Zaterdag 18/01/2020

Liefde

Misschien is dat wat liefde is: de uitnodiging om dichter te komen

Daan Heerma van Voss. Beeld Karoly Effenberger

Daan Heerma van Voss over de liefde, of wat daarvoor moet doorgaan.

Toen ik klein was, werd regelmatig met de bedroevende scheidingsstatistieken van de tijd geschermd. Weet je zeker dat je later wel wilt trouwen? Een derde van de huwelijken eindigt vroegtijdig; of was het nu de helft? Waarom zou het bij jou anders zijn? Wat maakt jou zo zeker van je zaak? Ik was veel, maar zeker van mijn zaak allerminst. Toen ik als dertienjarige jongen eens aan mijn vader vroeg wat liefde was, zei hij: "Een verbond tussen twee mensen die elkaar kunnen verwoesten maar vooralsnog beweren dit niet te zullen doen." In zijn vrije tijd vergeleek hij vrouwen met dynamiet. Als ik hem vroeg naar de reden hiervoor, zei hij: "Wacht maar."

Het kind werd een adolescent.

In de loop van de eeuw van mijn grootouders en ouders is liefde definitief onze eigen verantwoordelijkheid geworden. Grote vrijheden deden hun intrede in haar domein, patronen en gebruiken die eerder sturend waren geweest, boetten aan waarde in. Het enige wat voor mij en de mijnen is overgebleven, en nog steeds in achting blijft stijgen: de kracht van het innerlijk. Niets wordt opgedrongen. Vrije keuze. Echte liefde.

Krampreactie

Maar waar voor mijn ouders sprake was van een persoonlijk vrijheidsverlangen dat voortkwam uit maatschappelijke omwentelingen en nieuwe kansen, is bij ons een hyperindividuele krampreactie opgetreden: er is een teveel aan vrijheid. We kunnen kiezen, dus ook verkeerd kiezen. Zo gebeurde het dat bindingsangst, in al zijn verschillende gradaties, het definiërende massasymptoom is geworden voor mijn generatie, zoals vrijheidsverlangen dat was voor die van mijn ouders. Als jou maar vaak en lang genoeg wordt verteld dat je nergens in hoeft te geloven, dan breekt onherroepelijk het moment aan dat je nergens in durft te geloven.

Helemaal volgens de ziekten en panacees van mijn tijd leerde ik mijn leven vormgeven in conclaaf met deprimerende filosofen wier werk ik niet echt had gelezen. Nietzsche, in de rug gesteund door schrijvers als Grunberg en Houellebecq, was de luidste. De hoekstenen van hun wereldbeeld: allemaal zijn we, zonder hier om te hebben gevraagd, in de wereld 'geworpen', allemaal moeten we ons zien te verhouden tot de absurditeit van een eigen, unieke identiteit die we zelf mogen kiezen, en dat in een wereld die al onbeschrijflijk lang bestaat en steeds complexer wordt. De dood van God is een voldongen feit. Het leven heeft geen diepere betekenis. Er is niet één waarheid. Er bestaat zelfs geen Zelf dat je verschillende verschijningsvormen verbindt, het zijn afzonderlijke performances, die elkaar weliswaar gedeeltelijk overlappen, maar wezenlijk verschillen.

Op mijn achttien was ik klaar voor de volgende stap: de jonge man zou niet langer bang zijn voor wat zijn vader altijd had gevreesd. Ik was jaloers op vrienden die dweepten met hun liefdesmislukkingen. Zij waren echte mannen, die veel hadden gezien - gegokt en verloren. Voor mij zat er niets anders op dan trial and error, kleine stapjes werden stappen, ik kuste en werd ontmaagd. Grote woorden braken af op kleine teleurstellingen, de afstand tussen droom en daad werd steeds groter. De jaren schoten voorbij, 18, 20, 23. Ik werd niet verliefd op een vrouw, maar op vrouwen, die allemaal in iets anders voorzagen. De enige min of meer constante factor was ikzelf.

Beeld Karin Sunvisson

Voor mij bleek een op postmoderne invloeden gestoelde pseudotragiek het makkelijkst om in te geloven, en in iets anders geloven durfde ik niet. De onbegrepen eenzaamheid groeide, ik raakte eraan verslaafd, ieder zijn eigen romantische tragiheld. Voor mannen is het grofweg laveren tussen het machismo van Hank Moody en de hopeloosheid van Houellebecq. Voor vrouwen: Assepoester versus Sex and the City dan wel Girls. Het onvermijdelijke gevolg voor beide seksen: in een tijd van grenzeloze vrijheid is alles van betekenis naïef. Loop op een willekeurige avond een studentencafé binnen en je ziet: tegenwoordig is iedereen sadder en wiser.

De jonge man werd een man die niet langer jong genoemd wenste te worden.

De liefdesvorderingen waren te gering, en het duurde allemaal veel te lang. Ik zou de liefde niet de rug toekeren, maar wilde ik iets wezenlijks bereiken, dan moest ik het serieuzer aanpakken. Vanaf dit moment zou ik me volledig aan de liefde wijden, spijt was iets voor later.

De enige manier waarop ik mezelf aan de liefde kon geven zonder evenwel alle bescherming op te geven - dynamiet! - analyseerde ik, is door meer over jezelf te weten dan de ander. En dat kon alleen door performances te verrichten in plaats van mezelf aan de ander te laten zien. Voor elke vrouw zou ik iemand anders zijn. Iemand met andere voorkeuren, zwaktes en gewoonten, iemand gevrijwaard van wie ik gisteren was. Zij moesten zich aan mij binden, zozeer dat ze niet eens merkten dat het niet wederzijds was. In deze dynamiek zou ik eindelijk rust kunnen vinden. De enige belofte die ik hierbij deed: nooit zou ik iemand zijn die mij volledig vreemd was, het betrof uitvergrotingen van een zeker, in het normale leven begrensd partikel van mijn identiteit. Wat ik bedacht en speelde moest echt zijn.

Seks leerde ik zien als de ultieme performance: in de beslotenheid van een uur - laten we hier niet kinderachtig over doen - kun je een werkelijk personage tot leven laten komen. Iemand die schaamte overwint versus iemand die geen schaamte kent. Iemand die houdt van stilte versus iemand die het uitschreeuwt. Iemand die pijn lijdt versus iemand die pijn toebrengt. Uiteindelijk zou ik tot vijf volwaardige personages en rollen komen.

Bij mijn eerste grote liefde was het emotionele superioriteit die ik zocht. Zij hield meer van mij dan ik van haar, zij troostte mij vaker dan ik haar. Wanneer wij seks hadden gehad, kocht ik een kersenbonbon voor haar. Ik gedroeg me zelfverzekerder en onverschilliger dan ik van nature ben. Archetype nummer één: de machthebber. De noodzakelijke ongelijkheid was uiteraard ook de reden dat het uiteindelijk niet werkte. (Voor haar.)

Een tijdje was er een buitenlandse, geschikt bevonden vanwege de taalbarrière. Maar uiteindelijk was die barrière zo groot dat spreken over abstracte ideeën ronduit lachwekkend was. (Kennelijk had zij minder behoefte aan dergelijke gesprekken dan ik.) Archetype nummer twee: de onverstaanbare buitenlander, ofwel de eeuwige buitenstaander. Zwijgzamer dan ooit, dure kleren, gladgeschoren kaken, aan de magere kant. Het ging niet lang goed.

Beeld Jorn van Eck

Naald en draad

Een ander personage dat ik in me bleek te hebben: de geduldige redder. Er volgde een relatie van twee jaar met een vrouw die leed aan een ziekte die vroeg of laat haar einde zou betekenen. Ik accepteerde die kennis zonder zelfmedelijden. Ik ging met haar mee naar het ziekenhuis, regelmatig fietste ik met duizenden euro's aan medicijnen in twee witte plastic apotheektassen over de grachten. Zij, bang voor naalden, keek mij grootogig aan wanneer ze aan het infuus werd gekoppeld, ze kneep hard in mijn arm wanneer de naald in haar arm geschoven werd. Ik herinner me de wirwar van draadjes die haar gezicht van het mijne scheidde, wanneer we overnachtten in het AMC. Ik was voorkomender dan ik eigenlijk ben, voor haar stal ik dingen uit supermarkten, mijn haar was lang, ik voelde me goed bij mijn beginnende buikje. Maar echt redden is onmogelijk, en uiteindelijk wil niemand gered worden door een ander dan zichzelf. Het was afgelopen.

Ondertussen verhielden de delen die ik liet zien zich steeds slechter tot de delen die ik verborgen hield. Hoezeer ik ook van iemand hield, altijd dacht ik: als ze me werkelijk kende, zou ze me verlaten.

De vierde vrouw was in de veertig, gescheiden en wel, met een echte baan op een echt kantoor. Ik ontmoette haar op een feestje waar ik niet behoorde te zijn. Als we uit eten gingen, wat we elke avond deden, pakte zij de rekening op en ik de fooi. Archetype nummer vier: de jonge hond. Het ging mis toen er anderen in het spel kwamen: haar vrienden die me wantrouwig aankeken, haar ouders die maar niet over mij te horen kregen. In haar slaapkamer stond een ouderwetse kaptafel, met lampenpitjes in een halve maan rondom de spiegel. Eindeloze crèmes, potjes, flacons en flessen. Toekijkend hoe zij zich klaarmaakte voor de nacht begreep ik dan toch wat haar niet gewoon volwassen, maar ronduit oud maakte: ze stelde alles in het werk om jong te blijven. We formuleerden een eendrachtig 'het is beter zo' en stapten ieder een andere richting in.

Zij had een volwaardig leven om naar terug te keren - dat kantoor, vrienden die altijd een fles Chablis meenamen, een huis met een Boretti-espressomachine. Vanzelfsprekend had ik dat allemaal niet, en muren praten niet terug, of met een hinderlijke vertraging.

In de ogen van mijn vrienden voelde ik het contrast met vroeger, en hoezeer ik wegdreef van degene die ze kenden.

Onoverbrugbaar

De laatste stap was een zeer jonge vrouw, eigenlijk moet gesproken worden van een meisje: net van de middelbare school, die beroemde langste zomer uit je leven. De notities van Getal en Ruimte deel zoveel slingerden door mijn huis, ze gebruikte woorden die ik niet kende en die ik me zo goed en zo kwaad als het ging eigen maakte. Ik droeg hippe - een woord dat zij verbood - kleren en liet mijn baard staan. Archetype nummer vijf: de romantische mentor. Ik leerde haar dingen die ze voor altijd met mij zou associëren, ik gaf onze relatie vorm, ze werd afhankelijk van mij, ik was eens te meer nodig. Natuurlijk was het moment dat de pupil het zonder mentor wilde afkunnen, onafwendbaar. Dat had ik altijd geweten. Ik nam afscheid van haar, en van degene die ik was geweest.

Daan Heerma van Voss. Beeld kos

Vijf mensen was ik geweest, en nu, op achtentwintigjarige leeftijd, was ik volkomen leeg. Uiteindelijk had ik inderdaad liefgehad, gegokt en verloren, maar het was altijd op een verwrongen manier geweest, uitgaande van een oneerlijke verdeling die ervoor zorgde dat ik altijd meer wist dan zij, en zij nooit de kans kreeg die afstand te overbruggen.

Dat was de slotsom, dat was het residu. De enige mogelijke conclusie was dat ik nooit een ander was geworden, het had alleen jaren geduurd voordat ik het gemeenschappelijke element van de vijf alter ego's onder woorden kon brengen: het was de leegte die ze achterlieten.

Misschien is dat wat liefde is: een uitnodiging om dichtbij te komen.

Leven in liefde is komen te accepteren dat je nooit een ander zult kunnen zijn. Hoe intiem, hoe licht, hoe aderlatend liefde ook kan zijn, ze werpt je keer op keer terug op jezelf. Deze dynamiek maakt liefde tot de meest confronterende vorm van zelfanalyse van de moderne tijd.

Regelmatig mis ik hen, de vijf, temeer daar degene die ik toen was, met hen uit mijn leven is verdwenen. Ik herinner me losse trekjes, onkarakteristieke handelingen of woorden, misschien zoals een acteur terugkijkt op zijn vroege rollen; onbeholpen uitgevoerd, maar noodzakelijk voor de ontwikkeling. Maar vaker ben ik opgelucht dat wie ik nu ben, tenminste geen ander is.

Aan het einde van zijn leven wordt Leonard Zelig gek. Na alle kameleontische rondzwervingen door de geschiedenis, doet de kernloosheid zijn leven uiteindelijk imploderen. De liefde van zijn psychiater, gespeeld door Mia Farrow, verandert hier niets aan.

Ik ben niet uniek geweest. Iedereen neemt rollen aan, niemand blijft wie hij is. Wat mijn geval anders maakt, is dat ik me van dit besef bewust ben geweest. De lessen van mijn vader heb ik weten te omzeilen, en de gemankeerde grenzen van de tijdgeest heb ik bereikt. Een mens kan niet liefhebben en niets kapotmaken. En dynamiet? Ik heb dingen zien ontploffen, maar ik was het die de lont had aangestoken.

De periode van zelfmedelijden en leegte duurde enkele maanden, totdat ik er genoeg van had. Uiteindelijk is niemand zo voorspelbaar als de gedaanteverwisselaar. Ik wiste alle nummers in mijn telefoon en stapte de straat op. Het was avond, de lucht was klam en aanhankelijk, cafés verwelkomden iedereen die langsliep. Ik koos er eentje en ging naar binnen. Het was druk, mensen riepen om pils en fluitjes, iedereen was hetzelfde behalve zij. Ze zag eruit als iemand die sterker was dan ik. Ik stapte op haar af en, voor het eerst in drie jaar, vergat ik te vertellen wie ik was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234