Zondag 26/05/2019

Opinie

N-VA wil een nieuw hoofdstuk schrijven waarin ze alles overhoop willen gooien

Kris Peeters. Beeld Photo News

Kris Peeters (CD&V) is vice-eersteminister en minister van werk

De N-VA-voorstellen om het interprofessioneel overleg af te schaffen, zijn onsamenhangend. Ze negeren de wetenschappelijke studies over de verdiensten van een gecentraliseerd sociaal overleg. Het resultaat zal een grotere inkomensongelijkheid zijn, minder kwalitatieve jobs voor kansengroepen en sterke verschillen in loonvoorwaarden tussen sectoren. De arbeidsmobiliteit die nu al te laag is, zou nog verminderen.

Laten we even terugkeren in de tijd: wie vijf jaar geleden met bedrijfsleiders samen zat, kreeg met de regelmaat van de klok dezelfde boodschap: “De loonkost is te hoog, we denken er aan vestigingen te verhuizen naar het buitenland.” Bij het begin van de legislatuur was de loonkostenhandicap tegenover de buurlanden drie procent. Dat bracht onze bedrijven in slechte papieren door een zwakke concurrentiepositie.

Na een legislatuur van hervormingen, met een taxshift en een loonwet, is die loonkostenhandicap met de buurlanden weggewerkt. De resultaten zijn niet mis: een recordaantal startende ondernemingen, een stijging van onze reële lonen én een ijzersterke groei in jobs & werkzaamheidsgraad en daardoor een historisch lage werkloosheidsgraad. Een economisch succesverhaal dat we samen met de sociale partners hebben bereikt.

Free-for-all

En toch wil de N-VA een nieuw hoofdstuk schrijven waarin ze alles overhoop willen gooien. De aanpak die onze concurrentiepositie verbeterd heeft én de reële lonen heeft laten stijgen, moet blijkbaar op de schop.

Wat komt er in de plaats? Een free-for-all waarbij overleg enkel plaats vindt op sector- of ondernemingsniveau. Voor de N-VA is zelfs de automatische indexering voorwerp van onderhandelingen. “Want dan kunnen sterke sectoren een grotere loonsverhoging toekennen.” En de zwakkere sectoren dan? Tja.

Daar knelt het schoentje. Ons huidige systeem van een interprofessioneel akkoord dat per sector verder geconcretiseerd wordt, zorgt ervoor dat de concurrentie sterk is en blijft. Maar het zorgt er evenzeer voor dat we iedereen mee nemen bij loonstijgingen. Een centraal overlegde loonnorm houdt sectoren met meer marge in toom en zorgt ervoor dat werknemers bij zwakkere sectoren een loonstijging kunnen krijgen bovenop de index. Kortom: het evenwicht tussen koopkracht en competitiviteit wordt het best bewaakt door dit centrale loonvormingssysteem.

ACV-topman Marc Leemans en VBO-topman Pieter Timmermans komen aan op een vergadering van de Groep van 10. Beeld BELGA

Race to the bottom

En toch wil N-VA af van de interprofessionele onderhandelingen. Wat zijn dan de gevolgen? Wanneer individuele bedrijven met werknemers onderhandelen zonder kader, zullen de reële lonen in heel wat gevallen amper toenemen. Als dan ook nog de automatische indexering vervangen wordt door een tweejaarlijkse discussie over het mogelijk toekennen van een indexering, kunnen werknemers zelfs reële koopkracht verliezen. Dat treft onze middenklasse. Maar het straft ook bedrijven binnen dezelfde sector die hun werknemers goed willen behandelen met een degelijk loon. Zij krijgen deloyale concurrentie door bedrijven die lonen zo laag mogelijk houden. De werknemers worden dan het slachtoffer van de concurrentie. Een race to the bottom.

Dat is niet enkel mijn stelling, maar ook die van de OESO Employment 2018, die er op wijst dat interprofessionele onderhandelingssystemen leiden tot een lagere inkomensongelijkheid en betere werkgelegenheid. De versterkte solidariteit beschermt kwetsbaren een stuk beter tegen macro-economische evoluties.

Doordat er geen interprofessioneel maximum is, zullen de sterkere bedrijven en sectoren onder druk staan om hogere loonstijgingen toe te staan dan ze kunnen. Het gevolg is dan dat ze ofwel jaren nadien de lonen opnieuw moeten laten zakken, of hun concurrentiepositie met het buitenland zien wegsmelten als sneeuw voor de zon. Bedrijfsleiders zullen opnieuw een verhuis van het bedrijf naar het buitenland overwegen. Bovendien zullen KMO’s heel wat tijd en energie moeten steken in loononderhandelingen die anders worden gevoerd in sectorale besprekingen. Niet alleen gaat door de opeenstapeling van bedrijfsonderhandelingen kostbare werktijd verloren, dit zal ook geen sociale vrede met zich meebrengen.

Handige zondebok

Vandaag lopen de verschillen in loon- en arbeidsvoorwaarden hier en daar al sterk op. Wanneer je enkel op sector- of ondernemingsniveau onderhandelingen overhoudt, gaan die voorwaarden nog verder uiteen lopen. Aparte tijdskredietvoorwaarden of SWT-voorwaarden in elk bedrijf, om nog te zwijgen over de extra’s bovenop je loon. Werknemers zullen steeds moeilijker jobs en arbeidsvoorwaarden kunnen vergelijken en daardoor minder snel van job veranderen. Een lagere arbeidsmobiliteit leidt tot minder weerbare werknemers en daardoor tot een lagere werkgelegenheidsgraad bij oudere werknemers.

De recente geschiedenis bewijst dit. We hebben door onze invulling van het sociaal overleg veel minder schade geleden dan de rest van Europa tijdens de crisisjaren na 2008. Dat negeren om verder te gaan met een onsamenhangend plan, daar pas ik voor. Het sociaal overleg is voor sommigen een handige zondebok, maar de overgrote meerderheid van Belgen – werknemers en bedrijven - hebben grote baat bij zo’n gecoördineerd overleg. Wie pleit voor de afschaffing ervan, denkt beter nog eens goed na. Zeker als het pleidooi met haken en ogen aan elkaar hangt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.