Zaterdag 16/10/2021

OpinieJoris Vlieghe

Neen, mijnheer Pelleriaux, onderwijzen is geen lopendebandwerk

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Joris Vlieghe is docent wijsgerige pedagogiek (Educatie, Cultuur en Samenleving, KU Leuven)

In een interview met deze krant laat de nieuwe gedelegeerd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs, Koen Pelleriaux, optekenen dat het hem efficiënter lijkt de opdracht van onze Vlaamse leerkrachten op te splitsen in deeltaken. Sommigen kunnen zich voornamelijk wijden aan de overdracht van kennis, vaardigheden en attitudes, anderen aan het examineren, enzovoort (DM 24/8). Met dit plan meent hij tegelijk een antwoord te hebben gevonden op de kwestie van het toenemende lerarentekort.

Het voorstel van Pelleriaux is symptomatisch voor een kwalijke evolutie in onze opvattingen over het lerarenberoep. Net deze evolutie verklaart waarom dit beroep steeds minder aantrekkelijk wordt. Dit voorstel sluit namelijk aan bij wat je een ‘vertaking’ van opvoeden en onderwijzen zou kunnen noemen: een complexe opgave zoals het inleiden van jonge mensen in een voor hen nog nieuwe wereld, wordt opgevat als een technische taak, bestaande uit een geheel van deeltaken. Vanuit een economische logica lijkt het ongetwijfeld een subliem idee om deeltaken te delegeren aan leraren die elk in één zo’n taak expert zijn/worden. Zo heeft men aan het begin van de twintigste eeuw ook de efficiëntie van de fabrieken spectaculair opgekrikt met de invoering van het lopendebandwerk.

Het doet me denken aan mijn ervaring als docent in het Verenigd Koninkrijk, dikwijls onze voorloper op het vlak van onderwijsvernieuwingen. Powerpoint-presentaties maken wordt daar bijvoorbeeld soms uitbesteed aan experts, zodat elke lesgever identiek dezelfde leerinhoud kan verstrekken aan verschillende groepen studenten. Ongetwijfeld goed(bedoeld) initiatief vanuit een managementperspectief, maar als docent met een passie voor je vak, merk je snel dat zoiets onverzoenbaar is met jezelf smijten in het lesgeven.

Liefde voor het vak

De stiel van de leraar definiëren in termen van deeltaken en expertise getuigt van een enge opvatting van het lerarenberoep. In haar essay over De crisis in de opvoeding maakte Hannah Arendt al in de jaren 1950 de analyse dat een van de redenen van het falen van het onderwijs in de VS erin bestond dat van leerkrachten steeds meer gevraagd werd expert te zijn in een specifiek aspect: didactiek. Expert zijn in het vak waarover men lesgeeft, laat staan een passie ervoor hebben, werd als bijzaak gezien. De veronderstelling die daarachter schuil ging, is dat iedereen alles kan doceren zolang je maar competent bent in de juiste didactische vaardigheden.

Het belang van het specifiek deel van de wereld dat je wil meedelen, raakt zo op de achtergrond. Zo dreigt de kern van de zaak verloren te gaan, namelijk: een leerkracht is iemand die een diepe interesse, zelfs een liefde heeft voor wiskunde, leren schrijven, koken, muziek maken, houtbewerking enzovoort. Vanuit een studie van en toewijding aan die zaak, neemt de leerkracht de taak op om de nieuwe generatie te tonen hoe waardevol die zaak is, zodat deze opnieuw aan de slag kan met onze wereld – dikwijls op onvoorspelbare manieren.

Vanuit die optiek is de ‘stiel’ van de leerkracht veel meer dan de som van wat deeltaken. Het maken van een Powerpoint of van een examen, zijn integraal deel van de betrachting om zo goed mogelijk leerkracht te zijn: van recht te doen aan de zaak die men onderwijst.

Omkering van perspectief

Betekent dit dan dat het verwerven van competenties in deeltaken geen rol meer te spelen heeft? Uiteraard niet. Wat ik wil aangeven is dat we misschien een omkering van perspectief en prioriteiten nodig hebben. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een vorming – misschien een betere term dan opleiding of training – tot/van leerkracht(en) waarbij men hun de kans biedt om na te denken over het belang van de zaak die ze zullen onderwijzen aan de nieuwe generatie.

Het is daarbij even belangrijk om de vaardigheden en attitudes die daarvoor nodig zijn, (samen) in vraag te stellen en (als collectief) bij te sturen. Dat houdt in dat het verwerven van deelcompetenties geïntegreerd wordt in een rijke en substantiële opvatting van wat het betekent een leerkracht te zijn – een opvatting die aan de dreiging van vertaking voorbijgaat.

Om terug te keren op de aanleiding van Pelleriaux’ plannen: het lerarentekort. Mij lijkt een reductie van zo’n waardevol beroep tot een kwestie van het competent uitvoeren van technische deeltaken dit beroep niet meteen aantrekkelijker te maken. Misschien is het in het midden van deze crisis belangrijk dat we opnieuw over de ‘liefde voor een vak’ durven te spreken, en dat we het leraarschap niet reduceren tot technisch bandwerk. Studenten die het hoger onderwijs aanvatten in een tijd waar men juist weg wil van het bandwerkmodel van werk, zal dit allicht veel meer aanspreken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234