Maandag 18/10/2021
Jana Antonissen. Beeld DM/Bart Hebben
Jana Antonissen.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnJana Antonissen

‘Nederlands klinkt gewoon zo hard’, zeiden de Duitsers zonder een greintje ironie

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt wekelijks

“Ah, Nederlands”, zuchtte ze terwijl ze haar designerzonnebril liet zakken om me een meelijwekkende blik toe te werpen, “c’est degueulasse comme langue, echt zo’n boerentaaltje.”

Bij gebrek aan een betere reactie glimlachte ik maar.

We schrijven Ibiza 2012. Ik was er op vakantie met mijn toenmalige schoonfamilie; verveelde Parijzenaars die geloven dat je met geld alles kunt kopen. Ik was 19 en wist niet beter.

Het zou niet de laatste keer zijn dat mijn taal zo brutaal aangevallen werd. Onlangs nog moest ik aanhoren hoe enkele Duitse kennissen het Nederlands van de hand deden als lelijk.

“Het klinkt gewoon zo hard”, zeiden Wagners nazaten zonder ook maar een greintje ironie, “met al die keelklanken en zo.”

Tja, nu die Duitsers over barre klanken begonnen te zeuren, moest ik wel even rechtzetten dat mijn Nederlands, Vlaams dus, juist erg zacht was. Geen gerochel achterin de keel, maar gewoon alles goed, met een zachte ‘g’.

“Hoezo, je zei toch net dat Vlaams geen aparte taal is?”

De gebruikelijke verwarring ontstond. Vanuit politieke overwegingen presenteer ik mezelf namelijk eerder als Nederlandstalige Belg dan als Vlaming, maar dat betekent nog niet dat ik onze taalvariant niet op prijs stel.

Als Nederlandstalige in Brussel met een Zweedse vriend en verleden in Duitsland begeef ik me geregeld in licht schizofrene taalsituaties. Zo spreek ik sommige dagen uitsluitend Frans en Engels met een vleugje Zweeds, lees ik Duitse nieuwsberichten, en pen ik mijn gedachten neer in het Nederlands.

Maar ik mag me nog zo’n coole kosmopoliet wanen, uiteindelijk blijf ik toch een Vlaming die de onbedaarlijke aandrang voelt het op te nemen voor haar – laten we wel wezen – al bij al bizarre moedertaal. Niet alleen omdat zij nu eenmaal mijn werkinstrument is, maar ook omdat ik ervan overtuigd ben dat elke taal, hoe vreemd ze voor een ongetraind oor ook mag klinken, een zekere schoonheid en dus gebruiksrecht bezit.

Ik herinner me nog goed hoe ik als prepuberale tiener met mijn grootvader in Brussel ging winkelen en hij halsstarrig Nederlands tegen de vertwijfelde verkopers bleef spreken. Hij kon nochtans Antoine de Saint-Exupéry vlekkeloos uit het blote hoofd opdragen, maar het ging hem om het principe. Destijds kon ik wel door de grond zakken, nu begrijp ik hem al beter.

Een netelige kwestie: hoe openlijk het Vlaams opwaarderen zonder meteen bij de zwaar gesubsidieerde Bokrijk-geitjes te grazen gezet worden?

Want hoewel ik me graag en gretig van de Hollandse woordenschat bedien – tering, tuig, tronie; kom maar op – vind ik het toch fijn dat mijn vrienden mijn geliefde Vlaams vocabulaire bijgebracht hebben. Zo woon ik tegenwoordig samen met een Zweed die “amai, zeg” zucht wanneer ik een straf verhaal aanvang, en “allez, nee” krijst wanneer hij doorheeft dat ik hem weer eens wat op de mouw wil spelden. Vervolgens noemt hij zichzelf tevreden een natoertalent en vraagt me wanneer we godverdomme nog eens frietjes met samoerai eten.

Pure poëzie in mijn oren; dat niemand nog durft zeggen dat het Nederlands geen smakelijke taal is.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234