Dinsdag 23/07/2019

Column

Mocht Richard Ashcroft opgroeien in het Waasland, zou hij de speelplaats niet overleven

Beeld Bob Van Mol

StuBru-stem Stijn Van de Voorde loopt elke week voor de muziek uit.

Volgende vrijdag ligt Natural Rebel van Richard Ashcroft officieel in de winkel. Ik reserveerde uit pure nieuwsgierigheid en uit jeugdsentiment alvast een exemplaar.

In de jaren 90 luisterde ik regelmatig naar The Verve. Als niet-druggebruiker kon ik me minder identificeren met de langdradige nummers die ontstonden uit extravagant speed- en amfetaminegebruik. Toch bevat hun laatste album Urban Hymns (1997) een hoop mooie, melodieuze klassiekers die de ­algemene sfeer van die periode mooi samenvatten. Ashcroft schreef alle nummers. 

De rest van de band was behang. Niemand weet hoe die mannen eruitzagen. Ze verbleekten in zijn aanwezigheid. Zij hadden hém nodig, niet omgekeerd. ‘Lucky Man’, ‘Sonnet’ en ‘Bitter Sweet Symphony’ vloeiden uit zijn pen. Al besliste de rechter dat Ashcroft voor dat laatste nummer onrechtstreeks schatplichtig was aan The Rolling Stones. Dat kostte hem een flinke duit, maar het enorme succes van ‘Bitter Sweet Symphony’ plaatste hem toch even op het dak van de wereld. Dat was geen grote aanpassing voor Ashcroft. De man leeft al zijn hele leven met zijn hoofd in de ­wolken.

The Verve ontstond letterlijk in de kleedkamers van de turnzaal van zijn middelbare school in Wigan. De overige bandleden merkten zijn charisma sneller op dan zijn stemkwaliteit. Zijn uitgesproken (rock)star­quality balanceert bij momenten op het randje van karikaturaal, maar in het Verenigd Koninkrijk gaat men daar beter mee om. Mocht Richard Ashcroft opgroeien in het Waasland, zou hij de speelplaats niet overleven. Ik zie hem niet op zijn typerende wijze door het Shopping Center wandelen. In Sint-Niklaas kunnen we goed om met volkse marginaliteit, maar de term rock-’n-roll ligt toch wat moeilijker. Dat verkopen ze niet in de Cool Cat of de Hema.

Richard Ashcroft. Beeld Eric de Mildt

Ik heb Ashcroft één keer gesproken. Ik herinner me een vriendelijke man die zijn best deed om alle vragen zo ­correct en volledig mogelijk te beantwoorden. Je kan zijn kordate stijl met arrogantie of norsheid verwarren, maar dat klopt niet helemaal. Vraag hem wat hij ’s ochtends op zijn boterham smeert en je krijgt gegarandeerd een krachtig en zelfverzekerd ­antwoord. Dat geeft je even het gevoel dat elk ontbijt van de rockster ­mythische proporties aanneemt. Wat best mogelijk is, al kan je dat niet van zijn lichaamsbouw afleiden.

Toen ik enkele jaren later een festival presenteerde waar hij speelde, kreeg ik van zijn tourmanager heel directe ­richtlijnen: “Je stapt het podium op aan de linkerkant, maar je wandelt weer weg langs de rechterkant. Anders ontstaan er ongemakkelijke toestanden met high fives en kruisende blikken. Richard houdt daar niet van.” Ik voel persoonlijk nooit de behoefte om toevallig passerende rocksterren te high fiven, maar dat weten hun managers uiteraard niet. Uiteindelijk stapte ik (uit gewoonte) toch langs de verkeerde kant terug. We  wisselden geen ongemakkelijke blik uit. De donkere glazen van zijn zonnebril blokkeerden potentieel oogcontact. Ashcroft focuste tijdens zijn blijde intrede bovendien voor de volle 100 procent op zijn publiek, zoals het hoort.

Tijdens concerten zingt en vertelt Ashcroft graag over de kracht van liefde en de onmetelijkheid van de kosmos. Normale werkmensen – zoals u en ik – weten niet altijd waar dat precies over gaat. Zijn moeder hertrouwde met een aanhanger van de Rozenkruisers­cultus toen Ashcroft nog heel klein was. Zo maakte hij kennis met vage concepten als astrale projectie. Een Rozenkruiser voelt dat het leven een mysterie is en dat er veel meer is dan een natuurlijk instinct om te overleven. Dat verklaart wel een en ander. Noel Gallagher schreef ‘Cast No Shadow’ over hem en Chris Martin noemde hem de beste zanger ter wereld, maar zijn oude vrienden noemen hem nog steeds gewoon Mad Richard. Een beetje gek zijn doet geen pijn. Al lijkt het me soms wel vermoeiend. Gemiddel­de mensen vallen al eens graag uit hun rol, maar Richard Ashcroft niet.

De titel ‘Natural Rebel’ krijg je niet zomaar. Je moet het verdienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden