Zondag 15/12/2019

Opinie

Niemand is gebaat bij sociale ontwrichting

Jean-Marie Debaene Beeld rv

Jean- Marie De Baene is hoofd ABVV- studiedienst 

In zijn essay over digitalisering en deeleconomie (DM 28/10) beweert Rogier De Langhe dat de vakbonden en de sociale gesprekspartners veel te halsstarrig vasthouden aan bestaande regels en dat de werknemer zelf daar de dupe van is. Een boude stelling die om een antwoord vraagt, aangezien hij niet de enige is die dergelijke vooroordelen de wereld instuurt.

De evoluties inzake digitalisering vergen ongetwijfeld een breed maatschappelijk debat. De sociale gesprekspartners zijn die uitdaging aangegaan en hebben recent een eerste analyserapport opgeleverd in de Nationale Arbeidsraad. De komende maanden moet dit uitmonden in concrete aanbevelingen. Deze aanpak staat in schril contrast tot de manier waarop de regering tewerk gaat. Ze had nog maar net een fiscale regeling uitgevaardigd voor het werken in de (erkende) platformen, of ze past dit kader nu al aan en verbreedt dit tot een aantal activiteiten van particulier tot particulier en binnen de zorg- en welzijnssectoren. Met een nieuw statuut voor 'vrijetijdswerk' er bovenop. Daar kwam geen overleg aan te pas, laat staan een gefundeerde impactanalyse. Eigenlijk was het haar enkel te doen om op voorstel van Open VLD, zoveel mogelijk burgers de kans te bieden onbelast bij te verdienen, de fameuze 500 euro netto per maand. Een puur fiscale gunstmaatregel. Van sociale bescherming is nauwelijks sprake, integendeel: de kans is groot dat het de bestaande bescherming ondergraaft.

Sociale bescherming is nochtans bittere noodzaak in het nieuwe kader van de platformeconomie. Het voorbeeld van Deliveroo toont dit aan. De minimale bescherming die de fietskoeriers als werknemer genoten via de betaling van een uurloon en een vergoeding voor verzekering en fietsonderhoud, wordt afgebroken. Voortaan zijn het freelancers. Deliveroo beweert dat ze straks meer kunnen verdienen als... ze meer diensten presteren in een kortere tijd. Deze case bewijst overigens dat een betere bescherming mogelijk is, als er tenminste de wil bestaat bij de initiatiefnemer en als de overheid passende voorwaarden oplegt. Zo werd Uber in Groot- Brittannië veroordeeld om voortaan wel minimale arbeidsvoorwaarden toe te passen. De rechter oordeelde met recht en reden dat Uber wel degelijk als werkgever optreedt en derhalve de werknemersrechten moet respecteren. Het moge duidelijk zijn dat het om bescherming gaat waar ook en vooral de nieuwkomers van genieten. De ‘outsiders’, zoals Rogier De Langhe het uitdrukt.

Er is overigens niets mis met behoud van sociale rechten voor wie al werk heeft. Niemand stelt de strijd tegen sociale dumping in vraag, bijvoorbeeld in het kader van de detachering waarbij werknemers naar hier uitgestuurd worden tegen lagere arbeidskosten. Nochtans gaat het ook in dat geval om bescherming van jobs en waardige arbeidsvoorwaarden voor wie al werkt in de bouw, de transport en tal van andere sectoren. Waarom zouden we dan voorstander zijn van interne sociale dumping door de arbeidsvoorwaarden naar beneden bij te stellen voor werkenden in nieuwe sectoren zoals de platformeconomie? Daar zijn niet alleen de werknemers het slachtoffer van, maar ook de consumenten. 

Nieuwe contexten

Neem nu het vrijetijdswerk dat straks van start gaat in de zorgsectoren: is de gebruiker van kinderopvang gebaat bij de concurrentie via niet gekwalificeerde vrijetijdswerkers, neen toch. Er is daarenboven geen enkel eenduidig bewijs dat bescherming van de zittende werknemers of insiders, in het nadeel speelt van nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Recent onderzoek wijst op het tegendeel: deregulering van de arbeidsbescherming en flexibilisering van contracten speelt in het nadeel van de nieuwkomers en versterkt nog de scheiding tussen nieuwkomers en zittende werknemers. We hebben er dus alle belang bij dat de platformeconomie niet eindigt in een parallelle arbeidsmarkt.

Wat niet wil zeggen dat alles bij het oude moet blijven en dat digitalisering en platformen puur als bedreiging moeten worden afgedaan. Deeleconomie kan een zegen zijn voor de samenleving. Autodelen (om samen naar het werk te pendelen), delen van dure gebruiksvoorwerpen (met buren en vrienden), kennisdeling (Wikipedia, gratis software, minder patenten op vindingen...) bieden mooie perspectieven op een duurzamere en meer conviviale economie. Maar van zodra de commercie ten tonele verschijnt of de werkenden in een ondergeschikt verband terecht komen, is het opletten geblazen en is regulering gewenst ten voordele van de zwakste partij.

Uiteraard moet het vakbondswerk zich aanpassen aan nieuwe arbeidscontexten. Een werkcontext met veel werknemers op een vaste werkplek, is iets anders dan een werf en nog helemaal iets anders dan een werkcontext zoals die van de fietskoeriers die individueel hun opdrachten uitvoeren. En ook het sociaal overleg moet zich aanpassen. Platformen moeten een erkenning aanvragen en het werkgeverschap opnemen zodat er een aanspreekpunt is voor afspraken rond arbeidsvoorwaarden. In de zorg moet er een afbakening afgesproken worden tussen werk voor professionals en complementaire taken voor vrijwilligers, en moeten die afspraken gerespecteerd worden door de subsidiërende overheden. En zelfs in de activiteiten van particulier tot particulier moeten er spelregels zijn die vermijden dat regulier werk - ook in de sociale economie en dienstenchequebedrijven - de das wordt omgedaan. 

Het sociaal overleg is verre van passé, tot spijt van wie het benijdt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234