandaag ook verdedigd in termen van vrijheid en gelijkheid. We krijgen aan de ene kant die simplistische benadering van vrijheid, aan de andere kant een even simplistische en eenzijdige versie van het verlichtingsdenken alsof dit niets anders inhield dan het verwerpen van geopenbaarde waarheden en een pleidooi voor gendergelijkheid. 

Het ene en het andere gebeurt omdat we weer geconfronteerd worden met een religie die lijkt op de religies waarmee men in de 18de eeuw wilde afrekenen. Dat werkt debiliserend, stelt simplisme tegenover simplisme, fundamentalisme tegenover fundamentalisme. Het staat in de weg van een volwassen benadering van de verlichting, waarin kritiek even belangrijk is als bewondering.

Tegenverlichting

De sociologie, mijn discipline, kreeg haar moderne vorm toen haar pioniers in de loop van de 19de eeuw een synthese maakten van de opvattingen van de verlichtingsdenkers en de kritieken daarop van denkers van de tegenverlichting als Herder, Burke, Carlyle, Taine en Renan. We durven ons amper nog op die mannen beroepen omdat sommigen onder hen de verdediging opnamen van traditionele religie en hiërarchische maatschappij-inrichting. Ook bij Herder en co. loont het de moeite om, los van hun specifieke historische context, te kijken naar hun meer algemene inzichten. 

De vrijheid van individuen is geen abstract of natuurlijk gegeven, maar een verwezenlijking van collectiviteiten. Zij heeft evenveel te maken met een volle maag en een comfortabele woning als met het vrije woord. Wij zijn denkende wezens, zeker, maar denken altijd in de voetsporen van vorige generaties. Wat we zijn, wordt bepaald door de cultuur waarin we opgroeien. Zelfs het wetenschappelijke denken steunt op onderzoekstradities. We moeten aanvaarden dat mensen niet overal hetzelfde zijn. Wat we zijn, valt niet te reduceren tot onze natuur. Culturele diversiteit negeren in naam van een universele natuur en van vermeend universele rechten, baart oorlog en verdrukking.

Het verlichtingsdenken was blind voor die inzichten. Over de Franse 18de eeuw schreef Ernest Renan dat zij “enkel zichzelf begreep en iedereen in het licht daarvan beoordeelde”. Ik ben mateloos verliefd op de 18de eeuw, maar intellectueel lijkt het me beter in de 21ste te leven, ook al omdat we daar nu toch zijn aanbeland. Leven en overleven vandaag vergt zowel de inzichten van de tegenverlichting als de waarden van de verlichting.

De Franse verlichtingsdenker Diderot schreef: “Laten we de laatste koning wurgen met de darmen van de laatste pastoor.” Zo’n uitspraak, toegepast op een andere religie dan de christelijke, zou de man vandaag in nauwe schoentjes brengen, meent Elchardus. Beeld akg-images / Erich Lessing
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden