Vrijdag 14/08/2020
Beeld Damon De Backer

Column

Niemands opa was zo mooi kaal als die van ons

Auteur Bregje Hofstede vertelt over haar leven. 

Door een zeldzame ziekte verloor mijn opa als twintiger al zijn haar. Hij was en bleef helemaal kaal: hij had zelfs geen wenkbrauwen of wimpers meer, wat hem een aparte, starende blik gaf. Maar hij wist van zijn kaalheid een troef te maken. Als wij, ­kleinkinderen, bij hem logeerden, mochten we ’s ­ ochtends ons gekookte eitje stuktikken op die veel ­grotere beige bol: zijn glanzende schedel. Bovendien groeiden er heel soms tóch een of twee verdwaalde haren op zijn hoofd. Dan verzekerde hij ons dat alleen lieve kinderen die konden zien, en stond ons toe om ze uit te trekken. Niemands opa was zo mooi kaal als die van ons.

Later – ik was inmiddels een jonge tiener, en was op zijn uitnodiging mee op skivakantie – toonde hij opnieuw dat talent om van een ongelukje een pluspunt te maken, of op zijn minst een legende. We waren met zijn tweeën op de piste. Ondanks zijn hoge leeftijd skiede hij nog goed, stram maar gelijkmatig en onverstoorbaar – totdat een jonge vrouw hem van achteren omver skiede. Hij belandde ­ondersteboven in de sneeuw en de scherp gesneden zijkant van haar ski schampte zijn schedel. Bij het zien van de felrode spetters in de sneeuw dacht ik dat opa ter plekke zou ­sterven. In plaats daarvan foeterde hij wat tegen de jonge Duitse, die zich op huilerige toon verdedigde en er ­ten slotte ­vandoor skiede, terwijl ik mijn opa op de been hielp en me paniekerig afvroeg wat ik moest doen met deze ­zwaargewonde.

Tot mijn opluchting viel het mee. Het was maar een ondiepe schram, die door zijn bloedverdunners een ­kortdurend fonteintje voortbracht. Tegen de tijd dat we het appartement hadden bereikt waar de rest van de familie was, was het gebeurde al tot een legende ­uitgegroeid. De rest van de week vertelde opa aan ­iedereen die een blik wierp op zijn pleister, dat er een jonge, blonde Duitse op hem gevallen was, en wel met zo’n hartstocht dat hij het er maar nauwelijks levend van af had gebracht.

Toen hij de negentig gepasseerd was, werd hij ziek en verloor in rap tempo de kracht in zijn spieren. Hoe trots en eigenwijs hij ook was, ineens moest hij hulp en advies accepteren.

Met deze laatste, grootste zwakte ging hij meesterlijk om. Hij schikte zich ernaar, en het effect was wonderlijk. Hoe minder kracht er overbleef in zijn ledematen, hoe sterker hij ons allemaal naar zich toetrok: zoons, ­kleinkinderen, schoonfamilie, iedereen kwam extra vaak op bezoek, iedereen verbaasde zich over zijn nieuwe mildheid. Waar hij ooit een afstandelijke en bij vlagen nogal vervaarlijke man kon zijn, van wie je soms uit de buurt moest blijven, werd hij nu een kacheltje om je aan te warmen.

Hij stelde vragen. Hij zei dankjewel, dank je, hoe gaat het met je, fijn.

Toen ik hem op het laatst nog eens vertelde van de eieren, de haren en de Duitse die zo hoteldebotel op hem was gevallen, lachte hij en mompelde: “Ik ben blij”.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234