Woensdag 24/07/2019
Beeld rv

Column Hilde Van Mieghem

‘Mogen we de kleren even uit de kast halen? De monsters komen eraan!’

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Telkens als ik aan de kust ben, moet ik aan de albums van Kuifje denken. Aan de kleuren die Hergé gebruikte. Het beige van het bleke strand, het grijs, groen, blauw, kobalt­blauw en gitzwarte van de zee, de lichtblauwe hemel en het warme geel van de zeedijk, allemaal zijn ze terug te vinden in zijn stripverhalen.

Als ik aan de drie jongens, die de strips zaten te lezen op het terras van het appartement waar we de voorbije week logeerden, vroeg of zij dat ook vonden, keken ze ernstig naar strand en zee en vergeleken ze de kleuren met de ingekleurde prentjes in hun boeken. Ik kreeg een volmondig ja. Ook zij zagen de overeenkomst.

De zoon van mijn zus gaat naar een Hollandse school en om redenen die ik nu alweer vergeten ben, deed zijn school, die net zoals alle scholen een lang weekend hadden, er nog twee dagen bij, waardoor we van donderdag, Hemelvaartsdag, tot dinsdagavond naar zee konden. Zes heerlijke, lange dagen samen met mijn zus, haar zoon, zijn twee beste vrienden en Mr. Wilson, mijn hondje.

Acht jaar zijn de jongens en super­stoer. Maar je merkt al snel hoe hun branie hun kinderhartjes overschreeuwt. Ze lijken zo groot maar zijn nog zo klein. Gibberend en giechelend als meisjes doken ze elke avond hun bed in, elk met een identieke knuffel.

Drie fluffy beesten die een soort kruising zijn tussen een schaap, een draak en een eenhoorn. Ze kunnen hun achtjarige armen er net omheen slaan, zo rond zijn die beesten, met op het veel te kleine kopje één gouden hoorn en op de rug vier pastelkleurige, puntige ruggenwervels of drakenvleugels, dat laat ik in het midden.

In bed speelden ze wilde spelletjes, met hoge stemmen. Ik vroeg mijn zus waarom ze zo schril praatten. Dat zijn de stemmen van de knuffels, zei mijn zus heel ernstig. Ik luisterde naar wat ze elkaar toeriepen. “Pas op, pas op,” hoorde ik, “daar komen de monsters aan en die willen ons pakken.” “Aha,” zei een ander schril stemmetje, “we lokken ze in de val en sluiten ze dan op in deze grot!”

Een kastdeur ging open. Eentje viel uit zijn rol en zei: “Oei, de grot ligt vol kleren.”

“Mama!” riep de zoon van mijn zus. “Mogen we de kleren even uit de kast halen want de monsters komen eraan en die moeten we vangen en opsluiten in een grot.”

“Volgens mij is de badkamer een perfecte grot”, riep mijn zus terug. Hun stemmen schoten weer enthousiast de hoogte in, ze waren weer ‘schaap-draak-eenhoorn’.

Ik hoorde de badkamerdeur met een knal dichtslaan. Iets later renden ze de woonkamer in en ploften naast ons op de zetel neer. Moe ineens. Ze kropen dicht tegen ons aan. Het is bedtijd, zei mijn zus. “Nog even”, zeiden ze in koor. “Ja, nog even knuffelen”, voegde de zoon van mijn zus eraan toe.

Hun onschuld ontroerde me.

Ik hoop zo dat ze nooit te maken zullen krijgen met echte monsters, met mensenmonsters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden