Dinsdag 07/04/2020

OpiniePaul Demets

Misschien zet dat vreselijke virus ons ertoe aan om duurzamer en kleinschaliger te leven

Paul Demets.Beeld Wouter Maeckelberghe

Paul Demets is dichter, poëzierecensent, lector aan de School of Arts Gent en onderwijsdidacticus aan de Universiteit Gent. Deze week verschijnt zijn poëziebundel De hazenklager (De Bezige Bij).

In de tuin is de gaai op zoek naar insecten en kevers. Zijn voorraad eikels is op. Hij heeft er in het najaar veel verstopt. Even verderop bloeit de magnolia uitbundig. Zoveel kortstondige schoonheid. Zijn sensualiteit is argeloos. De natuur leeft gewoon verder, alsof er niets aan de hand is.

We kunnen veel leren van de natuur, zelfs van virussen. Dit is een tijd om de tuin in te trekken. Ik vermoed namelijk dat de oplossing voor veel problemen aan onze achterdeur te vinden is. De voorbije vier jaar was ik plattelandsdichter van de provincie Oost-Vlaanderen. Ik heb veel gewandeld, ben zijpaden ingeslagen. Ik heb met veel mensen gepraat over onze omgang met planten en dieren en met het klimaat. Ik heb gezien hoe mooi de natuur hier en daar nog is, maar ook hoe ons landschap geïndustrialiseerd en ‘verparkt’ is.

We hebben ons leefgebied verruimd van rond de kerktoren tot de wereld. Natuurlijk pleit ik niet voor een soort wijdverspreid Bokrijk. Maar ondanks het feit dat het goed is dat we elke uithoek van de wereld kunnen bezoeken, ontbreekt het ons aan een holistische visie. We gedragen ons individualistisch en superieur tegenover planten en dieren en beschouwen alles als een consumptieartikel. Het gaat om handel op een schaal buiten elke normale proportie. 

We schudden nu vol onbegrip het hoofd als we lezen dat de voorbije twintig jaar in China ongeveer een miljoen schubdieren verhandeld zouden zijn, omdat men in de traditionele geneeskunde kracht aan die schubben toeschrijft. Covid-19 zou van schubdieren de sprong naar de mens gemaakt hebben. In de jaren tachtig van de vorige eeuw bleek de consumptie van apenvlees ertoe geleid te hebben dat het aidsvirus, waartegen apen resistent zijn, in het bloed van mensen terechtkwam en vele levens in gevaar bracht. 

Meestal liggen wilde dieren aan de basis van de verspreiding van virussen, maar niet altijd. Want andere dieren worden massaal gekweekt om geconsumeerd te worden. Ze worden internationaal getransporteerd. Denk maar niet dat al onze landbouwers daar blij mee zijn. Velen hebben zich een twintigtal jaar geleden door veevoederfabrikanten laten overtuigen om op grote schaal een soort dieren te kweken. Ze zijn werknemers geworden in reusachtige stallen en werken onder de prijs. Grenzen en seizoenen bestaan niet meer. 

Een beenhouwer op de markt in Peking. "Meestal liggen wilde dieren aan de basis van de verspreiding van virussen."Beeld Getty Images

Ik vrees dat we op de limieten aan het botsen zijn. Want ook hier bij ons dreigen voortdurend virussen uit te breken, omdat de dieren zo massaal opeengepakt gekweekt worden. Misschien levert Covid-19 toch nog iets positiefs op. Misschien zet dat vreselijke, woekerende virus ons ertoe aan om duurzamer en kleinschaliger samen te leven. Anders dreigen er nog meer zoönoses, ziektes overgedragen van dier op mens. In mijn poëziebundel De hazenklager heb ik er een cyclus aan gewijd. Ik pleit ervoor om onze band met de medemensen, met planten en dieren te herzien.

Natuurlijk is het niet verkeerd dat we een voedselvoorraad aanleggen, zoals de gaai dat doet. Hij verzamelt genoeg eikels om de winter door te komen. Maar laten we niet graaien ten koste van de medemens. Als zijn voorraad eikels op is, eet de gaai in het voorjaar wat hij vindt.

Natuurlijk moeten we nu onze handen zorgvuldig wassen en uitkijken voor besmetting, maar we mogen de aarde voelen. Laten we in de grond woelen, een vacht strelen, onze geliefde omhelzen, ons voortplanten om te overleven, zoals virussen zo gretig doen. Laten we dierlijker worden, maar dan op een goede manier. Alles intiemer, op kleinere schaal. Want vlees in de supermarkt kun je niet strelen. Een dier wel.

Zoönose 2

Ik kijk naar je rug, de kano, het water. Hoe alles

beweegt. Een blauwe schijn hangt op je schouders.

Je lijkt hem met de spaan uit het water te halen.

Je blauw zuigt de oevers op. Hoor je hoe dichtbij

de dieren zijn, vraag je. Ze zuchten. Ze kauwen,

volgen onze slagen, herkauwen, grazen.

Nergens leggen we aan. We hebben alles meegenomen.

Hebben we bereik? Vangen we het wellen van de modder op

in de deining opgekropt, het geslurp tussen het riet? Ergens

valt een meteoriet, maar we willen het niet horen. De kano klieft

het landschap en neemt jou op en de dieren.

Af en toe vallen onze stemmen weg. Ik laat me varen.

Hoe knipt de kano de avond? Je verandert. Je rug lijkt

een zachte vacht, je staart zwaait als je roeit, maar slechts half.

‘De natuur leeft gewoon verder, alsof er niets aan de hand is.’Beeld Damon De Backer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234