Donderdag 18/07/2019

Opinie

Nederlaag van partij Erdogan was onafwendbaar

Ekrem Imamoglu Beeld REUTERS

Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan KU Leuven.

​De eerste letter in de afkorting AKP, de partij van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, staat voor Adalet (Rechtvaardigheid). Maar dat hij de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 31 maart in Istanbul liet annuleren, dat ondervonden weinig Turken als een daad van rechtvaardigheid. Misschien verklaart ook dit waarom vele tienduizenden inwoners van Istanbul uit vakantie terugkeerden om hun stem uit te kunnen brengen bij de verkiezingen die op 23 juni opnieuw plaatsvonden. Dat wees op een enorm besef bij de Turken van Istanbul van wat er op het spel stond. Dit waren niet zomaar gewone lokale verkiezingen, nee, dit waren verkiezingen in de stad waar Erdogan 25 jaar geleden als burgemeester aan zijn opmars als de meest succesvolle Turkse politicus sinds Atatürk was begonnen. Dit waren verkiezingen in de stad, de metropool, die als het financiële en economische hart van Turkije geldt. De nederlaag die Erdogan hier zijn AKP op 31 maart zag lijden, was daarom zowel symbolisch als strategisch van aard. De achterstand van de AKP-kandidaat voor het burgermeesterschap op Ekrem Imamoglu, de kandidaat van de seculiere, nog door Atatürk gestichte Republikeinse Volkspartij (CHP), bedroeg toen 14.000 stemmen, een habbekrats in een stad met 10 miljoen kiesgerechtigden. Erdogan meende dan ook de schade gemakkelijk te kunnen herstellen bij nieuwe verkiezingen en zo gebeurde het dat voor de eerste keer in de Turkse geschiedenis een stembusuitslag werd geannuleerd.

Algauw werd het de AKP duidelijk dat de verkiezingscampagne geen ‘walk in the park’ zou zijn. Imamoglu was uit heel ander hout gesneden dan de gebruikelijke CHP-kandidaat. Zijn optimisme en verzoenende houding contrasteerden op weldoende wijze met het gedonder en de polariserende taal van Erdogan. Op de CHP kleefde altijd al een elitair etiket. Ze is niet zozeer een ‘volkse partij’ (ook al behaalt ze gemiddeld 25% bij nationale verkiezingen) dan wel een partij van de seculiere, eerder bemiddelde Turken. Imamoğlu bleek echter een goede band te kunnen leggen met de gewone mensen. Waar de CHP zich altijd wat gedistantieerd opstelde tegenover voetbal – en dat in een voetbalgekke samenleving als de Turkse –, scoorde Imamoglu heel goed bij de doorsnee Turk door te vertellen over zijn ervaring als doelwachter tijdens zijn universiteitsjaren in Noord-Cyprus. Door regelmatig een match bij te wonen won hij de sympathie van voetbalfans, die nu ook in de stadions zijn verkiezingsslogan ‘Alles wordt heel goed’ scandeerden. Imamoglu is bovendien een vrome moslim – ongewoon voor de seculiere CHP – en ook dat komt goed over bij conservatief-religieuze kiezers. Hij was er ook in geslaagd om zijn tegenspeler Binali Yildirim uit te dagen voor een tv-duel. Met zijn gevatte antwoorden maakte hij een goede beurt, zoals ook bleek uit de commentaren in de sociale media.

Democratie nog niet dood

De angst voor een nieuwe, nog zwaardere nederlaag – een achterstand van 9% in de opiniepeilingen – zat er diep in bij Erdogan. Eerst kwam hij nog aandraven met valse verwijten en beschuldigingen aan het adres van Imamoglu, als zou deze een ‘crypto-Griek’ of een aanhanger van de ‘terroristische prediker’ Fethullah Gülen zijn. Vervolgens trok de president de Koerdische kaart. In Istanbul leven immers miljoenen Turkse Koerden. Erdogan stuurde Yildirim daarom naar Diyarbakir, de officieuze hoofdstad van de Turkse Koerden in Zuidoost-Anatolië, om er met uitspraken over ‘Koerdistan’ – normaal gezien een verboden woord – de Koerdische harten proberen te winnen. Dat charmeoffensief kwam te laat: de pro-Koerdische partij HDP riep haar kiezers in Istanbul weer op om voor Imamoglu te stemmen.

De nederlaag van de AKP was onafwendbaar. Het beste wat Erdogan kan doen, is de uitslag erkennen. Gelukkig kan hij de schuld op Yildirim afwentelen. Maar of het helpt? Erdogan is niet onaantastbaar meer. Dat komt bovenop de slechte economische toestand en de ruzie met Amerika over de aankoop van een Russisch afweerraketsysteem. Binnen zijn eigen partij rommelt het al een tijdje. Misschien komt het tot een ‘paleisrevolutie’? De uitslag zelf bewijst dat de Turkse democratie nog niet dood is, dat nog vele gewone Turkse burgers de hoop niet hadden verloren het autoritaire bewind van Erdogan aan de stembus te doen keren. En Imamoglu beschikt nu met zijn 53% nog over een groter draagvlak als hét boegbeeld van de oppositie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden